'De CAO is de doodssteek voor de asperge'

VENRAY, 7 JUNI - Ze komen uit Wroclaw en Swidnica, zijn rond de twintig en kunnen thuis geen werk vinden. Met een toeristenvisum zijn ze naar Noord-Limburg gereisd om zich te laten exploiteren door een aspergeteler. Voor bedragen tussen de zes en de acht gulden per uur lopen ze zeven dagen per week de aspergebedden langs, op zoek naar de barstjes in het zand. De witte stengels moeten ontdekt worden voordat het zonlicht ze paars kleurt.

Een van de jongens vertelt dat hij afhankelijk van het weer tussen de vier- en vijfhonderd gulden per week verdient, zwart, ook al heeft hij een werkvergunning. Hij slaapt in een tentje op een camping, waar hij met de rest van het stel zijn potje kookt. “Ik vind het ook beschamend dat ik werk doe dat Nederlanders niet willen doen, vooral niet voor die prijs. Maar wat heb ik te willen? Ik ben hier een vreemde. Als de baas me hier zag zitten, werd ik er meteen uitgegooid.”

Als hij volgens de tuinbouw-CAO en de voorwaarden bij zijn werkvergunning zou worden betaald , had hij een arbeidscontract gehad voor tenminste zes weken, 25 uur per week, met vakantiebonnen, reiskostenvergoeding, recht op kost en inwoning en toeslagen voor werk op zaterdag en zondag.

Maar de telers beweren dat die tuinbouw-CAO met geen mogelijkheid kan worden nageleefd in de aspergeteelt. “Lang niet flexibel genoeg”, zegt een tuinder uit Venray. Hij laat zijn twee hectare asperges steken door een ploegje scholieren, twee mensen met een uitkering, twee Polen en een vluchteling uit Zaïre. Wie van hen de volgende ochtend om zes uur verwacht worden, kan hij 's avonds pas zeggen na het weerbericht: “Als het morgen mooi weer is, kunnen we de hele dag met tien mensen bezig blijven, als het slecht weer is, zijn we met zn vieren in een paar uur klaar. Moet ik die andere zes mensen dan gaan betalen om koffie te drinken in de schuur? Ik heb nu een perceel rabarber naast de asperge gezet, waar de stekers wat langer kunnen doorwerken als ze vroeg klaar zijn met de asperge. Maar iemand die een arbeidscontract krijgt voor het steken van asperges, mag ik geen rabarber laten oogsten.”

Hij betaalt zijn mensen zwart, één gulden dertig per kilo: “Het kiloloon is nog altijd het beste systeem. De mensen die ik heb, staan om half zes 's morgens op het veld, willen zoveel mogelijk steken in zo weinig mogelijk tijd. De mindere werkers halen tien kilo per uur, de betere op een goede dag wel twintig kilo. Ik mag dit jaar niet mopperen over mijn eigen verdiensten, want er is weinig asperge en de prijs is hoog, gemiddeld acht gulden per kilo. Mijn kosten zijn vijf gulden, dus op iedere kilo verdien ik drie gulden.”

De Voedingsbond FNV denkt daar anders over. “Wij zullen ervoor zorgen dat jullie een CAO-loon krijgen met vakantiebonnen en weekendtoeslagen, beloofde regiobestuurder J. van der Horst op een informatiebijeenkomst in Venray aan een groepje Poolse stekers. “Wilt U die mensen er dan bij vertellen dat ze dan volgend jaar niet meer terug hoeven te komen?”, riep een boze teler uit de zaal: “Zeg ze maar dat u met een achterhoedegevecht bezig bent. De CAO is de doodsteek voor de asperge.” Van der Horst weigerde de opmerking te laten vertalen door de tolk: “Dit is een informatiebijeenkomst, geen politieke discussieavond.” Van der Horst hield vast aan de eis dat stekers volgens de CAO moeten worden betaald: “Als we dat niet kunnen waarmaken, moeten we ons inderdaad de vraag stellen of we deze sector nog wel overeind kunnen houden.”

Hoofdschuddend zaten de tuinders te luisteren naar de informatie die de vakbondsman verstrekte. “Ze hebben er niets van begrepen”, zei een van hen, een jonge tuinder uit Overloon: “Al het seizoenswerk werd vroeger gedaan door huisvrouwen, die wat wilden bijverdienen om de hoge hypotheek te kunnen betalen. Maar tegenwoordig zit iedereen met een uitkering, een huursubsidie of weet ik wat. Als ze nu iets willen bijverdienen, worden ze meteen gekort.”

Het verhaal van een bedrijfsdeskundige van de Dienst Landbouwvoorlichting in Horst bevestigt de opvatting dat een CAO-loon praktisch onbetaalbaar is bij de huidige prijzen: “Alleen een goede steker komt bij goed weer en op een goed perceel aan genoeg kilo's om het CAO-loon te halen. Reken maar uit: het brutoloon is ruim twintig gulden, daar moet je achttien kilo voor kunnen steken, ieder uur dat je bent aangenomen. Dat kan natuurlijk niet.”

De tuinders wijzen naar collega's die een paar kilometer verder, vlak over de Duitse grens een stuk grond pachten. Ze planten het aan met Nederlandse aspergeplanten en laten de oogst over aan Polen en vluchtelingen. Kosten: minder dan tien mark per uur plus drie procent belasting. Het loon is vrijgesteld van sociale lasten. “En die asperges komen op dezelfde markt terecht als de onze”, verzucht de voorzitter van Limburgse Land- en Tuinbouwbond K. Koolen. “Vindt U het gek dat het Nederlandse areaal ondanks de nieuwe aanplant in Overijsel en Drenthe met drie procent is gedaald en het Duitse met twintig procent is gestegen? Als we zo doorgaan moeten we de aspergeteelt afschrijven en daarmee een groot aantal bedrijven die het van de asperge moeten hebben om het hoofd boven water te houden.”

Heeft de LLTB zich bij het ondertekenen van de tuinbouw-CAO dan verkeken op de specifieke problemen die de aspergeteelt met zich meebrengt? “Inderdaad is dit een slechte CAO voor de gelegenheidsarbeid. Daar moeten we bij de nieuwe CAO volgend jaar een hard punt van maken en op dit moment al een oplossing zoeken in plaats van de partijen steeds verder uit elkaar te drijven, zoals de Voedingsbond nu doet.”