Commissie in Z-Afrika kijkt naar amnestie

KAAPSTAD, 7 JUNI. Een speciale commissie voor 'waarheid en verzoening' gaat in Zuid-Afrika politieke misdaden uit het verleden onderzoeken. Zuidafrikanen die onder het apartheidsbewind misdaden hebben begaan, zoals medewerkers van het leger en de politie, moeten voor deze commissie getuigen als zij in aanmerking willen komen voor amnestie of vrijwaring van vervolging.

Minister Dullah Omar van justitie maakte dit vanmorgen bekend tijdens een persconferentie in Kaapstad. De regering-Mandela heeft nog niet besloten of de namen van de slachtoffers en degenen die de misdaden hebben begaan, openbaar zullen worden gemaakt. Volgens Omar is het ook nog niet zeker of de commissie misdaden van de zwarte bevrijdingsbewegingen zal onderzoeken. De regering zal na het horen van alle partijen met nieuwe wetgeving komen waarin de precieze opdracht aan de commissie wordt geformuleerd.

De misdaden zelf zullen wel openbaar worden gemaakt. De commissie, die anderhalf tot twee jaar zal functioneren, brengt verslag uit aan president Mandela, die tussentijds en aan het einde van de werkzaamheden rapporten van de commissie openbaar zal maken.

Omar wil vasthouden aan de einddatum voor misdaden die voor amnestie in aanmerking komen. In de grondwet is die gesteld op 5 december 1993. Rechtse partijen willen die termijn verlengd zien, zodat ook de 35 extreem-rechtse blanken er onder kunnen vallen die zijn aangehouden voor de bomaanslagen vlak voor de verkiezingen. De minister noemde het “rampzalig” als de datum verschoven zou worden. “Dat wekt de indruk dat we termijnen niet serieus nemen.” De moordenaars van ANC-leider Chris Hani (Clive Derby, Lewis en Janus Waluz) hebben ook het recht amnestie te vragen, maar volgens de minister “zullen er uitzonderingen zijn”. Het ANC wil de moordenaars van Hani hun levenslange gevangenisstraf laten uitzitten.