Canadees Ballet danst Coppelia vooral braaf

Gezelschap: Het Nationale Ballet van Canada, produktie: Coppelia, choreografie: Erik Bruhn, muziek: Léo Delibes, decor en kostuums: Maurice Strike, licht: Thomas Skelton. Begeleiding: het Orkest van het Nationale Ballet van Canada, o.l.v. Ormsby Wilkins. Gezien: 4 juni, AT&T Danstheater, Den Haag.

Tijdens een vijfweekse tournee door Europa streek Het Nationale Ballet van Canada twee dagen neer in Den Haag om daar het ook in Nederland zo populaire klassieke ballet Coppelia uit te voeren. Het in Toronto gevestigde gezelschap was al vaker in Nederland te gast, het laatst in 1985 toen het het avondvullende ballet Don Quichotte en een gemengd eigentijds programma uitvoerde. Dat de groep daarna hier niet meer te zien is geweest is wel verklaarbaar, want het is een goed geschoold, maar niet exceptioneel virtuoos klassiek gezelschap en danskunstig gezien heeft het niet iets echt belangwekkends of nieuws te bieden. De produktie van Coppelia bewees dat opnieuw. De choreografie ervan werd gemaakt door Erik Bruhn (1928-1986), een Deen, die in zijn tijd tot de absolute wereldsterren in de dans behoorde en van 1983 tot aan zijn dood de artistiekleider was van het Canadese Nationale Ballet, waarmee hij daarvoor al vele jaren een binding had. Zijn Coppelia is een levendig, fris aangekleed kijkspel met aardige details, maar regie-matig rammelt het aan alle kanten en choreografisch is het nergens opwindend of verrassend. Het zijn brave dansjes, die zich weinig gelegen laten liggen aan de karakterisering waar het verhaal om vraagt en in de muziek zo overduidelijk aanwezig is. Zo is er niets Spaans en bijzonder weinig Schots te bespeuren in de variaties die de hoofdpersoon Swanilda uitvoert wanneer ze zich voordoet als de pop Coppelia- een schepping van de mysterieuze poppenmaker Coppelius, waarop Swanilda's verloofde Franz een oogje heeft laten vallen in de veronderstelling dat het een meisje van vlees en bloed is. Ook de variaties van De Dageraad en Het Gebed, die het huwelijksfeest van Swanilda en Franz opluisteren - want die twee vinden elkaar uiteraard weer - treffen in het passenmateriaal niet de sfeer die er bij hoort. Er wordt door de dansers heel bekwaam en met veel esprit gedanst en de Franz van Robert Tewslwy heeft precies de natuurlijke kwajongensachtige uitstraling die de rol geloofwaardig maakt. Zijn Swanilda (Margaret Illmann) valt meer op door haar lange, hoge benen dan door stijlgevoel en inlevings- vermogen. De rol van de bedrogen Dr. Coppelius (Jacques Gorissen) kwam ook niet echt uit de verf. Zijn handelingen - het is een pure 'speel'rol- zijn veelal te vaag in timing en karakterisering om werkelijk te overtuigen. Een sterk pluspunt was de pittige begeleiding van het eigen orkest. Wat is 'levende' muziek, juist bij zo'n klassiek ballet, toch belangrijk.