'Als Griekenland sterk is, wordt het beter begrepen'

ATHENE, 7 JUNI. De, overigens nog vrij lauwe, campagne voor de Euroverkiezingen van 12 juni brengt aan het licht dat de Grieken heel wat woorden hebben voor 'krachtig' en 'sterk'. De Socialistische regeringspartij komt met de leus: 'Een sterke PASOK - een sterk Griekenland in Europa.' De rechtse oppositiepartij Nieuwe Democratie roept: 'Een sterk Griekenland, gerespecteerd in Europa.' En de nieuwe, ultra-nationalistische partij 'Politieke Lente' (PL) van de jonge Andonis Samarás, die de grote partijen stemmen afhandig wil maken, belooft dat zij zal vechten voor 'Sterke Grieken, gelijkberechtigde Europeanen'.

De drie partijen lijken er van uit te gaan dat, als Griekenland maar eenmaal 'sterk' wordt, het beter zal worden begrepen binnen de EU. En de eerste eis die aan de kandidaten - nu ook eindelijk vrouwen, onder wie zelfs Nana Mouskouri - wordt gesteld is, dat zij de 'nationale problemen' goed weten uit te leggen aan de collega's in het parlement. Daartoe behoren de kwesties Macedonië (Skopje), Noord-Epiros (Zuid-Albanië) en Cyprus, waar de Europeanen nog zo weinig van (willen) begrijpen.

Meer dan vroeger staat de confrontatie met Europa centraal in deze verkiezingscampagne. Griekenland zal zich daar moeten 'weren'. Over de Europese ideeën in het algemeen hoort men weinig, voor bezinning op 'Maastricht' en het 'sociale witboek' moet men bij de twee kleine linkse partijen terecht. De communisten zijn nog steeds voluit anti-EU, zij zien in Maastricht alle kwaad voor hun land. De nog kleinere Alliantie voor Links en Vooruitgang (ALV) is pro-Europees en voert een strijd voor eigen voortbestaan en behoud van haar twee zetels, nadat zij bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar onmachtig bleek de nieuwe drie-procentbarrière te halen.

De partijen die roepen om een sterker Griekenland maken er geen geheim van, hoe zwak hun land nog staat. De PL komt met drie mistroostige tv-spotjes. “Eens gaven wij kunst en beschaving aan Europa”, heet het en kijk nu eens? Treurig architectonisch verval wordt getoond. “Eens begiftigden wij Europa met onze wetenschap” en kijk nu eens: ellendige taferelen op de gangen van Atheense ziekenhuizen. “Eens gaven wij de democratie aan Europa door” en kijk nu eens: vechtende afgevaardigden in het Atheense parlement (overigens een tafereel dat zeer zeldzaam is geworden na 1974).

De nog geen jaar oude PL hoopt bij deze verkiezingen in de buurt van de tien procent te komen (een verdubbeling). Dat zou voornamelijk ten koste van de verdeelde ND gaan, maar ook de PASOK heeft enige reden tot zorg. Beide grote partijen hebben de laatste maanden bij de bepaling van hun politiek en hun standpunten al té veel rekening moeten houden met de nieuwe partij, die zich uitriep tot belichaming van het nationale geweten.

Ook na de Euroverkiezingen zal dit nog niet voorbij zijn, want in de herfst komen er nog gemeenteraadsverkiezingen en in mei volgend jaar wellicht extra parlementsverkiezingen. Dit laatste in geval het parlement er dan niet in slaagt, een drievijfde meerderheid op te brengen voor een nieuwe president van de Republiek - een aangelegenheid waarbij Samaras met zijn tien zetels wederom een geriefelijke positie inneemt.

Premier Andreas Papandreou zal voor enig stemmenverlies - naar PL en ALV - wel een verklaring weten te vinden. Ongetwijfeld komt er na deze verkiezingen en bij het aflopen van het Griekse voorzitterschap een ingrijpende kabinetsreorganisatie waarbij onbekwaam geachte bewindslieden het veld zullen ruimen en 'lastige', zoals de schilderachtige minister voor Europese zaken Pángalos, andere opdrachten zullen krijgen.