Aanhangers van Kim Il Sung kritiseren berichtgeving; Noord-Korea baart de Japanners grote zorgen

TOKIO, 7 JUNI. Het is stampvol in het Koreaanse restaurant in Shinjuku, een van de drukke uitgaanswijken van Tokio. De gasten zijn vrijwel allemaal pro-Kim Il Sung en allemaal hebben ze in Noord-Korea wel een familielid wonen, tot aan de goedlachse serveersters toe. De gerechten zijn uitgelezen, het Japanse bier vloeit in stromen en de stemming is vrolijk. De actualiteit wordt zoveel mogelijk gemeden. Soms valt het woord CIA of wordt kritiek geleverd op de eenzijdigheid van de Japanse media, die Noord-Korea in een verkeerd daglicht stellen. Maar dat zijn schaarse momenten. Liever pochen de bezoekers over de oorsprong van de Japanse keizerlijke familie, die in Korea zou liggen. Niemand die daaraan temidden van zoveel gezelligheid twijfelt.

Van de 700.000 Koreanen in Japan hebben zo'n 200.000 verwanten in Noord-Korea, van wie een deel het communistische Noordkoreaanse bewind daadwerkelijk een warm hart toedraagt. Vooral zij hebben het niet op met de Japanse berichtgeving, die sinds enkele weken de Noordkoreaanse kwestie breed uitmeet. Ze hadden nog liever de toestand ervoor. Toen hielden de media in Japan de publieke opinie onledig over het kat-en-muis-spel tussen het Noordkoreaanse regime en de internationale gemeenschap. Alsof het niet bestond, alsof de geschiedenis de openheid belastte, alsof de dreiging te dichtbij was. Opeens is dat veranderd.

En als in Japan één krant of tv-station begint, volgen ze snel allemaal en proberen ze elkaar te overtreffen. Dag in dag uit is Noord-Korea voorpaginanieuws en het openingsblok van alle journaals. De publieke opinie is wakker geschud. En hoe. Japanners hoor je vergelijkingen trekken tussen het isolement van Noord-Korea en dat van Japan vóór Pearl Harbor. Anderen noemen het vreemd dat een handvol landen met atoomwapens Japan verbiedt zulke wapens te hebben. Mensen vragen zich bang af wat er gebeurt als Amerika een verrassingsaanval onderneemt vanaf Japanse bodem. En wat als Noord-Korea met zijn Rodong-raket een Amerikaanse basis treft in Japan? De toestand is gevaarlijk, zoveel is zeker, hoor je dezer dagen Japanners zeggen.

Dat gevoel van onveiligheid en onbeschermdheid, dat Japanners haten en waartegen ze doorgaans alles doen om eraan te ontsnappen, dat gevoel dat de typische Japanse groepscultuur heeft voortgebracht die emotionele geborgenheid biedt, juist dat gevoel kan worden geëxploiteerd door kwade bedoelingen. Door de Noordkoreaanse propaganda bijvoorbeeld, die niet ophoudt de wereld ervan te overtuigen dat Japan bezig is een atoommacht te worden.

“Lasterlijke propaganda”, zegt Satsuki Eda, ex-minister van wetenschap en technologie in het vorige kabinet. “Japan staat onder strikte controle van het IAEA. Als Noord-Korea meent ons verwijten te kunnen maken, zeggen wij tegen hen: laat het IAEA dan ook toe tot uw nucleaire installaties.”

Als gewoon parlementariër terug in zijn kleine, met paperassen volgestouwde kamertje in een van de gebouwen achter het parlement, na acht maanden de eerstverantwoordelijke te zijn geweest voor de Japanse atoompolitiek, legt Eda uit waarom Noord-Korea geen recht van spreken heeft. “De Japanse nucleaire politiek houdt geen enkel verband met het militaire gebruik van plutonium. We zijn daar erg op gespitst. Als minister onderstreepte ik heel sterk vier punten. We hebben geen enkele intentie om een atoommacht te worden. We passen geen enkele technologie toe die in die richting gaat. Onze grondwet verbiedt dat en bovendien hebben we ons ertoe verplicht geen atoomwapens te maken, te introduceren en te bezitten. Onze atoompolitiek gebeurt in samenwerking met de internationale gemeenschap. We staan onder zeer, zeer strikte controle van het IAEA.”

Het plutonium dat Japan aan zijn kernreactors onttrekt is volgens hem trouwens helemaal niet geschikt voor kernwapens, het is alleen geschikt als brandstof voor kernreactors. Eda: “Sommigen zeggen dat dit plutonium explosief is. Maar wij weten niet hoe het explosief kan worden gemaakt, laat staan dat we weten hoe we van dit plutonium kernwapens kunnen maken.”

Met behulp van zijn snelle kweekreactors zou Japan volgens hem plutonium kunnen maken dat wel geschikt is voor kernwapens. Maar van zulke reactors heeft Japan er zo weinig. Pas in het begin van de volgende eeuw moet de eerste demonstratiereactor klaar zijn. Eda: “Japan ligt technologisch twintig jaar achter op het Westen.” Dat Frankijk nog maar het enige Westerse land is dat, ondanks veel technische problemen, doorgaat met snelle kweekreactors, was voor een Japanse regeringscommissie onlangs aanleiding voor te stellen om met de voltooiing van de demonstratiereactor te wachten tot 2030. En als in Japan zo'n commissie iets voorstelt, gebeurt het meestal ook.

Met zijn snelle kweekreactors moet Japan volgens Eda heel voorzichtig zijn. “Daarbij staan we natuurlijk ook onder strenge controle van IAEA. Daaraan is geen twijfel mogelijk. Dus alles bij elkaar is het volslagen onzin om te concluderen dat we bezig zijn een atoommacht te worden. Dat neemt niet weg dat we de internationale gemeenschap steeds van onze goede bedoelingen moeten overtuigen.”

De goede bedoelingen ten spijt, het is allang geen geheim meer dat de Verenigde Staten achter het Noordkoreaanse gevaar het veel grotere gevaar duchten dat Japan zich onveilig weet en in Japan het pleidooi voor een eigen atoommacht de kop opsteekt. Zuid-Korea zou dan snel volgen. Dat zou niet alleen een wapenwedloop doen losbarsten in Azië, het zou in de regio ook de pacificerende Amerikaanse invloed drastisch doen slinken.

Van dat risico is men ook in Tokio doordrongen, en het ministerie van buitenlandse zaken doet er alles aan om in de pas te blijven lopen met Washington, zonder de eigen geopolitieke belangen uit het oog te verliezen. Daarbij dient vooral China, de enige die nog contacten onderhoudt met het bewind in Pyongyang, geen gezichtsverlies te lijden. Serieuze kranten als de Asahi en de Yomiuri pleiten herhaaldelijk voor dialoog en, om de druk op de ketel te houden, voor desnoods sancties, maar bij voorkeur gefaseerd.

Dat neemt niet weg dat in Japan het gevoel van onveiligheid sterker wordt, aangewakkerd door de media. Gisteren deed de politie invallen in het regionale hoofdkwartier van de pro-Noordkoreaanse organisatie in Kyoto en in een school in die stad. Bij de aankoop van grond voor een nieuw schoolgebouw zou de wet zijn overtreden. Zo'n vijfhonderd Koreanen, velen met speldjes op van Kim Il Sung en sommigen huilend, probeerden de inval te verhinderen. Vergeefs. Drie Koreanen raakten bij de schermutselingen gewond en moesten in het ziekenhuis worden opgenomen. De tv-stations lieten het gisteravond vele malen in geuren en kleuren zien. Eerder berichtten de media dat Koreaanse schoolmeisjes, gekleed in traditionele Koreaanse schoolkledij, waren gemolesteerd door enkele Japanners. De daders zijn nog niet gearresteerd.

Vandaag zei de politie van Kyoto dat de inval een vergissing was geweest: bij nader inzien bleek dat de wet niet was overtreden.