Ziekenhuizen melden tekort aan zaaddonoren

ROTTERDAM, 6 JUNI. In een aantal ziekenhuizen heerst momenteel een ernstig tekort aan spermazaad. Het aantal aanmeldingen voor zaaddonoren is afgelopen jaar zo drastisch teruggelopen, dat veertien ziekenhuizen zijn gestopt met het kunstmatig insemineren van vrouwen. De ziekenhuizen behoren tot een groep van dertig ziekenhuizen die geen eigen spermabank heeft maar wel een afdeling voor kunstmatig inseminatie met donorzaad (KID).

De veertien ziekenhuizen zeggen geen genoeg zaad meer van de spermabanken te krijgen. De spermabanken verklaren de daling uit het wetsvoorstel dat kinderen het recht geeft de identiteit van hun biologische vader te weten.

Hoewel de vijftien ziekenhuizen met een eigen spermabank nog niet zijn gestopt met het kunstmatig insemineren van vrouwen, is ook in deze instellingen de verontrusting groot. Bij de spermabank in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam is het aantal meldingen gedaald van 38 in 1992 naar 21 in het vorige jaar. Het AMC levert nu geen sperma meer aan andere ziekenhuizen, omdat het anders een tekort aan donorzaad voor de eigen KID-behandeling vreest.

Bij het Academisch Ziekenhuis in Maastricht meldden zich enkele jaren geleden acht personen per jaar aan. Dat aantal is teruggelopen tot twee à drie per jaar. De wachttijd voor kunstmatige inseminatie met donorzaad is nu meer dan vijftien maanden. Alleen vruchtbare vrouwen die door een medisch probleem van hun partner niet zwanger kunnen raken, komen in Maastricht nog voor behandeling in aanmerking. Lesbische en alleenstaande vrouwen worden slechts geholpen als ze zelf een donor meenemen.

Dr. K. de Bruyn, voorzitter van de Nederlands-Belgische Vereniging voor Kunstmatige Inseminatie, pleit voor een wijziging van het wetsvoorstel. Zo wil hij dat mannen die per se anoniem willen blijven, toch spermadonor kunnen worden. Het kind zou in dat geval wel de beschikking kunnen krijgen over een 'donorpaspoort' waarin gegevens over uiterlijk, karakter en bijvoorbeeld de muzikale voorkeur van de vader zijn opgenomen. Volgens het huidige wetsvoorstel krijgt het kind op 16-jarige leeftijd het recht te weten wie zijn vader is. Het parlement moet het wetsvoorstel nog goedkeuren.