Whitbread-race duurt week te lang voor Brooksfield

Drie Nederlandse zeezeilers hebben afgelopen weekeinde de Whitbread Round the World race voltooid. Alleen Marleen Cleyndert vaart nog op de Atlantische Oceaan. Marcel van Triest, Bouwe Bekking en Peter Tans rusten uit in de jachthaven van Southampton.

SOUTHAMPTON, 6 JUNI. De Italiaanse zestigvoeter Brooksfield ligt er gehavend bij als wachtleider Peter Tans het schip inspecteert. Een gebroken preekstoel, een gebroken spinnakerboom, een gescheurd grootzeil en kapotte railingen. De mast en het roer bleven heel. “Dat was mijn grootste angst. De mast stond te zwieberen als een gek.” Als je de chaos aanschouwt, is het bijna een wonder dat de zeiler er zelf heelhuids is aangekomen.

Tans ziet er redelijk gesoigneerd uit, een etmaal na binnenkomst. Zaterdagmiddag deed hij zijn bijnaam 'De vieze man' alle eer aan. Als een verzopen kat met een verwilderde blik en een rafelige baard van twee weken, zo stond hij de mensen aan de kant toe te zwaaien. Een paar uur eerder had de Brooksfield nog een zware storm doorstaan. “Je had een schitterend uitzicht als je boven op zo'n golf zat.” Of hij blij was om na negen maanden heelhuids thuis te komen, wilde een interviewer weten. “Ik ben niet thuis, maar wel blij”, antwoordde de 35-jarige Tans. “De race duurde een week te lang voor deze boot.”

De Intrum werd genavigeerd door Marcel van Triest, die alom respect afdwong met zijn aanvallende taktiek. Het Europese jacht maakte lange tijd kans op de eindoverwinnig in de W60-klasse, tot langdurige windstiltes bij de evenaar Van Triest parten speelden. De Yamaha won, De Intrum werd tweede. “Er komt op zo'n moment veel geluk bij kijken. Maar dat hoort ook bij de Whitbread.”

Van Triest (29) is het brein van de bemanning. Maar ook het brein kan zich vergissen in de steeds wisselende golfstromen, in de plotselinge windstiltes, in het ijskoude water bij New Foundland. Een kapotte radar veroorzaakte de grootste onzekerheid aan boord van de Intrum. “Zodra je ziet dat de temperatuur daalt naar een graad, weet je dat er een ijsberg in de buurt is.” De kennismaking met een van de grootste gevaren op de oceaan bleef beperkt tot enkele lichte botsingen.

In de laatste etappe van het Amerikaanse Fort Lauderdale naar het Engelse Southampton moet Van Triest zelfs zijn landgenoot Bouwe Bekking voor laten gaan. De Winston eindigde als tweede in de laatste etappe. Een troostprijs voor de als favoriet gestarte boot. Bekking: “Wij hadden een lichte bult onder de kiel. Dat was een blunder. Zo gauw er meer wind kwam, lag de boot op een oor.” Ook zijn Italiaanse navigator Plazzi heeft het volgens de 30-jarige Bekking niet goed gedaan. “Ik heb op de Zeevaartschool meer opgestoken dan hij heeft laten zien.”

In de 'Ocean Village' van Southampton werd het afgelopen weekeinde al druk gespeculeerd over een Nederlandse Whitbread-boot. De nationale topzeilers zeggen er wel wat voor te voelen. Peter Tans had zijn buik vol van de Italiaanse bemannning op de Brooksfield. “De zeilers waren goed, maar de organisatie was een beetje chaotisch. ” Hij vertelt over de veel ruzies aan boord. Vier bemanningsleden hebben de Brooksfield voortijdig verlaten. “Ik heb er ook even aan gedacht, maar ik kan beter aan boord zitten kniezen dan thuis”.

Voor Van Triest is “het schipper zijn niet m'n grootste ambitie”. De navigator wil zich verder gaan toeleggen op de beschikbare software. “Als er ergens een grote verbetering te halen, dan is het daar.” Hij stopt zijn eigen geld in het onderzoekswerk, maar verwacht dat de resultaten de kosten terugbetalen. Een eventuele Nederlandse boot ziet hij wel zitten. “Maar ik ben niet van plan zelf een sponsor te gaan zoeken. En ik heb geen flauw idee hoeveel naamsbekendheid ik in Nederland heb.”

Bouwe Bekking werd gedurende twee etappes vergezeld door de Amerikaanse topzeiler Dennis Conner. Hij is de grote man van de America's Cup, het prestigieuze evenement tussen landenteams. De kans bestaat dat Bekking volgend jaar van de partij is. “Ik heb er met Dennis over gesproken. Eind deze maand neem ik een beslissing.” Wanneer Bekking inderdaad in de Verenigde Staten gaat varen, behoort hij zeker niet tot de bemanning van een toekomstige Nederlandse Whitbread-boot. De voorbereidingen voor de volgende race beginnen aanstaand najaar. Dan moet een hoofdsponsor zich hebben aangediend, moet de ontwerper de eerste schetsen op papier zetten.

Een Whitbread-project kost al gauw tien á vijftien miljoen gulden. De sponsor die zo veel geld wil stoppen in een wedstrijdboot, is afhankelijk van televisiebeelden. Volgens Tans zijn in Southampton de eerste gesprekken gevoerd met een nationale omroep. Maar de broodnodige geldschieter heeft zich voorlopig nog niet aangediend. “Een bedrijf met de kennis en de wil schieten mij niet zomaar te binnen”, aldus Van Triest.

De Intrum werd bemand door negen verschillende nationaliteiten, want de sponsor wilde naamsbekendheid over heel Europa. Net als in de wielersport bestaat een zeilploeg tegenwoordig uit een bont gezelschap van individualisten, die het grote geld verkiezen boven de nationale driekleur. Van Triest: “Ik heb bijna twee jaar geen Nederlands gesproken.” Maar Bekking benadrukte gisteren dat “hij best wel een beetje chauvinistisch is”. En Tans bleek bij aankomst bijzonder geïnteresseerd in de laatste ontwikkelingen op de vaderlandse voetbalvelden.

Het gemengde Oranje-gevoel van drie wereldreizigers. Van Triest heeft zijn Rotterdamse appartement opgezegd en verhuist naar Mallorca. Bekking reist eerst naar Duitsland en wellicht door naar de Verenigde Staten. En de geboren en getogen Groninger Tans woont de komende maanden in Frankrijk. Alle drie gaan ze korte en goed betaalde wedstrijden varen. De pleziervaart bestaat niet meer. “Parachutespringen in Nieuw-Zeeland vond ik een groter avontuur”, zegt Tans. De dramatiek van de woelige baren ligt verscholen achter een vette bankrekening.