Straatje vegen op zijn Rotterdams

Voor buitenstaanders was het een merkwaardig fenomeen: duizenden Rotterdammers met gele petjes en gele bezems die vorige week zaterdag 1.364 straten veegden. Een eruptie van burgerzin, die volgens het bureau sociale vernieuwing “uniek Rotterdams” is: “We hebben gekozen voor een schreeuwerige campagne, voor platte marketingsmechanismen, met een huiskleur - geel-, een mascotte en een lied.”

De gelden van de sociale vernieuwing zijn nu overgeheveld naar de Rotterdamse deelgemeenten. Jaarlijks kunnen de plaatselijke bestuurders vijftig 'Opzoomerzegels' ter waarde van drieduizend gulden uitdelen om 'initiatieven van onderop' met een gemeentelijke dienst te belonen. Alweer een 'platte marketingstechniek', aldus Frank Nesselaar van het bureau 'Opzoomerdag': “Koop ons wasmiddel en u krijgt een teddybeer gratis. Veeg uw straatje, en de politie loopt een paar extra rondjes door uw straat of Gemeentewerken plaatst een nieuw zitbankje.”

Opzoomerdag is een passende afsluiting van de Rotterdamse sociale vernieuwing. De term werd in Rotterdam uitgevonden en is daar ook het meest ambitieus aangepakt. Rotterdammers moesten weer leren zelf de handen uit de mouwen steken en met hun buren samen te werken. En ambtenaren moesten verder kijken dan de bureaucratische belangen en regels van hun eigen dienst.

Deze grootschalige, didactische aanpak wekt grote verwachtingen. Chris Hooymayer, bewoner van de Opzoomerstraat en mede-uitvinder van het 'opzoomeren', vreest daarom de “oorverdovende stilte” na Opzoomerdag. “Niks is demoraliserender dan de bewoners eerst enthousiast te maken en dan te zeggen: zoek het verder maar uit. En bij mijn deelgemeente, Delfshaven, heb ik de indruk dat vinden dat al dat geveeg weinig zoden aan de dijk zet.”

Ook Jan Schoonhoven, Opzomeraar van het eerste uur, waarschuwt voor de grenzen van de nieuwe burgerzin. Zijn Volmarijnstraat is zonder twijfel een van de gezelligste straten van Rotterdam geworden: gevellampjes, geveltuintjes, verkeersheuvels met een paddestoelmotief, zandbakken, speeltuintjes. De bewoners hebben zelf houtsculpturen en een bronzen standbeeld aangeschaft.

Maar hoe hard de bewoners ook vegen en timmeren, in de Volmarijstraat wordt nog steeds ingebroken. Het aantal autokraken en kleine vernielingen is nauwelijks afgenomen. Want aan het ene kant liggen de seksclubs en koffieshops van de 's Gravendijkwal, aan de andere kant lopen de straatdealers en heroïnehoertjes van de G.J. de Jonghweg, een straat verderop bruist het duistere nachtleven van de Nieuwe Binnenweg. Dat zijn realiteiten waar niet tegen op valt te zoomeren, erkent Schoonhoven. “Al doen we nog zo ons best, de politie moet uiteindelijk zorgen voor veiligheid.”

Op zeven Rotterdamse pleinen blijft een ander souvenier van Opzoomerdag achter: de 'Duimdropjes', containers vol rolschaatsen, damborden, springtouwen en ander speelgoed. De 'Duimdropclub' van het Ammersooisenplein telt nu 338 leden, de plaatselijke opbouwwerker is enthousiast: “De kinderen hebben op een heel speelse manier geleerd verantwoordelijk te zijn voor hun omgeving.”

Maar voor Oppie Opzoomer van de kinderboerderij 'De Kooi' kwam dat te laat. Het pasgeboren kalfje, genoemd naar de mascotte van Opzoomerdag, werd op die dag door twee zevenjarige jongetjes gestenigd en met stokken geslagen, totdat het in paniek tegen een hek rende en zijn nek brak. De kinderen zeiden het beest bewust te hebben doodgepest, de ouders beschouwden dat desgevraagd niet als kwalijk gedrag.