Sioux-indiaan John Trudell slaat twee dagen zijn kamp op in ons land; 'Ik zing niet, ik ben een verhalenverteller'

John Trudell en band treden op in Paradiso, Amsterdam (6/6) en Rotown, Rotterdam (7/6).

De rockdichter John Trudell profileert zich nadrukkelijk als een 'native American'. Als vroegere voorzitter van The American Indian Movement verruilde hij de politiek voor het nomadenbestaan van de popmuzikant. “Ik schrijf geen songs, maar gedichten.”

John Trudell weet niet waaraan hij de bijnaam 'Graffiti Man' heeft te danken. “Ik ben er de persoon niet naar om muren te bekladden met een spuitbus. Het soort herkenningsteken dat ik wil achterlaten is graffiti voor de geest.”

Als een indiaanse Lou Reed brengt Trudell zijn poëtische teksten op de maat van een stevige rockbegeleiding. Op muzikaal gebied is Trudell een laatbloeier. Eind jaren zeventig was hij voorzitter van The American Indian Movement (AIM). Pas later legde hij zich toe op het schrijven van teksten. Vrienden als gitarist Jesse Ed Davis en zanger Jackson Browne hielpen hem om zijn gedichten op muziek te zetten.

Pas nadat de oude Bob Dylan zich in gunstige zin had uitgelaten over een van de cassettes die Trudell in eigen beheer verspreidde, werd hem een platencontract aangeboden. Zijn debuutalbum AKA Graffiti Man verscheen in 1992 en tot zijn verbazing werd hij op grond daarvan uitgenodigd om op diverse Europese popfestivals op te treden. Metropolis in Rotterdam en het Deense Roskilde waren getuige van Trudells indringende visie op de belevingswereld van de 'native Americans'.

Er bestaan nog vele tientallen indianenstammen in de Verenigde Staten, elk met hun eigen taal en gebruiken. Gevraagd naar de betekenis van de songtitel Wichitai-To van Jim Pepper, een plaatje dat in de jaren zeventig veel op de Nederlandse radio te horen was, moet Trudell het antwoord schuldig blijven. “Ik ken het lied, maar ik versta het niet omdat het in een andere taal is gezongen. Zelf behoor ik tot de Sioux. Ik ben opgegroeid in een reservaat in Nebraska, waar mijn stam vandaan komt. Momenteel woon ik in Californië. Het nomadenbestaan zit me nog steeds in het bloed, want ik sla mijn kamp op op de plaatsen waar ik iets te doen heb.”

Als voorzitter van AIM deed hij nuttig werk, vindt Trudell, maar op den duur wogen de politieke aspecten hem te zwaar. “De rechten van de oorspronkelijke bewoners van Amerika worden nog altijd met voeten getreden. Als woordvoerder kon ik me dienstbaar maken, maar er kwam een moment waarop ik me los moest maken van politieke organisaties om mijn eigen mening te verkondigen. Het grootste probleem is de verpletterende armoede die er heerst onder mijn volk, en de vooroordelen die er bestaan tegen gekleurde mensen.

“Wetten worden gebruikt als stokken om ons te slaan en onze economische basis is weggevallen op het moment dat het land van ons werd afgenomen. Omdat de indiaanse cultuur zo verbrokkeld is, kampen veel mensen met een identiteitsprobleem. Ieder moet daar voor zich uit zien te komen, maar ik steek de helpende hand toe door muziek te maken waarin onze gezamenlijke achtergrond en cultuur niet worden verloochend.”

Trudells nieuwe album Johnny Damas And Me bevat traditioneel indianengezang van Quiltman, een 'native' uit Oregon die een mysterieuze dimensie toevoegt aan opzwepende rocknummers als Rant And Roll. “Ik kende Quiltman uit mijn politieke dagen,” zegt Trudell. “Oorspronkelijk hadden we het idee opgevat om zijn gezang en mijn poëzie samen te voegen. Jesse Ed Davis heeft het uit die etnische sfeer getrokken, door rockmuziek bij mijn gedichten te bedenken. Later heb ik Quiltman er toch weer bij gevraagd, om er zeker van de zijn dat onze traditie in de muziek tot uiting zou komen.

“We maken geen gebruik van rituele gezangen, hoewel sommige klanken een religieuze betekenis hebben. Indianen leven dichter bij de natuur. De aarde is onze moeder en we hebben respect voor onze leefomgeving. Het valt niet mee om die mentaliteit vol te houden in de huidige moderne wereld, maar het zijn waarden die ik in mijn muziek wil laten doorschemeren.”

In de pop-encyclopedie staat Trudell vermeld in het hoofdstuk 'singer/songwriters'. Trudell vindt dat wel amusant, omdat hij zijn teksten niet zingt maar spreekt en hij geen songs maar gedichten schrijft. “Ik ben geen zanger of rapper. Het liefst beschouw ik mezelf als een verhalenverteller. De cadans van een rap-beat zou een beperking voor me zijn. Bij mij zijn de teksten er eerst en wordt de muziek er later omheen verzonnen. Op die manier kan ik zelf het tempo bepalen. Ik werk graag met rockmuzikanten, omdat ze me een welkome afwisseling bieden voor het kluizenaarsbestaan waartoe ik als eenzame dichter veroordeeld zou zijn.”