Per schuit langs nonnen en berevellen

Op het verlaten kerkhof staan half vergane grijze kruizen schots en scheef. Opeens verschijnt een prediker in het zwart. “Adem de lucht. De ketenen van vroeger zijn verbroken. Wees niet bang voor wat komen gaat. Sta op en ga dansen! Kus uw liefste!”, roept hij, met een variant op Prediker. In het trieste kerkje met kapotgeslagen ramen staan onthoofde Mariabeelden.

Het tableau vivant is onderdeel van 'Watergang', een theaterspektakel in het kader van de viering van het 400-jarig bestaan van de provincie Groningen. Honderden mensen maakten dit weekeinde op een dekschuit een vaartocht door de historie. “De beste preek sinds jaren”, zegt een man op de dekschuit vol overtuiging. Het is één van de weinige opmerkingen die worden gemaakt. De meeste toeschouwers die dicht opeengepakt onder de paraplu's de regenbuien trotseren, volgen de taferelen ademloos.

De reis in Watergang voert door de eeuwen heen. Op een voormalig slibdepot van de provincie bij het Aduarderdiep in Hoogkerk is een vestingstadje nagebouwd. Speciaal voor het theaterproject is een 600 meter lange vijfhoekige gracht gegraven, waar omheen metershoge dijken en wallen zijn aangelegd. De reizigers door de tijd beginnen hun tocht in de prehistorie. De boot vaart op enkele meters langs Groninger voorouders in berevellen die konijnebouten roosteren en met een lange tak vissen uit het water proberen te vangen. De boot dobbert langs in grijs gehulde monniken, die een dijk bouwen. Gezang klinkt op en de klok in het klokketorentje slaat viermaal.

Een kwakzalver prijst het 'water van de eeuwige jeugd' aan, maar een kind sterft onder zijn handen. Op de achtergrond zien de toeschouwers rode vlaggen wapperen van de toren van het kasteel. Ze horen het gekras van vier nonnen die met ganzeveren schrijven en varen vervolgens door naar een zeemeermin die temidden van scheepswrakken lonkend zingt: “Zink in het water, sterf even later.” Ze ontwaren een jutter die in een verdronken dorp rondkijkt. Het tafereel symboliseert de Marcellusvloed, die omstreeks 1235 32 dorpjes opslokte, toen de Dollard het land overspoelde.

Dan verschijnt de strijd om de stad Groningen. De reis eindigt daar in 1594, het jaar waarin Maurits en Lodewijk van Nassau de stad Groningen veroverden op de Spanjaarden. De Nassaus dwongen de stad één gewest te gaan vormen met de Ommelanden. Stad en Ommelanden vormden het zevende gewest van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De verkleumde toeschouwers stappen aan land, en spoeden zich door de stadspoort naar het middenterrein. In het stadsgewoel van waarzeggers, kaartleggers en een heuse uitkijktoren warmen sommigen zich aan de het rooster van een ronddraaiend varken aan spit.

Bedenker van Watergang is de Groninger decor- en lichtbouwer Henk Kraayenzank, die een half jaar met 90 toneelspelers en 35 decorbouwers aan de uitvoering werkte. Oorspronkelijk was hij plan om in een grote cirkel 2.000 fietsen aan elkaar te lassen en als een carrousel te laten ronddraaien, maar dit bleek niet haalbaar. Hij kwam uit bij de meer toepasselijker dekschuit met tribunes die langzaam door de stadsgracht vaart. Kraayenzank gebruikte de vele oude Groningse verhalen, legden, mythen en sagen als basis voor Watergang. De taferelen met de monniken zijn bijvoorbeeld gebaseerd op de kronieken van de witte monniken Emo en Menko, die in de Middeleeuwen in het grote klooster in Wittewierum woonden. Kraaijenzank: “Volksverhalen boeien me. De beide monniken studeerden in Orléans en Oxford en werden vervolgens naar een uithoek in Groningen gestuurd. Met de Beeldenstorm is het klooster in Wittewierum verdwenen.”

Hij vermeed een weergave van de Groninger geschiedenis met vuurwerk en spektakelgevechten. “Praktisch gezien was dat onmogelijk. Je kunt bijvoorbeeld geen beelden in elkaar slaan, want de volgende tien minuten vaart er weer een nieuw schip met toeschouwers voorbij die hetzelfde tafereel moeten zien. Watergang doet meer een beroep op het poëtische en associatieve.” Reizigers varen door mist, luchtbellen, rook en ze horen geheimzinnige muziek. “Ik heb niet de pretentie gehad een compleet historisch overzicht te geven. Ik heb puur gevoelsmatige keuzes gemaakt. Toeschouwers maken een soort ontdekkingsreis die hen laat zien hoe ontroerend en kwetsbaar de mens is.”