Operatie Overlord voor nazi-Duitsland begin van het einde

De geallieerde landingen in Normandië, vandaag vijftig jaar geleden, ontnamen nazi-Duitsland de illusie dat het de oorlog kon winnen. Logistieke overmacht en luchtoverwicht maakten operatie Overlord een succes. Tijdens hun opmars door Frankrijk pinden de Amerikanen, Britten en Canadezen de Duitse divisies vast die Hitler zo bitter nodig had aan het Oostfront. Tien maanden later was Europa bevrijd.

Precies vijftig jaar geleden, om deze tijd, konden geallieerde commandanten van de grootste invasiemacht uit de geschiedenis met voldoening terugkijken op een etmaal dat later 'de langste dag' werd genoemd. Toen op 6 juni 1944 de avond viel, hadden meer dan 130.000 Amerikaanse, Britse en Canadese troepen met hun uitrusting op bruggehoofden in Normandië vaste voet aan wal gekregen. Noemde de Britse premier Winston Churchill de geallieerde overwinning in de tankslagen bij El Alamein in 1942 nog 'the end of the beginning', D-day luidde voor nazi-Duitsland werkelijk het begin van het einde in.

In het voorjaar van 1944 was meer dan tweederde van de Duitse Wehrmacht in gevecht met de Sovjet-strijdkrachten. Hitler en de Duitse legertop haalden dan ook opgelucht adem toen de lente-modder voorlopig een eind maakte aan de Russische opmars aan het Oostfront. In Italië maakten de geallieerde legers door het bergachtige terrein en de verbeten tegenstand van de Duitse troepen weinig vorderingen. En ook op de Balkan verwachtte niemand op korte termijn een politieke ommezwaai of een militaire doorbraak. Bezet Europa vroeg zich af wanneer de Britten en Amerikanen nu eindelijk de sprong naar het hart van de Festung Europa zouden wagen.

Die vraag hadden de geallieerden zichzelf al jaren gesteld, maar de militaire situatie stond de gewaagde oversteek niet toe. Maar nu was de onderzeebootoorlog in de Atlantische Oceaan gewonnen. De VS hadden na hun beslissende zee- en luchtslagen tegen Japan in de Stille Oceaan de handen min of meer vrij. De geallieerde landingen in Noord-Afrika en Italië in 1942 en 1943 hadden de geallieerden voldoende vertrouwen gegeven in de techniek en het nut van amfibische operaties. En de daarop volgende campagnes toonden aan, dat de Duitsers niet zo onoverwinnelijk waren als ze tijdens de Blitzkrieg nog hadden geleken.

Begin 1944 was bovendien aan de logistieke voorwaarden voldaan. Er waren voldoende landingsschepen gebouwd, Groot-Brittannië was één grote vliegbasis en legerplaats geworden. De contouren van operatie Overlord, zoals de invasie werd gedoopt, begonnen zich af te tekenen. De Amerikaanse generaal Dwight D. Eisenhower werd opperbevelhebber van de gecombineerde strijdmacht. De Britse generaal Bernard S. Montgomery kreeg de leiding over de landstrijdkrachten.

Waar moesten de troepen aan land gaan? In beginsel kwam de hele 5.000 kilometer kustlijn van de Noordkaap in Noorwegen tot aan het Zuidfranse Biarritz daarvoor in aanmerking. Maar - zo besloten de geallieerden al in 1943 - om zo dicht mogelijk bij het Duitse 'industriële hart' te kunnen aanvallen, was de keuze beperkt tot 500 kilometer Franse kustlijn. Dat zou tevens luchtoverwicht mogelijk maken van in Engeland gestationeerde vliegtuigen.

Ook de Duitsers concludeerden dat de invasie tussen Cherbourg op het Normandische schiereiland Cotentin en de Frans-Belgische grens te verwachten viel. Daar lag dan ook het zwaartepunt van de Duitse Atlantik Wall, een statische verdedigingslinie van betonnen kazematten, mijnenvelden en obstakels aan de kust en in zee. De Duitsers dachten dat de geallieerden de kortste weg zouden kiezen en nabij Calais zouden landen. De keuze viel echter op de Seine-baai, aan de oostkant van Cotentin. Het Amerikaanse Eerste Leger onder generaal Omar Bradley kreeg de westelijk gelegen stranden met de codenamen Utah en Omaha toegewezen. Het Britse Tweede Leger kreeg de oostelijker gelegen stranden Gold, Juno en Sword. Op Juno zouden ook Canadezen landen.

Een grote misleidingsoperatie - codenaam Fortitude - moest de Duitsers vóór de landingen ervan overtuigen dat de invasievloot het Nauw van Calais zou oversteken. En ná D-day moest de indruk worden gewekt dat de landingen in Normandië slechts een afleidingsmanoevre waren voor de echte landingen. De Amerikaanse generaal Patton, die zich op Sicilië had onderscheiden, kreeg daarom het bevel over een schijnstrijdmacht die in het oosten van Engeland werd samengetrokken.

Complete divisies van opblaastanks en triplex vrachtauto's stonden rijen dik op namaaklegerbases opgesteld. In de monding van de Thames lagen neplandingsvaartuigen afgemeerd en de ether was gevuld met het radioverkeer van niet-bestaande eenheden. Duitse verkenningsvliegtuigen werd af en toe een blik gegund op deze façade. Duitse spionnen die in werkelijkheid werden gecontroleerd door de Britse contraspionagedienst, bevestigden het verkeerde vermoeden van hun meerderen in Berlijn.

Hoe sla je een bres in een formidabele kustverdediging? De desastreus verlopen proeflanding bij Dieppe in 1942 had in ieder geval duidelijk gemaakt hoe het niet moest. De lessen van 'Dieppe' waren drieledig. Ten eerste bleek dat het scheepsgeschut en bombardementsvluchten de tegenstander niet volledig konden uitschakelen. Zodra de voorbereidende beschietingen stoppen, kruipen de verdedigers uit de schuilplaatsen, op tijd om de landingsvaartuigen te beschieten. Anders dan bij Dieppe zouden deze dus ook moeten beschikken over geschut.

Daarnaast bracht 'Dieppe' de behoefte aan gespecialiseerde voertuigen aan het licht. De Britse generaal Hobart ontwierp met het oog hierop zogeheten 'vlegeltanks', die met behulp van rondzwiepende kettingen een pad door een mijnenveld konden banen; drijvende tanks, die uit de kust te water konden worden gelaten en naar het strand voeren; en een tank die was uitgerust met een kanon dat met een enkel schot een hele bunker kon uitschakelen.

Ten derde bleken kunstmatige havens nodig. Hiertoe werden betonnen caissons geconstrueerd, met daaraan pieren die op eb en vloed konden meebewegen. De havens kregen de codenaam Mulberry en zouden tot voor het badplaatsje Arromanches worden gesleept en daar worden afgezonken. Kleine lichters zouden heen en weer moeten varen tussen de Mulberry-havens en de vrachtschepen die verder uit de kust bleven.

En voor het transport van brandstof - in de eerste drie weken zouden 150.000 wiel- en rupsvoertuigen aan land worden gezet - was voorzien in een flexibele leiding vanaf de Engelse zuidkust, die van een reusachtige haspel moest worden afgerold tot Arromanches: Pluto - voor 'PipeLine Under The Ocean'.

Geallieerde luchtlandingstroepen zouden het kwetsbare bruggehoofd op de flanken moeten beschermen tegen Duitse versterkingen uit het westen en het oosten. Ten noorden van Caen moest de 6de Britse luchtlandingsdivisie daarom de bruggen over de rivier de Orne veroveren. Aan de westkant, tussen Carentan en de kust, lagen de landingszones van de Amerikaanse 82ste en 101ste luchtlandingsdivisie.

De Duitse legerleiding wachtte intussen met gematigd optimistisme de landingen af. Het verzoek om noodzakelijke versterkingen werd wegens de situatie aan het Oostfront slechts mondjesmaat gehonoreerd. En dan gingen die ook nog hoofdzakelijk naar het Nauw van Calais. Het transport van Duitsland naar Frankrijk werd ernstig belemmerd door geallieerde bommenwerpers die maandenlang alle spoorwegknooppunten en onderhoudswerkplaatsen bestookten.

De twee veldmaarschalken die het bevel voerden over de Duitse legers in dit deel van Frankrijk, Gerd Von Rundstedt en Erwin Rommel, kregen het ook nog met elkaar aan de stok over de beste verdedigingstaktiek. Von Rundstedt wilde een 'mobiele reserve' van pantserdivisies in het achterland houden om een eventuele doorbraak het hoofd te bieden.

Rommel, een improvisator die zijn sporen vooral had verdiend tijdens de bewegingsoorlog in de Libische woestijn, pleitte er merkwaardig genoeg voor de tanks in kleine groepjes direct achter de kust op te stellen. “De hoogwaterlijn is onze laatste verdedigingslinie”, aldus Rommel in zijn instructies aan de commandanten. Zijn belangrijkste beweegreden hiervoor was dat de geallieerden met hun luchtoverwicht elke verplaatsing van Duitse pantsereenheden vanuit het achterland naar de bedreigde plaatsen konden frustreren. De uitkomst van het conflict was een vlees-noch-vis-compromis waarbij beide Duitse bevelhebbers ieder een paar tankdivisies naar eigen inzicht opstelden.

Ook binnen het geallieerde opperbevel bestond onenigheid die de gebruikelijke rivaliteit tussen generaals oversteeg. Zo wilde Eisenhower na Overlord een landing uitvoeren in Zuid-Frankrijk, operatie Anvil geheten. Montgomery vond het verspreid inzetten van de beschikbare middelen onnodig en zelfs gevaarlijk. Eisenhower hield vast aan Anvil. De animositeit tussen Amerikaanse en Britse bevelhebbers zou tot het einde van de oorlog bestaan.

Op 4 juni voorspelden Eisenhowers meteorologen dat een kleine opklaring tussen de Atlantische depressies de landingen op 6 juni mogelijk zou maken. Na kort overleg met de bevelhebbers van de verschillende strijdmachtonderdelen besloot hij: “OK, we'll go”.

Het Duitse weerbericht maakte van de opklaring geen melding. Rommel vertrok daarom met een gerust hart voor familiebezoek naar zijn woonplaats Ulm in Duitsland. Volgens de Duitsers maakten het tij en het weer een landing op korte termijn onwaarschijnlijk. De invasievloot was toen al uitgevaren. Op 5 juni 's avonds zetten transporttoestellen met parachutisten koers naar hun afwerpzones, die op de grond met lichten worden gemarkeerd door eerder afgesprongen pathfinders. Veel van de toestellen slepen zweefvliegtuigen, eveneens geladen met parachutisten en materieel. Wanneer de piloten van de zweefvliegtuigen ver beneden zich in het maanlicht hun doelen herkennen, koppelen ze af. Aan de oostkant, in de monding van de Orne, landen de zweefvliegtuigen bijna op de Pegasus-brug die ze moeten veroveren. Niet opgemerkt door de Duitse schildwachten slagen ze daar in korte tijd in.

De Amerikaanse luchtlandingen verlopen minder gesmeerd. Veel parachutisten springen boven de verkeerde lokaties en komen in de uitgestrekte gebieden terecht die de Duitsers onder water hebben gezet. Voor sommige eenheden duurt het dagen voordat ze contact maken met de eigen troepen.

Dat de tamelijk chaotische landingen slagen, komt niet in de laatste plaats door de verwarring die zij veroorzaken. In het Duitse hoofdkwartier worden de berichten over de overal opduikende parachutisten afgedaan als paniekzaaierij. Aan het begin van de oorlog hadden de Duitsers immers zelf gezien wat voor psychologisch effect hun eigen Fallschirmjäger hadden gehad. Deze Duitse reactie werd doelbewust opgewekt door hier en daar met zand gevulde jute poppen te laten neerdalen. Als deze de grond raken, knalt vuurwerk.

Het Uur-U voor het ontschepen van de eerste aanvalsgolven verschilt per strand. Rotsformaties en onderzeese obstakels moeten, afhankelijk van het tij, zichtbaar zijn of juist diep onder water blijven om de landingsvaartuigen ongehinderd naar de aangewezen plaatsen te kunnen navigeren.

Gold; Uur-U: 7.25. Van de ervaren Britse troepen die aan land gaan, lijdt een groot deel aan zeeziekte. Vlegeltanks maken in korte tijd stroken strand mijnenvrij. De Duitse kanonnen in de bunkers hebben maar een beperkt schootsveld en worden vanuit hun 'dode hoek' door tanks uitgeschakeld. Het zuiveren van de versterkte kustdorpjes duurt tot in de middag.

Juno is toegewezen aan een Canadese divisie. Die landt door het onvoorspelbare getij bijna een half uur te laat (Uur-U: 7.35) Het tij, dat hoger is dan verwacht, tilt de meeste landingsvaartuigen echter over de onderzeese obstakels heen. Na hevige gevechten bezetten de Canadezen de belangrijkste strandovergangen. Daarna zijn de problemen meer van logistieke aard: de smalle doorgangen kunnen de toevoer van mensen en materieel niet verwerken.

Het Sword-strand is potentieel misschien wel het gevaarlijkste. De Britse divisie die hier om 7.25 uur aan land gaat, kan volgens de inlichtingendienst een Duitse pantserdivisie tegenover zich vinden. Die vertoont zich echter pas als genoeg Brits anti-tank geschut is opgesteld. De Duitse tanks trekken zich terug. De gelande troepen maken al snel contact met de parachutisten die nog steeds de bruggen over de Orne bezet houden.

Op Utah - Uur-U: 6.30 - loopt de landing bijna helemaal volgens plan. Amerikaanse infanterie rolt, ondersteund door tanks, de kustverdediging op en begint al om acht uur 's ochtends de opmars landinwaarts. Ook daarbij ondervinden zij weinig hinder doordat de luchtlandingstroepen de Duitse verdediging in het achterland al de hele nacht onder vuur hebben genomen.

Hoe anders is dit op Omaha. De kustverdediging blijkt versterkt met een deel van een Duitse infanteriedivisie die de geallieerde inlichtingendiensten elders vermoeden. De voorbereidende beschieting ondervindt hinder van rook en stof. De landingsvaartuigen en amfibische tanks worden om half acht 's ochtends achttien kilometer buiten de kust te water gelaten. Vele gaan de diepte in, hetzij door de ruwe zee, hetzij door de vijandelijke artillerie die genoeg tijd heeft om te richten.

De Amerikanen hadden de meeste van Hobarts uitvindingen niet willen gebruiken, maar dat komt ze vooral op Omaha duur te staan. Wanneer de eerste manschappen over de neergelaten kleppen van de boten het strand op stormen, komen ze niet verder dan Rommels hoogwaterlijn. Veel overlevenden werpen hun bepakking af en zoeken de relatieve veiligheid van het zeewater op, met alleen het hoofd boven water. Pas nadat marinevaartuigen de opdracht hebben gekregen direct vuur te leggen op Duitse kuststellingen - overigens dat ze zonder rekening hoeven te houden met de eigen troepen - verbetert de situatie.

Het had nog slechter kunnen aflopen. Op de kliffen ten westen van Omaha treffen Amerikaanse Rangers alleen het betonnen omhulsel van een kustbatterij aan, die de ankerplaats bestrijkt. Van een andere wel volledig uitgeruste batterij op de rotsen blijkt de bemanning de benen te hebben genomen. Doordat de inzet van D-day zo groot was, leek Overlord ook een zeer gewaagde gok. Militaire historici zijn het er tegenwoordig wel over eens dat de Duitsers hun nederlaag in Normandië hooguit hadden kunnen uitstellen. Overlord was, kleinere taktische tegenvallers ten spijt, in grote lijnen volgens plan verlopen, al was de terreinwinst aan het eind van de dag geringer dan voorzien. Het aantal geallieerde doden bedroeg circa 2.500 - een kwart van het verwachte aantal. Aan Duitse zijde lag dit aantal iets hoger. Er vielen circa 7.500 gewonden.

Het absolute luchtoverwicht en de grote voorraden aan manschappen en materieel waaruit de geallieerden konden putten, stonden garant voor een overwinning. De opbouw van de strijdmacht die in het hart van Duitsland halt moest houden, kon beginnen. Deze troepenmacht bond tevens divisies die Duitsland nu niet aan het Oostfront kon inzetten.

Von Rundstedt wist na korte tijd al de uitkomst van de wedloop die in wezen logistiek was. Terwijl de Amerikanen en Britten zich in de weken daarna in het Normandische bocage-landschap nog van heg naar heg vochten, waarschuwde hij het Duitse opperbevel bij Berlijn over de onmogelijkheid de geallieerden terug in zee te gooien. “Wat moeten we doen?”, vroeg de daar aanwezige veldmaarschalk Wilhelm Keitel. Waarop Von Rundstedt antwoordde: “Maak een einde aan de oorlog, idioten”. Dat advies werd, zoals bekend, in de wind geslagen.