Ontmoeting met vos-5

Je ziet ze maar hoogst zelden, zij jou veel vaker: vossen. Mijn score staat nu op vijf. Zeven jaar geleden, 's nachts, stond de eerste ineens in de stralenbundel van mijn auto, verdacht dicht bij een vuilcontainer van een restaurant in de duinen bij Wassenaar. Mijn tweede vos volgde een of twee jaar later, honderd of tweehonderd meter verder: op een regenachtige ochtend rende hij voor mijn auto de weg over. Die vossen in de duinen veroorzaken overigens veel gedonder in vogelbroedkolonies en onder natuurbeschermers, en het een hangt met het ander samen. De vossenlobby pleit voor een natuurlijk evenwicht tussen vossen en meeuwen, de meeuwenlobby wil liever een evenwicht tussen vossen en jagers.

Feit is ondertussen dat het aantal broedende vogels in de duinen bij Wassenaar de laatste tien, vijftien jaar dramatisch is gekelderd, en dat het aantal vossen fors is toegenomen. In mijn achtertuin, een paar kilometer van het dichtstbijzijnde duin, zijn al twee kippen en een cavia opgegeten. En bij een winteravondinspectie van de geitenstal, anderhalf jaar geleden, had een van mijn twee geiten, een dwerggeit ter grootte van een flinke vos, een tremor van zeker tien hertz en een amplitude van zeker twee centimeter over haar hele vel: een reactie die ze alleen vertoont als er een hondachtige in de buurt is of is geweest. De andere geit, minstens zes keer zo groot als een vos, was onrustig. De vos die eerder uit hetzelfde onderkomen twee kippen had weggekaapt, was vermoedelijk langs geweest om te zien of er al nieuwe waren gekocht, quod non.

De derde vos die ik zag was de eerste waarvan ik dag, tijd en topografische-kaartcoördinaten noteerde: 26/6/1989 - 22.15 - 458.50/186.95, ofwel ergens in de noordoosthoek van de Hoge Veluwe. Eerst wat geritsel in dorre beukebladeren, en toen ineens vos-3 zelf, op een meter of vijftig: eerst een paar tellen stokstijf, daarna verdween hij met enkele grote sprongen in struiken en inzettende duisternis.

Vos-4 was de meest onverwachte. Tussen de ingang van het Deelerwoud en de bijbehorende parkeerplaats aan de weg Hoenderloo - Deelen, ofwel op 453.60/189.40, loopt in oost-west richting een smal zandpad met hier en daar dichte begroeiing aan weerszijden. Op 27 maart 1992, om 18.40, stak vos-4 dat pad in zuid-noord richting over, op vijf, hooguit tien meter voor me. Als hij het een meter achter me had gedaan was hij nummerloos gebleven, want te horen was er niets. In zijn bek had vos-4 iets doods met veel veren, hij was de meest roodbruine vos van alle vijf, en hij was vooral ook opmerkelijk groot. Zelf was hij al uit beeld toen zijn staart nog overstak. In totaal liet hij zich hooguit een seconde zien - zo smal was het pad, zo dicht de vegetatie, en zo snel de vos - maar dan ook heel duidelijk. Wat ik zag, zag ik vooral door later het beeld af te lezen dat in die seconde in mijn geheugen was vastgelegd.

En toen dus vos-5, op 13 april 1994 om 16.30 uur op 453.60/189.40, ofwel midden in de Hoge Veluwe naast de autoweg. Duur van de waarneming: enkele minuten. Afstand vos - mens: variërend van vijftien tot vijf meter.

Als je voor het eerst in ruim twee jaar een vos ziet, sta je meteen bovenop je rem. Maar haast was even overbodig als voorzichtigheid. Pal naast het asfalt scharrelde hij wat door het hoge gele gras, een beetje alsof hij iets kwijt was. Soms keek hij even naar de auto, meestal naar de grond. Na een minuut of daaromtrent opende ik het portier zo zacht mogelijk, en stapte behoedzaam met mijn fototoestel richting vos. Het hinderde hem niet in het minst, ook niet toen ik even hard liep als hij om in z'n buurt te blijven en foto's te maken. Al die tijd keek hij me af en toe aan, om dan weer met zijn neus bij de grond heen en weer te rennen. Als hij zich aan me ergerde, was het waarschijnlijk omdat ik niet hielp zoeken.

Na een paar minuten beëindigden we de bijeenkomst: hij koerste het terrein in, ik naar huis.