NK-springen in teken van Ruiterspelen

BLARICUM, 6 JUNI. Bij elk concours hippique in deze maanden speelt in feite maar één belang: het is niet de uitslag van vandaag, maar de selectie voor de Wereldruiterspelen die telt. Die gaan, in zes disciplines van de paardesport, op 27 juli in Den Haag van start. Geen ruiter wil de unieke kans om te scoren tijdens een WK op eigen bodem missen. Hier presteren betekent aandacht van bekenden, publiciteit, misschien zelfs een sponsor. Zo was het Nederlands kampioenschap voor springruiters in Blaricum dus niet uitsluitend een NK, maar een belangrijk moment om springkwaliteiten op te laten vallen bij bondscoach Hans Horn. Op alle internationale wedstrijden mogen steeds maar een beperkt aantal Nederlandse ruiters starten, zodat een NK in feite de enige wedstrijd is waar alle nationale coryfeeën elkaars krachten kunnen meten.

Wereldbekerwinnaar Jos Lansink was opnieuw favoriet voor de titel. Welk paard hij zadelt, lijkt eigenlijk niet eens uit te maken. De ruiter, die in dienst is bij bondscoach Horn, heeft zoveel zelfvertrouwen en koelbloedigheid, dat hij elk paard motiveert tot grote inspanningen. Deze keer koos hij de hengst Olympic Concorde, niet de favoriet van zijn werkgever. Daarmee wist Lansink zich na de derde plaats van vrijdag opnieuw op te werken naar de zege op gistermiddag, zijn vijfde titel op een rij. Lansink en amazone Jennie Zoer met haar sterke schimmel Desteny, waren voor het NK al twee vrij zekere teamkandidaten en de uitslag heeft daar weinig verandering in gebracht. Emiel Hendrix en Eric van der Vleuten zijn weer een stapje dichter bij de selectie voor het team gekomen. Zij eindigden als tweede en vierde in het kampioenschap. Met name Hendrix overtuigde gisteren door als enige twee ijzersterke nul-rondes te rijden.

Springruiter Wout-Jan van der Schans had iets meer gehoopt van de resultaten op het kampioenschap. Vrijdagavond begon hij prachtig met een voorlopig tweede plaats in het eerste parcours. Maar in de praktijk hebben een ruiter en een paard tijd nodig voor zij elkaar echt begrijpen. Van der Schans: “Het ging in de volgende twee wedstrijden geregeld even mis. Leroy Brown reageert nog wel eens anders dan ik verwacht en dan reageer ik daar vervolgens weer anders op dan hij verwacht. We hebben nog wat communicatiestoornissen, waardoor we nu uiteindelijk achtste werden.”

Sinds het verlies van het springpaard Treffer, waarmee Van der Schans bij voorbeeld op de Olympische Spelen in Seoul uitstekend presteerde, lukte het de voormalige military-ruiter niet om de aansluiting met de springtop terug te vinden. Maar in het tienjarige paard Leroy Brown ziet hij een serieuze mogelijkheid. Het paard is voor hem gekocht door een anoniem blijvende vriendengroep van sponsors, die slechts uit de verte plezier wil hebben van het paard. Zulke generositeit tref je niet vaak. In de jaren dat Van der Schans paarden op net geen topniveau uitbracht, is het type paard dat zijn stallen in Lunteren bevolkt langzaam veranderd. Hij heeft nu paarden die in het algemeen wat heethoofdiger en sensibeler zijn dan vroeger. Dat vraagt meteen een aanpassing van zijn rijstijl.

Van der Schans: “Met Treffer kon ik heel goed bij Henk Nooren trainen, zelf een stijlruiter bij uitstek. Treffer vroeg om ongecompliceerd voorwaarts rijden naar de sprong, zonder te veel ingrijpen van mij. Leroy Brown is gevoeliger en heeft veel meer controle nodig. Ik zou haast zeggen: het paard vraagt de Duitse wijze van gecontroleerd zijn, waarbij de ruiter meer initiatief houdt. Zijn vorige ruiter Tjark Nagel reed hem ook zo. Met hem kan ik weer heel goed trainen bij Hans Horn. Dat paard past goed in diens systeem van werken.”

Toen Van der Schans zich ging toeleggen op de springsport, kon hij zijn onbekommerde stijl van voorwaarts rijden uit de military-sport goed gebruiken. Het gekke is, dat dat gevoel hem juist ontbreekt: “Het rondrijden in een vlot basistempo ben ik een beetje afgeleerd door het passen en meten voor een sprong. Ik moet me nu eerst weer een tijd concentreren op het vloeiende ritme en actieve grondtempo. Gelijktijdig met het beter leren kennen van Leroy Brown zal ik dat meteen moeten corrigeren.”

Voorlopig krijgt Van der Schans van Horn nog het voordeel van de twijfel. Met Lansink, Zoer, Hendrix en Romp vertrekt hij over een week naar Aken, waar hem een nieuwe test wacht als sluis voor een mogelijke teamplaats op de Wereldruiterspelen.