Ik schiet gewoon alles kapot

Ruim twee jaar voor het begin van de Olympische Zomerspelen in Atlanta is kleiduivenschieter Hennie Dompeling al zeker van deelname aan het vierjaarlijkse sportevenement. Verleden week won de Amsterdammer een sterk bezette wereldbekerwedstrijd in China met een puntentotaal van 147 op het onderdeel skeet. Voor het NOC*NSF was dat aanleiding om hem, als eerste Nederlander, een zogenaamde qoutumplaats toe te kennen. Dat betekent dat hij 'slechts' vormbehoud hoeft te tonen om in Atlanta van de partij te zijn.

Het afgelopen weekeinde nam Dompeling (28) deel aan de Europese kampioenschappen in Lissabon. Hoewel zijn score op het onderdeel skeet tegenviel (hij bleef acht punten verwijderd van de maximale score 150), werd hij toch derde. De Spelen van 1996 zullen de derde zijn waaraan Dompeling deelneemt. In 1988 in Seoul werd hij tiende. Zijn klassering vier jaar later in Barcelona lijkt hij verdrongen te hebben. “Ik was toen zo slecht dat ik het niet eens meer weet.”

Nu al zeker van Atlanta '96. Dat moet een lekker gevoel zijn?

Ja, het is vooral een heel geruststellend gevoel. Het betekent dat ik me niet meer druk hoef te maken over de kwalificatie zelf en rustig naar de Spelen kan toewerken.

Hoe ga je je voorbereiden op de Spelen?

Veel trainen natuurlijk. En voor mij betekent dat vooral aan zo veel mogelijk wedstrijden deelnemen, omdat dat toch de beste training is. Ik ga vooral naar wedstrijden in het buitenland, waar de internationale toppers ook aanwezig zijn. In Nederland is - op Erik Swinkels na - nauwelijks sprake van concurrentie.

Wat voor kwaliteiten moet je hebben om bij het kleiduivenschieten de top te bereiken?

Ik spreek niet graag van kwaliteiten. Ik schiet gewoon alles kapot, daar gaat het uiteindelijk toch om. Natuurlijk is concentratie daarbij van groot belang. Als je op een bepaald niveau komt, merk je ook dat het een mentale kwestie is die bepaalt of je hoog eindigt of niet. En verder is bij deze sport de vorm van de dag vaak doorslaggevend.

Derde op het EK, maar met een tegenvallende score. Teleurgesteld?

Met m'n score wel, die viel tegen. Maar derde is derde, daar kan ik niet echt teleurgesteld over zijn.