Historische doorbraak in EK-finale turnende broers Selk

PRAAG, 6 JUNI. Het mannenturnen in ons land heeft internationale erkenning gekregen. Het optreden van de gebroeders Selk tijdens de EK-finale is een historische doorbraak geworden. Daarmee is de realiteitszin van de Olympische aspiraties van de beide Deventenaars sterk toegenomen. Christian Selk (22) bereikte zaterdag in de 'finale der 24 besten' de achttiende plaats en landskampioen Alexander Selk (19) de 22ste positie.

Zeven jaar geleden nam Jesjs Ernandez de coaching van de beide broers op zich en zette de lijnen uit naar de toekomst. Sindsdien stonden de dagelijkse trainingen op Papendal in het kader van een lange termijnplan waarvan de vruchten pas in de huidige Olympiade (1993-1996) geoogst konden worden. Aan hogeschool-turnen gaat nu eenmaal acht tot twaalf jaar geplande voorbereiding vooraf. Bij het Europese jeugdkampioenschap vorig jaar in Génève bewerkstelligde Alexander Selk een eerste doorbraak: hij won het zilver in de meerkamp en goud aan rekstok.

De EK van de afgelopen week was vooral voor de oudste van de twee een belangrijk eindpunt. Zowel tijdens de kwalificaties als in de finale zelf presteerde Christian optimaal. De beloning was een stijging in het klassement van de 23ste naar de 18de plek want de directe concurrentie (ook Alexander) liet ergens in de zeskamp wel een steek vallen. Alexander faalde op vloer en verspeelde daarmee een hogere klassering. Notabene op zijn sterkste onderdeel, want donderdag scoorde hij hier 9.400, slechts eentiende van een punt verwijderd van een toestelfinaleplaats. Gisteren zat hij dus op de reservebank van de acht beste Europese vloerturners om in te vallen zodra een finalist zich zou afmelden. Het kwam evenwel niet zo ver.

Op de dag van de meerkampfinale ontvouwde Ernandez het voorbereidingsplan in de aanloop naar het WK volgend voorjaar in Japan. Dan moet officieel kwalificatie voor het Olympisch turntoernooi van Atlanta worden afgedwongen. “De kwalificatienorm van de wereldturnbond (FIG) kunnen beiden op hun sloffen halen. Knelpunt zijn de veel hogere NOC-eisen”, poneert Ernandez. De NOC-normen staan overigens nog niet vast. Deze maand adviseerde Ernandez de KNVB. “De norm moet het bereiken van een finaleplaats worden”, vindt Ernandez. Dus in de meerkamp bij de beste 36 of bij de beste acht voor een toestelfinaleplaats.”

Ernandez: “Aan de lucratieve Grand Prix-reeks met toernooien in Birmingham, Zürich en Stuttgart zullen we dit najaar niet deelnemen. Ik wil de tijd benutten voor het investeren in krachttraining en de verplichte oefenstof. Beide elementen zijn noodzakelijke voorwaarden voor progressie.” Het plan van een succesvolle tacticus geniet de instemming van de turnbroers. Hun ambitie is op Atlanta gericht. Zij realiseren zich maar al te goed dat daarvoor een uitgekiend stappenplan gevolgd moet worden.

Ook in Praag werd op stabiliteit geturnd. Ernandez: “Technisch kunnen beiden meer dan ze hier hebben laten zien.” Dus progressie ligt in het verschiet. “Elke belangrijke wedstrijd moet begonnen worden met de mentale zekerheid dat je in staat bent een volledige meerkamp zonder fouten uit te voeren.” Met dit uitgangspunt wil Ernandez uitzicht geven op succes en blessures vermijden. Tussen Praag en Atlanta ligt immers nog een tijdpad van ruim twee jaar.

Vitalj Tsjerbo, de zesvoudig Olympisch kampioen van Barcelona heeft een potentiële opvolger. Zijn negentienjarige landgenoot Ivan Ivankov uit Minsk won zaterdag zeer overtuigend de meerkamp en onttroonde de Oekraïner Igor Korobchinski die tweede werd. Scherbo zelf had donderdag op sprong een rekstok bijgedragen aan een Witrussische zege in de landenwedstrijd. Een blessure weerhield hem van deelname aan de meerkamp. Gisteren schitterde hij dus 'slechts' in twee finales. Het paardspringen won hij, maar aan rek werd hij verrassend verslagen door de Sloveen Aljaz Pegan.