Haydn en Mozart te zwart-wit in de versie van Trevor Pinnock

Concert: Wereldberoemde Barokorkesten. The English Concert o.l.v. Trevor Pinnock, clavecymbel, m.m.v. Paul Goodwin, hobo. Programma: Haydn: Symfonie nr. 92, 'Oxford'. Lebrun: Eerste concert voor hobo en orkest in d. Mozart: Symfonie nr. 41, KV 551 'Jupiter'. Gehoord: 5-6 Concertgebouw Amsterdam.

Heeft Mozart het Menuetto van zijn Jupiter-symfonie als een boerendans bedoeld? Trevor Pinnock en zijn befaamde English Concert, dat dit seizoen twintig jaar bestaat, lieten er gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw geen twijfel over bestaan. Hoem-pa-pa, hoem-pa-pa, klonk het, met steeds zoveel nadruk op de eerste tel, dat het leek alsof de boer daar telkens even met zijn klomp in de klei bleef steken.

De menuet, van origine een oude Franse dans, zou men zich een beetje eleganter wensen. Niet alleen in Mozarts Jupiter, maar ook in de Oxford-symfonie van Haydn. Ook daarin beklemtoonde Pinnock zo eenzijdig het begin van de maat, dat het resultaat, mede door het gedragen tempo, bijna iets karikaturaals kreeg.

Pinnock heeft de neiging de muziek op te splitsen in verticale momenten. De melodielijnen worden regelmatig bruusk verstoord door uitbundige dynamische accenten, ter ondersteuning van een bijzondere harmonische wending. Het is hard of zacht en maar weinig daartussen in, alsof Haydn en Mozart niet van crescendi en decrescendi hielden. Bovendien verkiest Pinnock het metrum boven de natuurlijk ademende beweging van de muziek, met als gevolg dat vooral de langzame delen tamelijk star en zwart-wit overkomen.

Toch klonken er tijdens zowel Haydn als Mozart ook veel mooie momenten, niet in de laatste plaats door het uitgebalanceerde samenspel van The English Concert. Feilloos reageert het ensemble op Pinnocks aanwijzingen, zodat er soms een betoverende transparantie ontstond. En in snelle delen als het Allegro spirituoso uit Haydns Oxford-symfonie of het Molto allegro van Mozarts Jupiter-symfonie, wist Pinnock zijn musici op te zwepen tot de onstuimige geestdrift die elders ontbrak.

Dankzij het fenomenale hobospel van Paul Goodwin, werd er in het Eerste concert voor hobo en orkest van Lebrun over de hele linie op een hoger plan gemusiceerd. Technisch gesproken kent de barokhobo geen geheimen voor deze briljante Engelsman, die muziekmaken ondanks zijn specialisme opvat als een spontane aangelegenheid. Zijn zangerige toon verraadt minstens zoveel hart als verstand, en zijn muzikale benadering is zo speels en aanstekelijk, dat nu ook Pinnock en The English Concert hun ingesleten maniërismen inruilden voor levendige betrokkenheid. Zo klonk het pre-romantische concert van Lebrun niet alleen virtuoos, maar ook verrassend warm, gestroomlijnd en bevlogen.