Eurofiel dwaalt tussen zalm en een broodje kaas; PROFIEL VAN HET EUROPARLEMENT

In 1979 werd het Europees Parlement voor het eerst rechtstreeks gekozen. Het toen nog louter adviserende orgaan mocht zich verheugen op een relatief grote belangstelling bij de Nederlandse kiezer. Tien jaar later toog minder dan vijftig procent van de stemgerechtigde Nederlanders naar de stembus, terwijl de bevoegdheden van de Europarlementariërs alleen maar zijn toegenomen en de vooruitzichten voor komende donderdag zijn nog somberder.

Jarenlang was L. van der Waal een restant “oranje-folkore” in Straatsburg. Maar inmiddels wordt de kritiek op het Europarlement van de lijsttrekker van SGP, RPF en GPV serieus genomen. “Het Europarlement is nodig voor zaken die grensoverschrijdend zijn, zoals de interne markt of het milieu”, zegt Van der Waal. “Maar het houdt zich bezig met alles en nog wat, zoals dierentuinen, kinderopvang en dienstweigeraars. In Straatsburg wordt een Europese kerstboom opgetuigd”.

Van der Waal, ooit directeur bij Esso, kwam tien jaar geleden in Straatsburg. Hij kreeg in het Palais de l'Europe een kantoor bij dat van de Noordierse dominee I. Paisley en zat voor de kleine christelijke partijen als eenling in Europa. In het Palais was hij een vreemdeling in Jeruzalem. Van der Waal - 'verlicht' in zijn SGP - moest wennen aan de cultuur waarin politiek met het culinaire wordt verbonden en deals in de bar worden bezegeld. “Ik kwam van een multinational in een Europees praathuis”, zegt hij. “Maar één ding stond meteen vast: dat ik niet mee zou doen aan het optuigen van een federatie die de Euro-gelovigen willen”. Hij ziet het Europarlement niet als een opstap naar een Europese staat. “Het Europees Parlement is niet een volksvertegenwoordiging, maar een vertegenwoordiging van twaalf volkeren. En ik zit er primair voor het Nederlands belang”.

Er is bij Haagse politici anno 1994 terughoudendheid bij het streven naar een verenigd Europa. Wat goed is voor Europa is niet meer automatisch goed voor Nederland. Als eerste maakte VVD-leider Bolkestein dat duidelijk en toen hij eerder dit jaar zijn zes prioriteiten voor Europa opsomde was uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement daar niet bij. Bolkestein staat niet alleen. Volgens het PvdA-Kamerlid Wöltgens is een té vergaande Europese regelgeving gevaarlijk voor het sociale bestel in Nederland. Hij houdt de WAO en AOW liever in Den Haag.

Voor veel van de Nederlandse Europarlementariërs is deze tendens een gruwel. “Alles wat niet verboden is, is ons werkterrein”, vat VVD-afgevaardigde F. Wijsenbeek zijn taak samen. Maar noodgedwongen leggen de VVD'ers in Europa zich bij de tijdgeest neer. VVD-lijsttrekker G. de Vries verzette zich tegen de lijn-Bolkestein maar wist tot een akkoord te komen met de 'Euro-sceptici' in Den Haag: Europa moet zich tot de 'kerntaken' beperken.

De Europarlementariërs zijn het doorgaans meer eens met elkaar dan met hun geesterverwanten in Den Haag. In Straatsburg zijn de Haagse collega's kruideniers en omgekeerd zijn de 'Straatsburgers' Eurofielen. Het cultuurverschil tussen het Palais de l'Europe en het Binnenhof is dat tussen zalm met witte wijn en een broodje kaas met een glas melk. Het verweer van de Europarlementariërs is dat ze te weinig echte bevoegdheden hebben, maar Van der Waal van de SGP vindt dit onzin. “Ik doe niet mee met dat zelfbeklag over bevoegdheden”, zegt hij. “Nu denken de Europarlementariërs: zodra we alles te zeggen hebben gaan de poorten van de hemel open”. Volgens hem blijft het Europarlement een “kunstmatige constructie” zolang de politici in Straatsburg uitgaan van een Europese eenheidsstaat.

In 1979 werd het Europees Parlement voor het eerst rechtstreeks gekozen met de gedachte dat het daarmee ook automatisch gezag had. Maar de opkomstcijfers zijn sindsdien gedaald. In 1979 ging in Nederland 58,1 procent stemmen, in 1984 nog 50,6 procent en in 1989, toen Europa vol euforie was over de interne markt, maar 47,2 procent. De bevoegdheden zijn intussen wél toegenomen. In 1979 was het Europarlement een adviserend orgaan en mocht het alleen nog over de begroting meebeslissen. In 1987 - bij de Europese Akte - kreeg het de bevoegdheid amendementen in te dienen. Zo kreeg Straatsburg greep op de vormgeving van de interne markt. En sinds het verdrag van Maastricht in 1991 heeft het Europarlement medebeslissingsrecht gekregen. Het kan zelfs de toetreding van de nieuwe lidstaten blokkeren. In het machtsevenwicht met de Europese Commissie en de Raad van Ministers werd het Europarlement belangrijker en het aantal lobbyisten in de wandelgangen nam ook gestaag toe. Maar bij het grote publiek zijn de politici uit Straatsburg onbekenden gebleven en tijdens de verkiezingscampagne bleven de zalen leeg. De Europarlementariërs produceren sweeping statements in een parlement zonder publiek.

Volgens Van der Waal hebben Europarlementariërs zélf schuld aan hun geringe gezag bij het thuisfront. “Ze houden zich met zaken bezig waar ze niets over te zeggen hebben. Er is een inflatie aan rapporten en resoluties. In Straatsburg regeert een koortsachtig streven: alles moet op ónze agenda, we moeten overal over meepraten”. De vlucht in “populistische onderwerpen” gaan ten koste van de échte controlebevoegheden van het Europarlement. Er zijn resoluties over het welzijn van dieren, de situatie van kunstenaars, discriminatie van transseksuelen, opstoppingen in het stedelijk vervoer of de pensioenrechten van gescheiden boerinnen. “Dit leidt tot meer commissiewerk, tolken, vertalers en soms ook nog tot subsidies. Je pretendeert iets met een resolutie maar je kunt niets doen. Zo schaad je je eigen prestige”. Voor de Europarlementariërs zijn “publiciteitsacties” vaak de enige manier om aan het thuisfront nog te scoren. Het hobbywerk zorgt voor een opwaartse druk op de Europese begroting want bij elke actie hoort een subsidie. Het Europarlement heeft het recht de uitgaven van de Europese Unie jaarlijks met circa 2,5 miljard gulden te verhogen. Maar het heeft niet de plicht, zoals Kamerleden, bij de financiering van plannen met een 'dekking' te komen. Het Europarlement kan geld uitgeven zonder aan te geven waar het vandaan moet komen. Volgens staatssecretaris P. Dankert is dit een dubieuze situatie. “Het Europarlement dreigt een big spender te worden”. Komend Europarlementariër W. van Velzen (CDA) vindt dat het Europarlement ook het recht moet hebben nieuwe wetgeving te initiëren. Dankert is tegen: “Dat is levensgevaarlijk. Dan komt men in Straatsburg met nog meer initiatieven die beter nationaal worden geregeld.”

Voor de bevoegdheden die het Europarlement wél heeft is vaak geen interesse. De begroting van de Europese Unie bedroeg vorig jaar 170 miljard gulden maar in de begrotingscontrolecommissie van het Europarlement zitten slechts twee van de 25 Nederlanders. Sinds de Europese Top van Edinburgh december in 1992 is Nederland met 1,2 miljard gulden netto-betaler geworden. Europarlementslid P. Cornelissen (CDA) kwam als rapporteur een grote fraude op het spoor en wilde de Commissie geen kwijting geven voor de begroting van 1992. Italiaanse boeren hadden niet, zoals Nederlandse, de superheffing voor melk betaald. Na enig lobbywerk van de Italianen werd een bedrag van 450 miljoen kwijtgescholden door de Commissie. Ook was er een Griekse tabaksfraude. Het onderzoek werd echter gestaakt toen een hoge ambtenaar van de Europese Commissie, verdacht van medeplichtigheid, zelfmoord pleegde. Hij sprong uit het raam van zijn kantoor in Brussel. “We hadden een uitgelezen kans om ons begrotingsrecht te gebruiken”, zegt Cornelissen. Maar het gevolg van het niet verlenen van de kwijting is het aftreden van de Europese Commissie en de Europarlementariërs schrokken terug voor het machtsmiddel. “Als puntje bij paaltje komt, durven ze niet”, zegt Cornelissen.

De controlefunctie van het Europees Parlement wordt steeds belangrijker nu grote bedragen in Europa worden rondgepompt. Naast de landbouwuitgaven worden de structuurfondsen, die vooral naar Zuid-Europa gaan, een groter deel van de begroting. Vorig jaar ging er 55 miljard gulden om in de fondsen voor de arme gebieden. Dat is 31 procent van de begroting. In 1988 was het nog slechts 18,5 procent. Den Haag kijkt met scepsis naar deze trend. “Nederland streeft naar lastenverlichting, maar vanuit Brussel worden onze lasten verhoogd”, zegt het VVD-Kamerlid en 'Eurosceptiscus' H. Hoogervorst. “In Nederland gaan we subsidies verminderen, Europa zet een enorm subsidiecircuit op”. Elk jaar komt het Europese Rekenhof met vernietigende kritiek op de besteding van deze gelden: vaak een litanie van niet bestaande of half uitgevoerde projecten waarvoor wel geld is uitgekeerd. Griekenland ontvangt in de periode 1993-1999 een bedrag van veertig miljard gulden uit Europa, twintig procent van het Griekse BNP. Peijs weet dat de huidige gelden niet voor het beoogde doel worden besteed. “Het geld uit structuurfondsen wordt gebruikt om lopende betalingen te doen als salarissen en pensioenen. Zonder dit geld zou Griekenland failliet zijn”.

Peijs vindt dat Nederlandse Europarlementariërs ervoor moeten zorgen dat de regio's in Nederland ook wat krijgen uit de Brusselse subsidiekraan. Zij heeft zich ingezet om Flevoland van fondsen te voorzien. Deze regio viel binnen de criteria maar de Commissie wilde aanvankelijk geen geld geven omdat Nederland niet arm genoeg is. “Er is een lobby opgezet door Nederland en via pressie in het Europees Parlement is het geld beschikbaar gesteld”. Flevoland kreeg zo 300 miljoen gulden. “Vroeger zou men hebben gezegd: dat geld hebben we niet nodig. Nu kijken we ook naar het essentiële belang voor Nederland”.

Verdeeld zijn de partijen oopk over de uitbreiding van de Unie. Waar de SGP'er Van der Waal blij was met de komst van Oostenrijk, Finland, Noorwegen en Zweden (“Het protestante karakter wordt met de uitbreiding van de Noordse landen versterkt”), was de uitbreiding voor de federaalgezinde D66-Europarlementarie¨r Bertens een nederlaag, omdat de toetreding niet gepaard ging met meer gevoegdheden voor het Europarlement. Hij stemde daarom consequent tegen alle toetredingsverdragen. “We kunnen alleen naar een groter Europa met een volwaardig parlement. Dit was de kans om het af te dwingen.” Aanvankelijk was de sfeer strijdlustig maar de Europarlementariërs capituleerden snel toen ze door hun regeringsleiders onder druk werden gezet. “Er was een staande ovatie voor de toetredende landen. Ik dacht: ze klappen voor hun eigen nederlaag”.

Het Europarlement wordt volgens Van der Waal niet altijd serieus genomen omdat het zichzelf soms niet serieus neemt. Elke maand is er in Straatsburg wel een verzoek uit een lidstaat om de immuniteit van een parlementslid op te heffen. Het gaat daarbij vaak om Italiaanse Europarlementariërs die Straatsburg als een platform gebruiken voor dubieuze activiteiten. Vorige week werd in Duitsland de socialistische Europarlementariër D. Schinzel opgepakt met vals geld. Schinzel, die volgens de Duitse politie is betrokken bij wapenhandel met Bosnië, had in zijn koffer zo'n vijf miljoen Zwitserse franken. Hij stond in Straatsburg bekend als playboy met een grote gokschuld. Het schandaal schaadt het prestige van het Europees Parlement bij het electoraat.

Bij de Euro-verkiezingen gaat het donderdag niet zozeer om de zetelverdeling, maar om de opkomst. Het stemmen is vooral een test voor de legitimiteit van de instelling. De federaalgezinde Bertens ziet het Europese ideaal verbrokkelen als te weinig mensen gaan stemmen. “Als de opkomst zestig procent is kunnen we de mensen in de ogen kijken. Dan hebben we wind in de zeilen”, zegt hij. “Een opkomst van veertig procent zou een getuigenis van armoede zijn. Maar de besluitvorming in Europa gaat wel gewoon door.”