Enerverende Don Giovanni in theatraal Concertgebouw

Concert: Don Giovanni van W.A. Mozart door English Baroque Soloists en Monteverdi Choir m.m.v. Rodney Gilfry, Luba Orgonasova, Christoph Prégardien, Charlotte Margiono, Ildebrando d'Arcangelo, Eirian James, Julian Clarkson en Andrea Silvistrelli. Gezien: 5/6 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 7/6 aldaar. TV-uitzending: 10/6 19.17 uur NOS Ned. 3.

De semi-scènische voorstellingen van Mozart-opera's, die John Eliot Gardiner sinds 1990 tijdens het Holland Festival geeft in het Amsterdamse Concertgebouw, roepen de vraag op waartoe decors en theatertechniek nu eigenlijk dienen. Ook met slechts enkele hulpmiddelen - een schommelbankje, een stoel en een tafel - weten Gardiner en de in kostuum gestoken solisten op het concertpodium een volwaardige voorstelling te geven, zoals gistermiddag weer bleek tijdens een ovationeel toegejuichte uitvoering van Don Giovanni, vrijdag op de NOS-tv te zien.

Maar het podium van het Amsterdamse Concertgebouw is dan ook geen kale ruimte. Het is - mede door de amfitheatervorm - een van de meest theatrale podia ter wereld, met als visueel centrum het monumentale orgel. Daarnaast zitten die stiekeme deurtjes voor onverwachtse opkomsten met daarboven nog twee 'hulppodia' met handige hekjes. En dan zijn er de befaamde lange trappen die leiden naar de hoge dubbele deuren en de loges terzijde daarvan. Bovendien kan men het podium, voor deze gelegenheid naar voren uitgebouwd met een loopruimte, aan twee kanten vanuit de zaal betreden.

Zo'n podium is voor Gardiners Mozarts-reeks zelfs een ideaal vast decor. Het Concertgebouw herinnert wat dat betreft aan het in 1580 door Palladio in Vicenza gebouwde Teatro Olimpico. Dat heeft een podium met een vast stenen decor, bestaande uit enkele vanuit het midden radiaal lopende 'straten'. De 19de eeuwse Amsterdamse concertzaal achter het klassieke tempelfront lijkt dus in essentie bijna een vroege vorm van het Renaissance-theater.

De Don Giovanni in het Amsterdamse Concertgebouw, die morgen nog wordt herhaald, was aangekondigd als 'semi-scènisch', gebaseerd op de enscenering van Lorenzo Mariani, die Gardiner elders tijdens een Europese tournee brengt. Maar in feite was het een stormachtig over het podium buitelende voorstelling waaraan niets ontbrak. De rondsluipende en half verscholen tv-cameramannen leken wel paparazzi, op zoek naar het ruim aanwezige schandaal. En er was een spectaculaire hellevaart van de titelheld.

Tijdens het weinig geciviliseerde souper van Don Giovanni - liggend op zijn eettafel - betrad de Stenen Gast de Grote Zaal door de middenachter-deur, gevolgd door drie dreigend spelende gemaskerde trombonisten, uit op wraak voor zijn dood in de eerste scène. Een rij van zwarte furiën hield vlak achter Gardiner de onverschrokken Don Giovanni in bedwang. En haaks daarop, tezamen een kruis vormend, stonden andere furiën in het middenpad, geholpen door mensen uit het publiek. Zó had de Stenen Gast Don Giovanni vast met een menselijke keten. Tenslotte gooide het imposante levende standbeeld de ter ziele gegane Don Giovanni over zijn schouder als een slap handdoekje en liep onder enorme bijval de zaal uit.

Wat publieke loyaliteit was het een merkwaardig moment. Want eerder had deze Don Giovanni, vertolkt door Rodney Gilfry, op de toeschouwers een onweerstaanbaar sympathieke indruk gemaakt. De titelheld is in de versie-Gilfry een stoere bink, langharig met veel gel en met een forse gouden ring in het oor. Hij is een handige en ook wel gevoelige jongen uit de Kinkerbuurt, die op de Nieuwedijk een smoking heeft gekocht en onder dat dunne laagje chique schijn een overmaat aan directe ongecompliceerde sensualiteit uitstraalt.

Nooit eerder zag ik een Don Giovanni die in de tweede scène zó overtuigend met dierlijk trillende neusvleugels al van verre de lucht van vrouwen opsnoof: die van Charlotte Margiono als Donna Elvira achter in de zaal. De Elvira van Margiono is een sterk gedetailleerde en overtuigend dubbelhartige creatie. Telkens opnieuw dook ze uit allerlei hoeken en gaten op om Don Giovanni te betrappen, lastig te vallen en uit te foeteren om evenzovaak telkens weer als een blad aan een boom van houding te veranderen en aanhalig te worden. En Margiono zong, zoals in Mi tradi, buitengewoon prachtig.

De hele cast is trouwens perfect: telkens opnieuw uitstekende solistische prestaties en tegelijkertijd ideaal ensemblewerk in zingen en acteren met geslaagde en treffende karakteriseringen van de personages. Bijzonder aardig is bij voorbeeld de Zerlina van Eiran James, die even olijk en geamuseerd blijft kijken of ze nu danst als jonge bruid, wordt verleid door Don Giovanni of in zeer compromitterende situaties wordt betrapt door haar bruidegom. Prachtige theatrale momenten zijn er tijdens het chaotisch verlopende feest op de bovengang en in de loges.

Ildebrando d'Arcangelo is een eigenzinnige en soms hilarische Leporello, Andrea Silvistrelli is met zijn stentor-bas een imponerende Commendatore en Stenen Gast. Veel opwinding veroorzaakte opnieuw Luba Orogasnova (eerder al eens door het Amsterdamse publiek hartstochtelijk bejubeld tijdens een Varamatinee) als Donna Anna met een fantastisch helder, strak en exact gezongen coloratuur-aria Non mi dir.

Christoph Prégardien onderscheidde zich van de meestal zo brave en slappe Ottavio's door een stevig geluid in Dalla sua pace, voorzien van uitvoerige versieringen. Gardiner voerde de complete Weense versie uit, waardoor er ten opzichte van de gebruikelijke mix tussen de Praagse en de Weense versie meer muziek is, maar waardoor Prégardien ook werd beroofd van de fraaie aria Il mio tesoro.

Nikolaus Harnoncourt en het Concertgebouworkest speelden Don Giovanni destijds in het Muziektheater soms nog wat ruiger en roeriger maar Gardiner liet de 'authentieke' English Baroque Soloists musiceren met veel variatie en contrast.