Duizend negatieven van The Beatles gevonden

In een fotoarchief in London zijn negen dozen met ruim duizend onbekende negatieven van The Beatles ontdekt. De foto's werden in 1963 en 1964 gemaakt bij de opname van de film A Hard Days Night (Twickenham, februari-mei 1964) en tijdens tournees door Zweden (oktober 1963), Frankrijk (januari 1964) en Amerika (11-16 februari 1964). Onder de foto's bevinden zich ook opnamen van het live-optreden in januari 1964 in de Ed Sullivan Show.

De meeste nu ontdekte foto's zijn gemaakt door Arthur Whittington en Lawrence Hanley, in opdracht van het tijdschrift Today. Whittington en Hanley behoorden tot de voorkeursfotografen van de groep en hadden als zodanig bijvoorbeeld toestemming om in kleedkamers en hotels te fotograferen.

De negatieven lagen in een doos bij Popperfoto Picture Library in Northampton, een van de grootste archieven ter wereld van historische foto's. Het archief, in bedrijf sinds 1934, bevat bijna 13 miljoen negatieven, verkregen door de aankoop van fotografenarchieven en de archieven van kranten en tijdschriften.

Volgens fotoredactrice Julie Quiery, werkzaam bij Popperfoto, is het niet zo verwonderlijk dat de foto's niet eerder ontdekt zijn. “Er staan nog honderden dozen vol negatieven en foto's te wachten om uitgezocht te worden. Dat werk gebeurt in de zeldzame uren dat we niets te doen hebben. Op de dozen staat vaak niet meer dan een korte omschrijving van de inhoud. Soms kom je dan voor grote verrassingen te staan.”

Het is nog onduidelijk hoe lang de Beatle-foto's in het archief hebben gelegen en hoe ze er terecht zijn gekomen. Twee jaar geleden kwamen ook al eens vergeten Beatle-foto's op de markt, in 1967 gemaakt door Michael Cooper tijdens de opname van het legendarische album Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band. Met een rechtszaak probeerde Apple Corps Ltd (de drie nog levende Beatles en de erven John Lennon) die foto's, waarvan de waarde werd geschat op 80.000 Engelse ponden, in handen te krijgen. De eis werd toen door de rechter afgewezen.