De wereld op zijn kop

“Het tragische Nederlandse elftal. Dat lijkt me leuk voor de volgende keer”, riep presentator Klaas Vos ten einde raad tegen het publiek in De Balie te Amsterdam. Iemand had graag Wijnstekers in het beste Nederlands elftal aller tijden willen opstellen. Een beetje een tragische figuur, vond men. Of Rensenbrink. Waarom? Omdat hij niet alleen meer heeft gepresteerd in het Nederlands elftal dan de wèl gekozen Piet Keizer, maar ook in de WK-finale van 1978 op een cruciaal ogenblik tegen de Argentijnse paal had geschoten. Of Abe Lenstra. Waarom? Gewoon, omdat hij de op een na meest geniale voetballer van Nederland is geweest.

Het deed er ook eigenlijk niet toe. Zoveel kijk op voetbal hadden de meeste samenstellers van het beste Nederlands elftal aller tijden nu ook weer niet. Martin Ros? Die slaat alleen op tilt van sport als hij Coppi of Bartali hoort noemen. Felix Kaplan? Die weet alleen veel van tennis. Maar hij koos wel terecht - als enige - Jan van Beveren als beste Nederlandse doelman aller tijden. August Willemsen? Ja, tenminste een liefhebber, gezien zijn adembenemende boek over het Braziliaanse voetbal 'De Goddelijke Kanarie'. Hij koos dan ook Frans de Munck als doelman. David Endt? Zeker, maar hij koos Stanley Menzo. Over tragiek gesproken.

Sportschrijvers worden ze in Nederland genoemd, 'echte' schrijvers die over sport schrijven, schrijvers die ook wel over iets anders hebben geschreven. Waarvan men zegt dat ze kunnen schrijven. In Amerika wordt gewoon elke sportjournalist een sportswriter genoemd. In Nederland maken ze verschil. Elitair noemen ze dat. Twaalf sportschrijvers werden geïnterviewd door J. Heymans in zijn boekje 'Het Schaduwelftal'. De auteurs Youp van 't Hek (?), Tim Krabbé, Armando, Martin Ros, Felix Kaplan, David Endt, Jules Deelder, Jan Siebelink, Jan Mulder, Hans Ree, Willem Wilmink en Kees Fens. Over sport en literatuur. Wat ze beweegt om over sport te schrijven. Wat 'auteurs' beweegt over sport te schrijven. De wereld staat op zijn kop.

Een geestrijke avond. Met veel geestrijk vocht na afloop. Want als er over sport en met name in deze tijd over voetbal wordt gesproken en nog wel door bekende Nederlanders, staan we in de rij. O ja, dat beste elftal. Dat doet er niet toe. We zullen het u besparen. Het gaat tenslotte om het boekje, een leerzaam boekje met een typisch Nederlandse invalshoek. Gesprekken met auteurs van naam over sport en literatuur. Gesprekken in de kroeg, zoals na de voorstelling, zijn leerzamer.