De fascinatie van Price voor verloederde stadswijken

South Bank Show, Ned.3, 23.22-0.13u.

'Behuizings-project' klinkt optimistisch. Amerikaanse binnensteden staan er vol mee: sociale woningbouw in de vorm van groepjes huizenblokken van rode baksteen met kleine vierkante ramen. Bedoeld voor arbeidersgezinnen voor wie de 'American dream' nòg niet is uitgekomen. Maar met welk optimisme deze projects ooit gebouwd mogen zijn, intussen zijn ze uitgegroeid tot juist het symbool van de verloedering van de binnensteden: door arme zwarten bewoonde panden, berucht als broeinesten van drugshandel en geweld.

Op de schrijver/scenarist Richard Price hebben de projects een grote aantrekkingskracht. Price, over wie de VPRO vanavond een documentaire uitzendt, is bekend als scenarioschrijver van films als Mad Dog & Glory, The Color of Money en Sea of Love. Het was tijdens de research voor Sea of Love, toen hij op patrouille ging met een rechercheteam van de Newyorkse politie, dat het idee ontstond voor Clockers, zijn in 1992 verschenen magistrale roman over crackdealers ('clockers') in Dempsey, een fictieve stad in New Jersey.

Clockers vertelt hoe de levens van drugsdealers, politiemensen en de bewoners van Dempsey elkaar raken. Decor voor hun troosteloze bestaan zijn de projects. De moord op een van de dealers is de motor van het verhaal, maar het boek drijft niet op een spannende ontknoping. Het zijn de beschrijvingen van de dagelijkse beslommeringen van de op straat levende hoofdpersonen (zowel de politie als de drughandelaren) die het boek zo enerverend maken.

De documentaire over Richard Price voert hem onder andere terug naar Jersey City waar hij drie jaar onderzoek deed voor zijn boek. Price, zelf als Joodse jongen geboren in The Bronx, vertelt hoe hij hier meeliep met politieman Calvin Hart die de levensgeschiedenis van iedere bewoner kent, en allerlei minutieuze details optekende. Ook de politiemensen zelf komen aan het woord. Zoals Larry Mullane (Rocco in het boek) die vertelt dat Hart het nog opbrengt het goede in de mensen te ontdekken, maar dat hij zelf te zeer is afgestompt.

In de projects heerst de 'cycle of shit': vader is een 'piece of shit', slaat zijn zoontje dood, dochter raakt aan de drugs, bindt als ze groot is háár kind vast aan de radiator terwijl ze de straat op gaat om te scoren, dat jongetje zal opgroeien tot een 'piece of shit' en later ook zijn kind weer verrot slaan. De 'cycle of shit', in Rocco's woorden.

Maar zo beeldend als de passages zijn die Price uit zijn boek voorleest, zo weinig verbeelding heeft deze documentaire. Er wordt rondgelopen tussen grauwe huizenblokken, voor sensationele beelden zijn nieuwsflitsen gebruikt. Price mag vertellen dat het raar is om van de wereld van de crackdealers over te schakelen naar die van Hollywood. Maar over zijn beweegredenen, en zijn fascinatie met de dealers in de projects wordt weinig duidelijk. Het is bekend dat Price zelf verslaafd is geweest aan cocaïne, maar daar wordt discreet over gezwegen. Het had een aanwijzing kunnen zijn.