Dalai Lama: ik keer terug naar Tibet

De Dalai Lama, de spirituele en politieke leider van de Tibetanen, ontving zaterdag in Middelburg de Roosevelt Four Freedoms Award als beloning voor zijn inzet om Tibet op geweldloze wijze te bevrijden van de Chinese bezetters. Vanmorgen had hij in Den Haag een gesprek met minister Kooijmans van buitenlandse zaken.

DEN HAAG, 6 JUNI. De Dalai Lama (58) heeft nog altijd een vrolijke, jongensachtige lach over zich, ondanks het feit dat hij al 35 jaar in ballingschap verblijft. De boeddhistische geestelijke blikt in zijn suite in het Kurhaus Hotel, met uitzicht op de Noordzee, blijmoedig het leven in en voorspelt zijn terugkeer naar Tibet in 1995 of 1996. “Ik ben er zeker van: ik keer terug”, zegt hij met zijn koperen stem.

De 'god-koning' baseert zijn grenzeloze vertrouwen op de verandering die China zijns inziens zal ondergaan na de aanstaande dood van de huidige 89-jarige leider Deng Xiaoping, wiens gezondheidstoestand zeer fragiel is. “Een Chinees wil, vóór het deksel van de doodskist zich boven hem sluit, nog één belangrijke kwestie uit zijn afgelopen leven rechtzetten.” De Dalai Lama hoopt dat Deng op zijn sterfbed de nu 45-jarige Chinese bezetting van Tibet ongedaan zal maken.

Hij verwacht dat de Volksrepubliek China na Deng een roerige tijd tegemoet gaat, waarin de communistische heerschappij zal wankelen. “Ik ken leden van het Chinese politburo die hun kinderen alvast naar het buitenland sturen om een zakelijke carrière te maken; ze vertrouwen hun eigen systeem niet meer.”

Het optimisme van de Dalai Lama wordt vooralsnog niet door feiten ondersteund. Niets wijst erop dat de Chinese leiders binnen afzienbare tijd hun Tibet-politiek zullen wijzigen. Het uitgestrekte Tibetaanse land (2,5 miljoen km) ziet als gevolg van een bewust door Peking geplande migratiepolitiek een gestage stroom van Chinese immigranten over zich heen komen, die de Tibetanen inmiddels in aantal hebben overvleugeld: 7,5 miljoen tegen 6 miljoen. De Chinezen in Tibet hebben de touwtjes stevig in handen.

En hoewel de Tibetaanse zaak buiten China op veel sympathie kan rekenen is geen enkel land bereid Peking werkelijk aan te pakken voor zijn Tibet-beleid. De beste illustratie hiervoor vormt de opstelling van de Verenigde Staten. President Clinton heeft lange tijd een “significante” verbetering van de mensenrechten in China - en Tibet werd daarbij met name genoemd - als voorwaarde gesteld voor verlenging van de status van Meest Begunstigde Handelsnatie (MFN). Tien dagen geleden kreeg China van de Amerikaanse regering echter simpelweg opnieuw de MFN-status, zonder dat er ook maar enige positieve verandering valt waar te nemen in het respecteren van de mensenrechten.

Voelt de Dalai Lama zich niet verraden door Bill Clinton, die hem in april nog persoonlijk op het Witte Huis ontving? “De Amerikaanse regering heeft handelscontacten en mensenrechten gescheiden, dat is hun zaak. Clinton heeft echter duidelijk gezegd dat de situatie van de mensenrechten in China en in Tibet een zeer belangrijk punt in de Amerikaanse politiek blijft.”

Eind vorige maand hadden in de Tibetaanse hoofdstad Lhasa betogingen plaats tegen het Chinese bewind, waar hard tegenop werd getreden. Onder jonge Tibetaanse ballingen gaan steeds meer stemmen op om geweld te gebruiken tegen de Chinese bezetters. De Dalai Lama houdt zich daar verre van. “Geweldloosheid is een van mijn principes. Zolang ik de verantwoordelijkheid draag, zal ik het gebruik van geweld nooit toestaan.” De Tibetaanse leider zegt zich te laten leiden door “realisme, geduld en visie”.

Deng Xiaoping bood de Dalai Lama al in 1979 aan besprekingen te voeren die over alles mochten gaan “behalve de onafhankelijkheid van Tibet”. In 1987 legde de Dalai Lama zich hier bij neer: de Tibetaanse regering in ballingschap zwoer de eis voor volledige onafhankelijkheid af en wilde zich tevredenstellen met een bepaalde vorm van autonomie. Toch kwamen de onderhandelingen niet van de grond. Beide partijen geven elkaar daarvan de schuld. Zeker is dat de gebeurtenissen van vijf jaar geleden in China, toen het Volksbevrijdingsleger een door studenten geleide beweging van democratie met geweld onderdrukte, een negatieve uitwerking hadden op de Tibetaanse zaak. Peking deed de deur naar politieke verandering op slot.

De Dalai Lama refereerde zaterdag tijdens zijn toespraak in Middelburg aan 4 juni 1989 en ook op dit punt toonde hij zich optimistisch: ,Na vijf jaar zijn de democratische krachten in China nog zeer levendig. De internationale opstelling ten aanzien van China is van groot belang - en niet alleen voor de Chinezen zelf. Wanneer het een open democratie wordt, zal dat in het voordeel uitvallen van de hele wereld.''