D-day

DE GESCHIEDENIS VERLOOPT niet langs een rechte, opwaartse lijn. Wie D-day herdenkt als de aanvang, de geboorte, van een nieuw Europa, ziet veel over het hoofd. Ten tijde van de invasie hield de politieke strategie van de geallieerden niet minder maar ook niet meer in dan het bevorderen van de totale nederlaag van Hitlers nazi-dom, de perverse variant van het Europese nationalisme. De denkbeelden van Roosevelt, Churchill en Stalin over de naoorlogse wereld liepen ver uiteen, en eigenlijk had alleen Stalin specifieke ideeën over het toekomstige Europa. Toen de Russische dictator later in Jalta de Amerikaanse president op praktische gronden vroeg toch nog troepen in Europa te handhaven, noemde Roosevelt dat met het oog op de stemming in het Amerikaanse electoraat onmogelijk.

Na de zesde juni 1944 en de daardoor onvermijdelijk geworden Duitse capitulatie had er dus ook een ander Europa kunnen ontstaan dan dat van NAVO en Europese Gemeenschap, en daartoe zijn dan ook in de loop der jaren, zij het betrekkelijk vruchteloos, allerlei ideeën ontwikkeld en voorstellen gedaan. Sinds 1989 is er inderdaad sprake van een ander Europa, maar niet omdat een politieke meerderheid dat ten langen leste zo heeft gewild of er bewust naar heeft gestreefd, maar doordat een van de beslissende factoren in het Europese krachtenveld, de Sovjet-Unie, aan zichzelf ten gronde is gegaan. Inmiddels proberen de Atlantische en Europese instellingen zoals die in de jaren veertig en vijftig zijn ontstaan, zich aan te passen aan de nieuwe toestand. Nu zij zich niet meer kunnen opwerpen als de kernen van verzet tegen het internationale communisme, bieden zij zich aan als een Europees verzamelgebied voor al die staten die sinds het einde van de Europese tweedeling gedesoriënteerd zijn geraakt.

TEGEN DIE ACHTERGROND is D-day voltooid verleden tijd. Hoewel het dramatisch vertoon op de Normandische stranden vandaag anders suggereert, heeft de vijftigste herdenking van de invasie niets te maken met de problemen waarvoor de Europese staten nu staan. Een van die problemen wordt veroorzaakt door het wegvallen van het Amerikaanse leiderschap en door het feit dat de onderling verdeelde Europeanen ondanks alle pogingen tot institutionele integratie niet over een alternatief beschikken. Maar dat leiderschap ving aan met de Berlijnse luchtbrug en de oprichting van de NAVO, met de confrontatie met het Sovjet-communisme die als Koude Oorlog zou worden geboekstaafd.

Bij haar vijftigste herdenking mag en moet de invasie in Normandië allereerst worden beoordeeld naar wat zij was: een heroïsche onderneming vol zelfopoffering om Europa te bevrijden van de nazi-terreur, als een dramatisch keerpunt in een dramatische episode van de twintigste eeuw.

In politieke zin was D-day vervolgens ook een Amerikaanse mokerslag waarmee het einde werd bekrachtigd van de Europese staten als naties die hun eigen lot en dat van anderen in overwegende mate bepaalden. De dekolonisatie raakte in een stroomversnelling en voor veiligheid was Europa voortaan van anderen afhankelijk.

Die reusachtige nasleep van D-day is inmiddels geschiedenis - de laatste grote en hier en daar begrijpelijk-nostaligsche herdenking van De Langste Dag is een feit.