Camembert

Op een dag in 1926 vroeg de Amerikaanse arts Joe Knirim de burgemeester van Vimoutiers te spreken. Knirim was directeur van een kliniek waar nogal wat maagpatiënten werden behandeld. Hij schreef die patiënten onder andere camembert voor en velen hadden daar baat bij gevonden. Knirim was naar Vimoutiers gekomen om een krans te leggen op het graf van Marie Harel, die bekend stond als de uitvindster van de camembert.

Niet bekend

Knirim zat niet bij de pakken neer. Waar geen graf is kan er eentje komen, moet hij hebben gedacht, en hij besloot een standbeeld voor Marie Harel op te richten. Hij opende een soort inschrijving en tekende zelf in voor twintig dollar - nogal karig als men bedenkt dat het medicinaal voorschrijven van camembert hem een fortuin had opgeleverd.

Aangestoken door Knirim verdiepte dokter Broullard uit Vimoutiers zich ondertussen in het leven van Marie Harel. De conclusies van zijn onderzoek waren nogal onthutsend. In de eerste plaats bleek dat Harel helemaal niet uit Camembert kwam. Zij was in 1761 geboren in Roiville, een ander gehucht onder de rook van Vimoutiers. Bovendien kon zij de camembert niet in 1791 hebben uitgevonden, want die kaas dook al op in een naslagwerk uit 1788. Wel werd duidelijk dat Harel de kaas had verkocht in Vimoutiers en in naburige dorpen, waaronder Camembert. Ook zou zij zich sterk hebben gemaakt voor de verbetering van de kwaliteit.

Knirim liet zich door dit alles niet ontmoedigen. Op 15 april 1928 onthulde Alexandre Millerand, oud-president van Frankrijk en senator van Orne, in Vimoutiers een standbeeld van een ferme Franse boerin in traditionele klederdracht. Op een enorme stenen façade achter het beeld stond: “A Marie Harel/ créatrice du fromage/ de camembert/ 1761”.

Als iemand wist dat dit niet helemaal klopte, dan was het een zekere Roger. Die staat namelijk in de geschiedschrijving van de camembert te boek als de man die in 1910 op het idee kwam de camembert te bestuiven met Penicillium candidum, de oppervlakteschimmel die de kaas z'n specifieke witgele uiterlijk geeft. Tot dan toe was camembert een zogeheten bleu geweest. Eigenlijk had Knirim dus een standbeeld moeten oprichten voor Roger, want het was deze oppervlakteschimmel die zijn patiënten van hun maagklachten afhielp.

Een kans om dit onrecht te herstellen, werd niet benut. Nadat het standbeeld in 1944 tijdens de geallieerde invasie was verwoest, werd in oktober 1956 een replica onthuld, andermaal zonder de grote bijdrage van Roger te vermelden.

Krap een jaar eerder, op 22 november 1955, had de Franse regering een wet aangenomen die een syndicaat van producenten in Normandië het recht gaf het etiket 'véritable Camembert' te voeren. Camembert was toen allang een soortnaam, hoewel onze Franse vertaalwoordenboeken hem in het begin van deze eeuw nog omschreven als “kaas uit Camembert”.

De geur van de camembert is het treffendst gekenschetst door de Franse dichter Leon-Paul Fargue (1876-1947). Toen deze voor het eerst een camembert rook, zou hij verheerlijkt zijn ogen hebben gesloten en hebben verzucht: “Gods voeten”. Niet duidelijk is of deze gebeurtenis plaatsvond vóór 1910, toen camembert nog een bleu was, of nadien.