Voor de meesters wordt het leven er niet makkelijker op

Vandaag begint in Amsterdam het Nederlands kampioenschap schaken. Hoewel Jan Timman niet deelneemt, is het mede door de aanwezigheid van enkele 'schaak-emigranten' een sterk bezet toernooi. De opzet van de titelstrijd zal, na een kleine opstand van de meesters en hoofdklassespelers, volgend jaar waarschijnlijk veranderen.

AMSTERDAM, 4 JUNI. Omdat er meer sterke schakers komen en het nationale kampioenschap nog steeds twaalf deelnemers heeft, wordt het in de toekomst dringen om een plaatsje te krijgen. De groep die vandaag aan de slag gaat is samengesteld volgens een formule die al tientallen jaren geldt. De vijf hoogsten van het vorige kampioenschap hebben recht op deelneming. Vier mensen plaatsen zich uit voorwedstrijden. De overige deelnemers worden aangewezen door een plaatsingscommissie.

Volgend jaar gaat het waarschijnlijk anders. In de bondsraadsvergadering van april werd een voorstel aangenomen van het bestuur van de KNSB om voortaan niet vier, maar slechts twee spelers uit de voorwedstrijden recht te geven aan het kampioenschap van Nederland mee te doen. Zo komt er meer ruimte om plaatsen toe te delen aan topspelers en eventueel aan opvallende jonge talenten. Maar voor de meesters en de sterke hoofdklassers, die niet gauw een vrije plaats zullen krijgen en toch graag mee willen doen, wordt het leven er niet makkelijker door en het is niet verwonderlijk dat er een kleine opstand uitbrak.

De meesters Albert Blees en Liafbern Riemersma schreven een woedend stuk in het weekblad Schaaknieuws waarin enigszins smalend werd gerept van een 'grootmeesterkliek', die jaar in jaar uit automatisch het kampioenschap ingetild zou worden. Elders werd gesuggereerd dat de spelers van de sub-top een boycot zouden organiseren van de voorwedstrijden. De opstandelingen belden de nieuwe sponsor Wolters-Kluwer op om te vragen of die er soms achter zat. Was er een eis dat er in de toekomst zoveel mogelijk grootmeesters zouden meedoen? De sponsor liet wijselijk weten dat men zich niet wenste te bemoeien met de samenstelling van de groep; dat was een zaak van de bond, maar de geldschieter wilde natuurlijk wel graag een zo sterk mogelijk kampioenschap.

Bleek om de neus zagen de bestuursleden van de KNSB hun kersverse sponsor meteen al betrokken bij een controverse. Uiteraard wilde die zich niet in een wespennest steken door zich met de samenstelling van de kampioensgroep te bemoeien. Maar natuurlijk is het ook zo dat iedere sponsor liever Jan Timman, Ivan Sokolov en Predrag Nikolic (de andere in Nederland wonende Bosniër) ziet spelen, dan relatief onbekende schakers uit de voorwedstrijden. Nikolic, die zodra het kan naar Sarajevo wil terugkeren, wilde niet aan het kampioenschap meedoen. “De Nederlandse spelers hoeven niet bang te zijn dat ik hun plaatsje inneem,“ zei hij in een interview.

Het is niet alleen in Nederland dat de komst van buitenlandse topspelers de inheemse kleine professionals beangstigt. Onvermijdelijk dat er zekere beperkingen aan de deelneming van buitenlanders worden gesteld. Als een rondreizend schaker op zijn tocht achtereenvolgens aan het kampioenschap van Rusland, Letland, Polen, Duitsland en Nederland zou kunnen meedoen, zouden de autochtone kaaskoppen met recht kunnen zeggen dat er met hun belangen gesold werd. Aan de andere kant is het immoreel om een emigrant te discrimineren. De KNSB bewandelt hier een redelijke tussenweg: wie een jaar in Nederland is, mag overal aan meedoen.

Men wil het kampioenschap zo sterk mogelijk maken en wat men in feite tegen de meesters zegt is dit: “Er zijn veel toernooien tegenwoordig, weliswaar niet in Nederland, maar wel in Frankrijk en Spanje. Maak je spaarpot leeg, doe er aan mee en wordt grootmeester of haal een hoge rating. Dan ben je hartelijk welkom, maar anders hebben we liever Van Wely, die heeft het ook zo gedaan. Wie niet sterk genoeg is moet niet zeuren.“

Daar zit wat in. Toch is wat men gedaan heeft, de toegang tot het kampioenschap voor een groep van enige tientallen vrijwel gelijkwaardige spelers van de sub-top beperken tot slechts twee plaatsen, naar mijn idee een ontmoedigend paardemiddel. Er zijn betere manieren. Uitbreiding van het kampioenschap of de voorwedstrijden financieel en anderszins zo aantrekkelijk maken, dat het ook voor de topspelers een eer en een genoegen zal zijn om er aan mee te doen. Maar dat kost veel geld. De bond is arm en sponsors staan zich tegenwoordig niet te verdringen. Zolang dat zo is, kan de belangentegenstelling tussen de elite en de massa niet opgeheven worden. Die boycot waarover gesproken is zal er niet komen. Te veel spelers zullen denken: 'laat de concurrentie maar fijn boycotten, des te groter de kans dat ik me plaats.' Zo zit de schaakwereld nu eenmaal in elkaar.