Suïcide (2)

Nu psychiater dr. G.F. Koerselman in een interview in deze krant even heftig de professionele integriteit van psychiater B.E. Chabot aanvalt als onlangs in het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid en wat betreft zijn motieven om dit te doen even weinig overtuigt, is het zaak te wijzen op het ontbreken van afdoende argumenten en duidelijkheid.

Koerselman geeft toe dat hij de depressie, die volgens hem altijd aanwezig is bij de mens die balans-suïcide overweegt, wel kan genezen maar dat hij na die behandeling (die toch vaak geschied is ten koste van een tijdsduur en mate van leed) niet kan wegnemen het verdriet, de woede, de machteloosheid van het leven van de hulpvrager. Wat is dan gewonnen, de hulpvrager leeft, maar is leven tot elke prijs winst?

Deze arts zegt weliswaar geen motivering vanuit de religie te hebben voor zijn standpunt, nooit op het CDA gestemd te hebben - alsof dat een bewijs van goed gedrag is - maar zegt dan toch ook dat “de strijd gaat tussen de mensen die voor zelfbeschikking zijn en de mensen die vinden dat een mens ingebed is in een groter geheel van verantwoordelijkheden waar je je maar naar hebt te schikken.” Hij zegt ook aan zelfbeschikking te hechten maar zegt “over beschikking door een ander, door de godsdienst, de staat, de medische macht - wat dan altijd heel erg wordt gevonden.” Koerselman wekt de indruk dat dus niet zo erg te vinden, maar voor de meeste Nederlanders is godsdienst niet de leidraad van hun levensbeschouwing, hoort de staat op democratische wijze ieder de kans te geven volgens eigen opvattingen te leven en op milde wijze dat deel van het leven te beleven dat de dood is, en blijkt de medische macht steeds meer in te zien dat naast voorkómen, genezen, en verzachten van lijden ook beëindiging ervan een menswaardige en artsen-waardige taak is, wat de artsenorganisatie KNMG, waarbij de meeste artsen zijn aangesloten, onderschrijft. Men is niet tot dat standpunt gekomen omdat er nu meer leed zou zijn dan vroeger - gezien de vorderingen van de medische wetenschap is het fysiek en psychisch leed waarschijnlijk minder, hoewel langduriger - maar omdat de zin van het leven en de nood van het sterven door de mens van deze tijd anders ervaren wordt. Niemand meent overigens dat men van artsen verlangen kan altijd elk leed weg te nemen of dat zij dat zouden kunnen maar wel dat een arts dat doet waar mogelijk en dat hij, als dat indruist tegen zijn opvatting van zijn taak, verwijst naar een collega die wél hulp wil geven.

Elisabeth Willing-Versteegh, Amerongen