Steunplan Seat wekt woede concurrentie

MADRID, 4 JUNI. De auto-industrie in Spanje heeft woedend gereageerd op de plannen van de Spaanse overheden om de noodleidende Seat-fabrieken met tientallen miljoenen guldens aan subsidie te steunen.

De vestigingen van Ford, Renault, Peugeot en Opel menen dat steun in strijd is met de Europese regelgeving op het gebied van de vrije concurrentie.

De Duitse autofabrikant Volkswagen, sinds 1986 eigenaar van Seat, heeft de Spaanse regering de afgelopen week sterk onder druk gezet om bij te springen bij de sanering van de Seat-fabrieken. Als Spanje niet voor 66 miljard peseta (925 miljoen gulden) bijdraagt in de kosten moeten de Seat-fabrieken zelfs sluiten, zo maakte VW deze week bekend. Volgens onbevestigde berichten zouden de Spaanse en Catalaanse overheid inmiddels een bedrag van 40 miljard peseta (560 miljoen gulden) hebben toegezegd.

De kwestie steekt de overige fabrikanten van personenwagens vooral, omdat zij zelf de laatste jaren eveneens omvangrijke uittredingsprogramma's hebben doorgevoerd zonder dat de Spaanse staat financieel bijsprong. Renault en Peugeot droegen gezamenlijk ruim 1,3 miljard bij aan de vervroegde uittreding van in totaal 11.500 werknemers. “Wij zijn niet tegen steun voor bedrijven”, aldus president Juan Antonio Moral van het Spaanse Fasa-Renault, “Volkswagen vraagt geld om de fabrieken te saneren en dat is wettelijk verboden.”

De Spaanse minister van industrie Eguiagaray reageerde met een dubbele: van een dreigende sluiting van Seat is volgens hem geen sprake, maar dat de subsidies waarover onderhandeld wordt zouden zijn bedoeld voor het doorvoeren van saneringen zou evenmin het geval zijn. De directie van Seat voegde daar aan toe dat de kritiek van de overige producenten in Spanje onterecht is, omdat Seat “het enige Spaanse merk is” met eigen technische centra, terwijl de overige producenten niet meer dan assemblage-centra zouden zijn.