Staat vindt privatisering pas succes bij grote deelname van particulieren; KPN belicht nauwelijks risico's

Het aandeel KPN wordt in de reclame-campagne afgeschilderd als een solide belegging. Maar er zijn ook een aantal onzekerheden voor de belegger die geld steekt in aandelen KPN.

ROTTERDAM, 4 JUNI. De privatisering van Koninklijke PTT Nederland is pas een succes, vindt de overheid, als het aandeel een grote spreiding krijgt onder particulieren. Een reclamebombardement moet het voormalig staatsbedrijf daarom het imago verschaffen van een winnaar: high tech, solide, internationaal en klaar om toe te slaan op geliberaliseerde markten.

Zo'n publiekscampagne laat weinig ruimte voor het belichten van risico's -verbonden aan beleggen in aandelen, bijvoorbeeld, en verbonden aan KPN zelf. 'De PTT' mag in menig brein zijn gevestigd als een groot en onaantastbaar instituut, in de jungle van de internationale telecommunicatie moet maar worden afgewacht of het jonge olifantje de juiste weg vindt.

KPN zal het, dat is zeker, niet gemakkelijker krijgen. In recente rapporten van banken en beleggingsanalisten staat de groeiende concurrentie voor het nationale telecommunicatie- en postbedrijf centraal. PTT Telecom verliest in 1998 het laatste monopolie, dat op niet-mobiel spraakverkeer - nu de grootste bron van inkomsten. PTT Post behoudt vooralsnog het exclusieve recht op de Nederlandse distributie van briefpost (tot 500 gram), zijn grootste deelmarkt, maar hier is stagnatie het probleem.

Telecommunicatie zorgt voor ruim twee derde (11,8 miljard gulden) van KPN's omzet en 88 procent (2,7 miljard) van het resultaat. De voorspelde groei van de vraag naar telecomdiensten verklaart veel beleggersinteresse voor dit deel van KPN. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat het relatief hoge resultaat en de omzetstijging van gemiddeld zo'n 7 procent over de laatste jaren zijn behaald op een beschermde markt. Wanneer die volledig wordt vrijgegeven, kan het binnenlands marktaandeel van Telecom alleen maar dalen.

De gevolgen van concurrentie laten zich raden. Een van de eerste markten waarop Telecom in volle hevigheid met mededingers te maken kreeg, was die voor randapparatuur, in 1989. Vanaf het moment dat derden ook formeel telefoons, faxen en dergelijke mochten verkopen voor gebruik op het PTT-net verloor de onderneming marktaandeel. En meer dan dat: Telecom heeft de laatste vier jaar ook omzet verloren in randapparatuur. Tegenover 1,45 miljard gulden in 1990 stond vorig jaar nog 1,27 miljard.

Naast apparatuur neemt Telecom in dat cijfer ook de opbrengsten van advies, installatie en onderhoud van apparatuur op. Onder dreiging van een klacht wegens verboden koppelverkoop door de Vereniging van Bedrijfstelecommunicatie Grootgebruikers (BTG) besloot PTT Telecom onlangs af te zien van zijn exclusieve claim op het onderhoud van de bedrijfstelefooncentrales die het bedrijf levert. Ook hier zal Telecom dus een veer moeten laten - tien jaar onderhoud levert globaal evenveel op als de centrale zelf. De BTG meent dat zijn leden nu 30 tot 40 procent op onderhoud kunnen besparen.

Toegegeven, de markt voor randapparatuur heeft alle trekken van die voor consumentenelektronica: veel aanbieders, scherpe prijzen, lage marges. Maar ook op Telecoms andere markten, waar de drempel voor nieuwkomers door de vereiste hoge (aanvangs)investeringen veel hoger is, staat Telecom een stevig robbertje vechten te wachten. Prijsreductie zal daarbij niet het enige wapen zijn, maar druk op de marges - ook door hogere kosten van betere dienstverlening - is onvermijdelijk, erkent KPN.

Met name het bedrijfsleven is kritisch over het niveau van dienstverlening door PTT Telecom en daardoor geneigd concurrentie juichend in te halen. Zelfs al zijn sommige ondernemers dikke vrienden met het Telecom-management, dan nog zijn de meesten afkerig van een monopolist. Getuige het besluit van nota bene Philips (hofleverancier van Telecom) en ABN Amro (leider van het syndicaat dat KPN naar de beurs brengt) delen van hun dataverkeer - sinds enkele jaren ook een geliberaliseerde markt - te laten afwikkelen door British Telecom.

Nog twee belangrijke markten van Telecom worden binnenkort vrijgegeven: die voor mobiele telefonie (de snelst groeiende telecom-markt) en 'aardse' infrastructuur. Dit najaar begint de overheid een procedure voor toekenning van een tweede zogeheten GSM-licentie zodat in 1995 een nieuwe mobiele operator actief kan worden. Telecom, dat de bui ziet hangen, heeft inmiddels gedifferentieerde tarieven aangekondigd voor GSM, zodat gebruikers met 'maatwerk' kunnen worden gebonden. Tegelijk heeft het de tarieven voor de oude autotelefoonnetten (ATF-2 en -3) verlaagd. Een illustratie van het effect dat concurrentie - en nu alleen nog maar intern - kan hebben.

Telecom mag geduchte tegenstand verwachten. Als concurrerende aanbieder van infrastructuur heeft minister Maij van verkeer en waterstaat voorkeur voor een samenwerkingsverband van Nederlandse Spoorwegen, elektriciteits- en kabeltelevisiebedrijven. Wat GSM betreft hebben drie consortia interesse laten blijken, elk geleid door één van de drie grootbanken ABN Amro, ING en Rabo. Stuk voor stuk grote en kapitaalkrachtige partijen.

Hun achterstand in ervaring en vaardigheden op het gebied van telecommunicatie is geen beletsel: operationele kennis is te koop. Verschillende Amerikaanse telecombedrijven, gewend aan concurrentie en aggressief, zijn betrokken bij de GSM-consortia. De beoogde tweede aanbieder van infrastructuur, die ook telecommunicatiediensten wil aanbieden, heeft zulke partners nog niet, maar maakt er geen punt van. “Ze verdringen zich hier op de stoep”, zeggen de initiatoren. “Alle grote jongens zijn geïnteresseerd. Nederland is immers de eerste op het Europese vasteland die zijn markt opengooit, en iedereen vindt het extreem belangrijk een foothold in de Europese Unie te krijgen.”

Die belangstelling wordt gestimuleerd door het verhoudingsgewijs grote internationale aandeel in het Nederlandse telecom-verkeer. Met vorig jaar 371,5 miljoen uitgaande telefoongesprekken neemt PTT Telecom mondiaal een negende plaats in. Menig eigenaar van een wereldomspannend netwerk zou die gesprekken graag via zijn eigen net verwerken.

De Nederlandse telefoniemarkt geldt, net als die in andere ontwikkelde landen, als volgroeid. Het aantal nieuwe lijnen groeit weinig (3,2 procent vorig jaar), het aantal binnenlandse gesprekken steeg met 6 procent, terwijl de gesprekken naar het buitenland met 11 procent toenamen.

KPN zoekt zijn expansie dan ook deels over de grens, vaak met partners om risico's te spreiden en de vereiste schaalgrootte te krijgen. Samen met de Zwitserse telecom-zuster en het Zweedse Telia werd Unisource opgericht om nieuwe diensten Europees aan de man te brengen. Telecom verwacht er veel van, maar vooralsnog past bescheidenheid. Unisource haalde omzetprognoses niet, en Telecom mocht vorig jaar 15 miljoen gulden verlies voor zijn rekening nemen als aandeel in deze strategische deelneming.

Een internationaal sterker figuur slaat PTT Post. Het behaalt de helft van zijn omzet in open concurrentie, het speelt een rol van betekenis in internationale poststromen en het boekt winst. Ondanks de voorsprong van PTT Post op zijn ingedutte, traditionele en verliesgevende branchegenoten weet ook deze KPN-dochter zich de komende jaren voor problemen geplaatst. Het aanbod van traditionele post stagneert, terwijl de distributiekosten oplopen. Om de marges te handhaven is vergroting van doelmatigheid geboden. In het buitengewoon arbeidsintensieve postbedrijf (tweederde van het KPN-personeel werkt bij Post) komt kostenbesparing al snel neer op personeelsreductie.

Op dit moment wordt het sorteerbedrijf gereorganiseerd, wat tot 1999 ruim 5.000 banen kost. Door overplaatsing en natuurlijk verloop denkt het bedrijf de personele gevolgen op te vangen. In het prospectus bij de beursgang is echter al een nieuwe saneringsronde aangekondigd, die nog eens 2.500 banen kan kosten. Bonden en ondernemingsraad bekijken dat voornemen met argusogen. Gedwongen ontslag noemen ze uitgesloten - zeker als werk zou worden uitbesteed aan goedkopere, parttime wijkbestellers - en ze zijn bereid zich daar tot het uiterste tegen te verzetten.

Waar Telecom zich de komende jaren concentreert op externe bedreigingen, zal Post zijn aandacht vooral richten op het vinden van nieuw werk en het bewaren van de rust binnen het bedrijf. De ambtenarenstaking van midden jaren tachtig, die de posterijen wekenlang lamlegde, bezorgde menig koerier, stadspost- en transportbedrijf gouden tijden. KPN leerde toen vooral hoeveel schade de verstoring van een zo vitale dienst het bedrijf kan berokkenen.