's Nachts waakt India over de Westerse computerindustrie

In de Zuidindiase stad Bangalore programmeren laag betaalde Indiase ingenieurs computers voor Westerse bedrijven. De Silicon Valley van India bedreigt in het Westen hoogwaardige banen.

BANGALORE, 4 JUNI. Wanneer een manager van General Electric in de Verenigde Staten tegenwoordig een probleem met zijn computer heeft of een aanpassing van zijn programma wenst, dan belt hij aan het eind van de dag even met de Zuidindiase stad Bangalore. Aan de andere kant van de aardbol begint tegen die tijd juist een nieuwe dag.

Terwijl de Amerikaan slaapt, speuren jonge ingenieurs van het Indiase softwarebedrijf Infosys in Bangalore naar een oplossing voor het probleem. Via een satellietverbinding met de VS zenden ze hun oplossing en instructies naar de VS en niet zelden kan de Amerikaanse manager de volgende morgen de draad van zijn werk weer gewoon oppakken.

“Het kostte wel even moeite de klant ervan te overtuigen dat wij dit soort werk op een afstand van 10.000 mijl kunnen doen”, zegt Infosys-directeur N.S. Raghavan. “Maar nu aanvaardt men het.”

Het is een staaltje van de globalisering van de internationale economie dat velen in Nederland en elders in het Westen koude rillingen bezorgt. Hier verrichten Indiërs immers geen koelie-arbeid maar werken in een sector die tot voor kort het exclusieve domein leek van hoog ontwikkelde landen. Ze doen dat bovendien voor een fractie van de prijs die Westerse computerprogrammeurs vragen, zodat de deur wijd openstaat voor een verdere opmars van de Indiase computer-industrie.

Een jonge ingenieur die in dienst treedt bij Infosys verdient omgerekend 350 dollar per maand, een fraai begin voor een Indiër maar een schijntje vergeleken bij de in het Westen gebruikelijke salarissen. Weliswaar staat hier tegenover dat het invoeren van de noodzakelijke computer-hardware in India duur is wegens de nog altijd hoge invoertarieven, maar deskundigen hebben berekend dat het toch al gauw twee keer zo goedkoop is als in het Westen om de software in India te laten ontwikkelen.

Het aantal Westerse bedrijven dat een beroep doet op Indiase computerdiensten groeit dan ook gestaag. In Bangalore, dat bekend staat als de Silicon-Valley van India, zijn de afgelopen jaren tientallen firma's uit de grond geschoten. Vooral in software zijn de Indiërs bedreven. Een bedrijf als Infosys bedient naast General Electric klanten als Nestlé, Reebok en Holiday Inn.

In totaal bedroeg de export van de Indiase software-sector het afgelopen jaar 225 miljoen dollar. Dit jaar zal dat cijfer naar verwachting met 40 procent stijgen.

Pag.16: Scooters in tempel van de vooruitgang

Zeker 10.000 hooggekwalificeerde mensen werken in de branche (van wie een derde in Bangalore). Op zichzelf zijn dit nog geen bijster imponerende cijfers, maar voor India, dat verder zo arm is aan zulke hoogwaardige banen, is deze sector van levensbelang.

Ook de Westerse computergiganten zijn en masse in Bangalore neergestreken om te profiteren van de nieuwe mogelijkheden. Meestal werken ze in de vorm van joint ventures. Op de lange lijst prijken namen als IBM, Digital Equipment Corporation, Texas Instruments, Motorola, Hewlett Packard en Apple.

IBM, dat in de jaren zeventig India verliet wegens steeds scherpere restricties op zijn activiteiten, heeft een koppel gevormd met Tata, een van de paradepaarden van het Indiase bedrijfsleven. Tata Information Systems Ltd. (TISL) zetelt in een van de talrijke glimmende nieuwe kantoorkolossen in een buitenwijk van Bangalore. Het gebouw had evengoed in Londen, San Francisco of Amsterdam kunnen staan.

Op de ruime, goed verlichte zalen herinnert slechts hier en daar een scooterhelm er aan dat deze werknemers niet over een eigen auto beschikken. Mensen van boven de dertig zijn er nauwelijks. TISL heeft nu ruim 130 mensen in dienst, van wie 105 programmeurs. Dit jaar zullen er nog eens honderd mensen bijkomen.

De werknemers van TISL behoren tot een elite. “We nemen maar één op de zestig sollicitanten aan”, zegt dr Yogendra Singh, de van IBM afkomstige vice-president van TISL. De werklust van de gelukkigen die wel worden aangenomen, kent geen grenzen. “Ze willen bewijzen dat ze het kunnen opnemen tegen de besten in de wereld.” Laatst vroegen een paar jongens of Singh niet kleine slaaphokjes kon laten bouwen, zodat ze nog langer konden doorwerken. Dat verzoek werd afgewezen.

TISL begon zijn operaties in januari vorig jaar en inmiddels beweegt het zich op verschillende terreinen. Het ontwikkelt software voor communicatie en voor grafische voorstellingen. Daarnaast zoeken TISL-programmeurs in samenwerking met IBM-laboratoria in de VS naar manieren om de menselijke stem via computers weer te geven. In het eerste jaar exporteerde TISL voor 4,5 miljoen dollar, dit jaar wordt een verdubbeling van de omzet verwacht.

Bij concurrent Infosys is de ontwikkeling iets minder stormachtig verlopen, maar ook dit bedrijf, in 1981 door een handjevol Indiase ingenieurs opgezet, is het voor de wind gegaan. Het heeft een omzet van zo'n tien miljoen dollar en verwacht dat die ook het lopende jaar weer met 50 procent zal stijgen. Infosys telt 600 werknemers en denkt volgend jaar 1000 mensen in dienst te hebben.

Anders dan de meeste computerbedrijven in Bangalore heeft Infosys geen groot moederconcern achter zich en moet het geheel op eigen kracht zijn weg vinden. “Zodra er een nieuwe werkwijze of een nieuwe technologie op de markt komt, moeten we ons razendsnel aanpassen. Anders redden we het op lange termijn niet”, aldus hoofddirecteur N.R. Narayana Murthy.

Infosys houdt zich op het ogenblik onder andere bezig met het computeriseren van het werk in pakhuizen voor General Electric en met software die airconditioners automatisch minder hard laat lopen bij een bepaalde temperatuur, waarmee niet alleen geld maar ook energie kan worden gespaard.

Het is geen toeval dat de computerindustrie juist in Bangalore zo'n hoge vlucht heeft genomen. Al in de jaren vijftig besloot de Indiase regering hier, ver van aartsvijand Pakistan en ver van de kust, een aantal gevoelige instituten en fabrieken op te zetten, die vooral voor defensie-doeleinden werkten. Ook enkele elektronica-bedrijven van de overheid kregen Bangalore als hoofdkwartier. Daardoor ontstond er een basis voor high-tech-industrieën.

Daarnaast beschikt Bangalore over een groot aantal uitstekende instituten voor technisch onderwijs, waaronder het bekende Indian Institute of Science. Elk jaar studeren hier honderden competente ingenieurs af. Aantrekkelijk voor bedrijven is voorts dat Bangalore een cultuur kent van hard werken. De vakbonden verstoren het arbeidsproces minder vaak dan elders in India.

Het leefklimaat in de stad is aangenaam, waardoor Indiërs van elders in het land het doorgaans geen straf vinden naar Bangalore te verhuizen. In de winter is het er warmer dan elders in India en in de zomer koeler. Ondanks de enorme expansie van Bangalore (nu een kleine vijf miljoen inwoners) is de stad vol bomen en parken gebleven.

Voor de nieuwe laag van yuppies zijn er blinkende moderne winkelcentra gebouwd, waarvan andere steden slechts kunnen dromen. Van verre komen Indiërs om zich te vergapen aan deze tempels van de vooruitgang. Sommigen begeven zich onwennig voor het eerst van hun leven op een roltrap.

Een voordeel voor buitenlandse bedrijven is verder dat Bangalore - evenals de rest van India overigens - beschikt over een groot reservoir van mensen die vlekkeloos Engels spreken. De economische liberalisering van de afgelopen drie jaar heeft het land eveneens een stuk aantrekkelijker gemaakt voor buitenlanders. Voor de computer-industrie is niet zonder belang dat India kan bogen op een eeuwenoude mathematische traditie.

Bangalore is niet de enige plaats waar de computer-industrie tot bloei is gekomen. In Bombay is die zelfs nog omvangrijker, maar Bangalore zal de westelijke metropool naar verwachting spoedig overvleugelen. Het nabij gelegen Madras is ook een concurrent, zij het voorlopig geen grote.

Toch kan Bangalore niet op zijn lauweren gaan rusten. De groei is zo onstuimig geweest dat de infrastructuur sporen van overbelasting vertoont. De stroom, onmisbaar voor de industrie, valt regelmatig uit. Wil de stad haar positie als high-tech-centrum handhaven dan zal daar onherroepelijk verbetering in moeten komen. Het kenmerk van de globalisering is immers dat er altijd wel een andere plaats in de wereld klaar staat om Bangalore te verdringen.