Russen bepalen sterkte van een schaakland

Vandaag begint in Amsterdam het Nederlands kampioenschap schaken. Hoewel Jan Timman niet deelneemt, is het mede door de aanwezigheid van enkele 'schaak-emigranten' een sterk bezet toernooi. De opzet van de titelstrijd zal, na een kleine opstand van de meesters en hoofdklassespelers, volgend jaar waarschijnlijk veranderen.

AMSTERDAM, 4 JUNI. Het schaakkampioenschap van Nederland, dat vandaag in Amsterdam begint, is een van de sterkste die er ooit zijn geweest. De nuchtere Van der Sterren, titelverdediger en aan het begin van dit jaar nog wereldkampioenskandidaat, de ambitieuze Piket, winnaar van de drie daaraan voorafgaande jaren, de kwikzilverige Van Wely en de zwaarmoedige Sokolov zijn de meest voor de hand liggende kandidaten voor de titel. Maar de wijze Sosonko, de agressieve Nijboer, de veelzijdige Van der Wiel en de technisch bekwame Cifuentes kunnen ook van iedereen winnen. Bosch, Van Gisbergen, Hoeksema en Van der Werf, de vier spelers die zich via voorwedstrijden hebben geplaatst, zijn minder bekend, maar zij blaken van strijdlust om de hiërarchie te doorbreken, vooral nu het bestuur van de KNSB de afgelopen tijd heeft laten merken dat het de spelers uit de voorwedstrijden niet helemaal voor vol aanziet.

Jan Timman is er niet bij. Hij speelt niet vaak meer in het kampioenschap, de laatste keer was in 1987. Voor zijn kandidatenmatch tegen Salov, die eind juli in India begint, wilde hij nog één toernooi spelen. Hij koos voor Dortmund, in juli, dat is een nog sterker toernooi en bovendien heeft Timman altijd liever in het buitenland gespeeld dan op eigen erf. Hij zou hier niet veel te winnen hebben, want hij is al acht keer kampioen geweest. Maar de anderen zullen hem missen, want Timman is de koning die ze allemaal willen onthoofden. Heel voorzichtig, alsof men de lastering nauwelijks in de mond durft te nemen, klinkt soms de vraag: is Timman nog wel de sterkste speler van Nederland? Dat is hij, niet alleen door zijn prestaties uit het verleden (ooit derde op de wereldranglijst achter Karpov en Kasparov, winnaar van talloze formidabele toernooien) maar ook door zijn optreden in de lopende wereldkampioenschapscyclus.

Op de Elo-ranglijst is Piket hem volgens de laatst gepubliceerde tussenstand echter gepassseerd. Er is een tijd geweest dat over Piket bezorgd werd opgemerkt dat hij 'niet echt doorgebroken' was. Hij loopt ook al zo lang mee, toen hij twaalf was en zijn beentjes de vloer niet raakten als hij achter het bord zat, speelde hij al in internationale toernooien. En nu is hij 25, een rijpe leeftijd in de schaakwereld. Maar de laatste tijd gaat het weer de goede kant uit. Een maand geleden verpletterde hij Ljubojevic, ooit een waar tovenaar, met 6-2. Hij staat nu achttiende op de wereldranglijst, Timman vierentwintigste. Zijn volgende trainingsmatch zal waarschijnlijk tegen de Russische Let Sjirov zijn, op het ogenblik (tot veler verrassing) naar rating de derde speler van de wereld. Dat wordt een mooie test voor Piket.

Het is tegenwoordig ingewikkeld om aan te geven hoe hoog iemand op de wereldranglijst staat. Er zijn twee ranglijsten, van de FIDE en van de PCA, en ze worden na bijna ieder toernooi bijgewerkt. Als we ons voor het gemak aan de laatste officiële lijst van de FIDE houden, van januari, is Ivan Sokolov de hoogst geplaatste speler van dit kampioenschap. Hij was in januari veertiende van de wereld, ver uit het zicht van alle Nederlanders inclusief Timman, die toen net een heel beroerd jaar achter de rug had. Maar Sokolov is wisselvallig, een speelbal van zijn stemmingen, en als het eenmaal slecht met hem gaat in een toernooi kan het ook verschrikkelijk slecht gaan. In maart was hij gezakt naar de zesentwintigste plaats.

Sokolov woonde in Sarajevo. Toen daar de oorlog uitbrak was hij in het buitenland. Hij kon niet goed meer terug. Na enige omzwervingen, die hem zelfs als schaaktrainer op de Faerøer-eilanden brachten, vestigde hij zich een paar jaar geleden in Oegstgeest. Of hij nog teruggaat naar Sarajevo als daar een soort vrede gekomen zal zijn, weet hij zelf misschien niet. Hij doet nu mee aan het Nederlands kampioenschap en hij zou ook wel voor Nederland op de Olympiade willen spelen, maar dat zou een breuk met zijn vaderland betekenen die hij niet wil, of nog niet wil. Op de komende Olympiade, tegen het eind van dit jaar in Thessaloniki, zal hij waarschijnlijk toch voor Bosnië uitkomen.

Sokolov is de derde immigrant in dit kampioenschap. Verder is er nog de Chileen Cifuentes en de voormalige Rus Sosonko, maar die is al zo lang in Nederland dat we niet anders meer weten; het eerste Nederlands kampioenschap dat hij won was in 1973, toen Loek van Wely nog in de windselen lag. De Oosteuropese schaakemigratiegolf van de afgelopen jaren heeft Nederland eigenlijk nauwelijks aangeraakt. Ter vergelijking, een Spaans Olympiadeteam zou er tegenwoordig zo uit kunnen zien: Salov, Ljubojevic, Morovic, Todorcevic, Kurajica en alleen Illescas als eigen teelt. Vorig jaar wonnen de Verenigde Staten het wereldkampioenschap voor landenteams. Vier van de zes spelers waren recent geïmmigreerde Russen. Als iemand vraagt hoe sterk een schaakland is, kan je antwoorden: welke Russen zijn er de laatste tijd gekomen?

In 1988 haalde Nederland een geweldig succes op de Olympiade: derde, met evenveel punten als Engeland, dat tweede werd. Twee jaar later werd Nederland gedeeld zevende, wat je de 'normale' plaats zou kunnen noemen. Maar in 1992 ging het anders. Het was de eerste keer dat de vroegere Sovjet-republieken als onafhankelijke landen meespeelden. Herwaardering van alle waarden: Nederland werd drieëntwintigste, verschrikkelijk, en aan de top was de uitslag: 1. Rusland, 2. Oezbekistan, 3. Armenië.

Het betekent niet dat Nederland zich zou moeten neerleggen bij een armzalige drieëntwintigste plaats onder de landen. Het verschil tussen Nederland en Armenië was niet eens zo groot: 3,5 punt uit 56 partijen. Er zijn tegenwoordig veel landen die elkaar in kracht weinig ontlopen en van sommige van die landen wisten we vroeger nauwelijks dat er schakers woonden. Op vele plaatsen in de wereld is de afgelopen jaren een explosieve toename van schaakactiviteiten geweest. In Nederland is ook meer te doen dan vroeger, maar de voorsprong die we dertig jaar geleden hadden op de rest van West-Europa, hebben we nu niet meer. Als je dit ijzersterke kampioenschap vergelijkt met een willekeurig kampioenschap van ongeveer twintig jaar geleden, is het zonneklaar dat er nu meer sterke spelers zijn dan toen. Hetzelfde kan over de rest van de wereld gezegd worden. Nederland is een mooi schaakland, maar de Russische schaakemigranten vestigen zich bij voorkeur in Amerika, Duitsland, Frankrijk of Spanje. Daar is de groei groter geweest dan bij ons.