Racisme: blijven praten

Maandag spreekt de Franse socioloog Michel Wieviorka (47) in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag (20.15 uur) over zijn boek 'Democratie op de proef - nationalisme, populisme en etniciteit'. Ontkennen helpt niet bij vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid, is zijn stelling, en toegeven betekent het einde van de democratie. Wieviorka pleit in een vraaggesprek voor een tussenweg.

Jean-Marie Le Pen heeft het niet makkelijk in Frankrijk. Er zijn te veel concurrenten, zowel links als rechts. Praten over dichte grenzen is gemeengoed, Europa is uit, nationalisme is in. Voor de Europese verkiezingen mikt het Front National desondanks op tien procent van de stemmen met de verzamelleus 'Europa=Immigratie, Tegen het Europa van Maastricht - Voorwaarts Frankrijk'. Drie aambeelden om op te hameren. En de pennistes zijn nog nuttig ook, zegt de kenner: “Zij voorkomen erger”.

Michel Wieviorka publiceerde met vier collega's kortgeleden 'Racisme et xénophobie en Europe - une comparaison internationale' (Editions La Découverte, Parijs 1994). Uit die vergelijking blijkt dat populistische partijen als het Front National, de Lega Nord in Italië, het Vlaams Blok en zelfs de ultra-nationalisten van Zjirinovski een functie hebben. Wieviorka: “Zij brengen het volk en de staat dichter bij elkaar. Zo lang zij de weinig geruststellende eisen van een deel van het volk verwoorden en een zekere politieke respectabiliteit verwerven, houden zij hun achterban ook af van het gebruik van geweld. Als het Front National ontbonden wordt, kan je in Frankrijk meer racisme en meer geweld verwachten. De neo-nazi's in Duitsland zijn extreem rechts met verwaarlozing van het populisme in de letterlijke zin. Zulke partijen vormen geen barrière tegen geweld.”

In Frankrijk is het zo ver nog niet gekomen, maar de naoorlogse voorsteden broeien. Regelmatig breken relletjes uit, waarbij de politie en vooral de eigen sporthal, winkels en buurtgenoten het slachtoffer zijn. De aanleiding is iedere keer verschillend, de achtergrond is meestal dezelfde: er niet bij horen. Deze week was het weer raak. In een voorstad van Orléans gingen meisjes van Turks islamitische afkomst met een hoofddoek om naar school. Zoals altijd, maar bij het binnengaan lieten zij hem niet zakken tot op de schouders. Na een kort gesprek kregen leerkrachten stenen naar het hoofd. Ouders van 'Franse' kinderen dreigen massaal hun kinderen van school te halen. Immigratie en assimilatie leken in Frankrijk gewone verschijnselen?

“Het 'Franse model' van integratie was een mythe. Nu het niet meer werkt probeert men een naam te geven aan wat achteraf als een succes wordt gezien. Het was een poging het onverzoenbare te verzoenen: het idee dat immigranten in de Franse natie konden worden opgenomen èn deelgenoot worden aan de republikeinse maatschappij. Wij deden alsof de natie universeel was.

“Binnen Frankrijk heeft ieder individu dezelfde rechten, vrijheden, sociale kansen. Hèt voorbeeld is de openbare school. Het was ruim een eeuw geleden de droom van Jules Ferry dat ieder kind, ongeacht waar het zich in Frankrijk bevond, woensdagochtend om half elf dezelfde bladzijde van hetzelfde aardrijkskundeboek zou openslaan. Dat is niet meer zo. Er zijn goede en slechte scholen. Er zijn verschillen. En het toeval wil dat de goede school de school is van de hogere en middenklasse van 'stamechte' Fransen. De slechte school is toevallig van de armen en de immigranten.

“Als scholen niet meer kunnen functioneren zoals vroeger, dan heb je snel zeer verschillende scholen. Dan kan de democratie niet vechten tegen ongelijkheden. Die ontwikkeling creëert nieuwe onrechtvaardigheden, sluit mensen buiten en versterkt de omstandigheden waaronder zij hun toevlucht nemen tot het accentueren van culturele verschillen.”

In een land met politici die elkaar op het scherp van de snede een nieuw ontwerp voor de wereld betwisten, met intellectuelen die op hoge toon het staatshoofd ter verantwoording roepen, is Michel Wieviorka een rustige spreker. Als directeur studie van de Parijse Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales en hoofdredacteur van de Cahiers Internationaux de Sociologie heeft hij niettemin een levenswerk gewijd aan het meest explosieve onderwerp van Europa.

“Het is de paradox op het ogenblik: hoe meer men de Europese constructie uitbreidt, des te meer versterkt men allerlei soorten 'particularismen' die zich juist verzetten tegen de Europese gedachte. Omdat de nationale identiteit en cultuur zouden worden bedreigd. In Spanje is men bang dat het stieregevecht verboden zal worden. Hier denken mensen dat camembert straks niet meer mag.

“Je ziet die terugtrekking in een vertrouwde identiteit niet alleen op nationaal niveau. Er zijn ook regionale uitingen, lang niet allemaal even geruststellend, bijvoorbeeld in Italië, Frankrijk en Spanje. Regionalisme kan overigens goed zijn voor Europa, want het verzwakt de natie-staat. De Basken roepen 'Vive l'Europe'. Met de onverschilligheid is het afgelopen. Hoe politieker Europa wordt, des te groter worden de positieve en de negatieve gevoelens.”

In het hart van Wieviorka's werk staat de vraag hoe samenlevingen met nieuw binnengekomen vreemdelingen omgaan. Hij schrijft over de 'destructuration', de verfloddering van de natie-staat als een belangrijke oorzaak van racisme. De staat heeft nog politieke, militaire en diplomatieke betekenis, maar de economische en culturele kaarten van Europa passen niet meer op de staatkundige. Dat tekent de betekenis èn de beperkingen van een gedragen samenzijn als dat van de Duitse en Franse hoofdheren Kohl en Mitterrand, begin deze week in Mulhouse.

Wieviorka: “Ik geloof niet in het verdwijnen van natie-staten. Zij zullen een rol blijven spelen in het bemiddelen tussen supra-nationale en kleinere eenheden. Maar de verzwakking van de staat blijkt duidelijk bij immigratie. Die vindt plaats, of men het wil of niet. De natie-staat heeft geen antwoord. Immigranten hebben werk en woonruimte nodig. Zij willen hun stem op de een of andere manier laten horen. Dat geeft grote problemen.

“In Frankrijk zie je dat de status van immigranten vastroest: zij waren 'gastarbeider', zij worden 'Arabier' of 'Turk'. Of het waren islamitische Algerijnen die de Franse kant kozen tijdens de Algerijnse oorlog, de 'Harkis', een groep die met de Molukkers is te vergelijken. Zij worden met de nek aangekeken, wonen in beschamende omstandigheden. Hun rest niets anders dan zich afsluiten binnen de eigen identiteit.

“Het is niet altijd buitensluiting die mensen ertoe brengt de groepsidentiteit te gaan uitdragen. De Occitaanse identiteit, die in Zuid-Frankrijk weer opkwam in de jaren '60, was vooral een intellectuele beweging. Bij de joodse wereld in Frankrijk is een verhoogd zelfbewustzijn te zien na de Zesdaagse oorlog. In al dat soort gevallen is het resultaat: hernieuwde groepsvorming en openlijk eisen van collectieve rechten. De grote vraag bij de ontwikkelingen in Europa die culturele verschillen versterken, is: tot op welke hoogte laat je culturele en etnische minderheden als groep toe tot je publieke domein? In Frankrijk wilden wij dat niet. In Nederland stond men open voor een multiculturele aanpak. Als men groepen toegang tot zendtijd, subsidie en andere uitingsvormen weigert, ontkent men hun bestaan. Als je aanspraken op autonomie te makkelijk erkent riskeer je allerlei vormen van nationalisme, plaatselijke botsingen of uitbarstingen van het Libanese of Joegoslavische soort. Niets verbiedt ons te denken dat ook tussen Vlamingen en Walloniërs geweld kan uitbarsten.

“Mijn hoop is er op gevestigd dat wij in Europa in staat zullen zijn beide registers te bespelen. Blijven opkomen voor moderne, individuele rechten èn tegelijk minderheidsgroepen erkennen en toegang geven tot het openbare leven. Dat is de opgave: nog democratischer zijn èn zeer kleine minderheden zich als groep laten ontplooien. Het is de kunst dat in goede banen te leiden.

“Het Nederlandse verzuilingsmodel was het verst verwijderd van het Franse. Misschien naderen die twee elkaar. Formules die alles geven aan het individu of alles aan de groep lijken me gevaarlijk. Combineren van burgerschap en groeps-expressie kàn, als we maar willen discussiëren, onderhandelen, nadenken. Zulke hoofddoek-situaties lopen makkelijk uit de hand, tenzij men buiten de schijnwerpers zoekt naar praktische oplossingen. Ik geloof in blijven praten.”