'Overheid leeft, net als Philips ooit deed, boven haar stand'; Topambtenaar Van der Plas over sanering van de rijksoverheid

DEN HAAG, 4 JUNI. Onder de codenaam Centurion heeft Philips-president J. Timmer de bezem gehaald door het electronica-concern. Timmer zette vijftigduizend personeelsleden aan de kant, verzelfstandigde tientallen bedrijfsonderdelen en verkocht een aantal produktiebedrijven.

“Het concern leefde boven zijn stand. Inkomsten en uitgaven waren niet in evenwicht. De vergelijking met de overheid dringt zich op”, constateert ir. A.B.M. van der Plas. Sinds twee jaar is hij secretaris-generaal van het ministerie van verkeer en waterstaat. Daarvoor was hij lid van de hoofddirectie van de Nederlandse Philipsbedrijven.

De secretarissen-generaal hebben deze week hun advies over de rijksdienst ingeleverd bij de drie informateurs. En bij de sanering van de rijksoverheid ziet Van der Plas van Verkeer en Waterstaat parallellen met zijn vorige baan. Hij was onder meer betrokken bij de saneringsoperatie Centurion.

“Ik heb het begin van de Centurion-operatie meegemaakt. Timmer heeft het bedrijf uit het slop gehaald. In talloze bijeenkomsten heeft hij alle Philips-werknemers met de neus op de feiten gedrukt. 'Het is niet mijn probleem, het is ons probleem', zo hield hij ze voor. Hij presenteerde een duidelijke visie over de toekomst van het bedrijf.”

In de politiek ontbrak het in de verkiezingstijd aan een duidelijke visie over de toekomst van de rijksoverheid, vindt Van der Plas. Hij verwijst naar de verkiezingsprogramma's van de partijen waarin weer forse bezuinigen worden voorgesteld op de overheid, zonder dat wordt aangegeven welke taken kunnen worden afgestoten.

In hun advies aan de informateurs Van Aardenne, De Vries en Vis schrijft het het college van secretarissen-generaal dat het aantal departementen in het volgende kabinet ongewijzigd moet blijven. Een kleinere rijksoverheid is alleen mogelijk wanneer de politiek aangeeft welke taken niet meer hoeven te worden uitgevoerd.

Van der Plas vindt een samenvoeging van departementen - altijd een spannende bezigheid tijdens een kabinetsformatie - op dit moment “niet verstandig”. Tijdrovend, kostbaar en het biedt geen uitzicht op verbetering van het functioneren van de rijksdienst.

Een herverkaveling van de departementen is volgens hem geen garantie voor een betere besluitvorming in de ministerraad, zoals de voorstanders vaak aanvoeren. “Een betere overheid is vooral gediend met het versterken van de rol van de politiek. Het samenvoegen van departementen onder één minister betekent niet automatisch een betere politieke afstemming. De eisen die aan de overheidsorganisatie worden gesteld en de resultaten die de politiek verwacht staan in contrast met een verdere afslanking”, meent Van der Plas.

“Ik heb de afgelopen twee jaar ervaren dat we niet moeten denken dat er één organisatie van de rijksoverheid mogelijk is. De ministeries zijn buitengewoon verschillend. Verkeer en Waterstaat houdt Nederland droog en heeft de zorg voor de mobiliteit. Dat vereist een heel ander type organisatie dan bijvoorbeeld Justitie.”

Van der Plas vindt dat de organisatie en werkwijze van de Nederlandse overheid niet voldoende is toegesneden op de grote maatschappelijke vraagstukken en op de Europese ontwikkeling.

Het bedrijfsleven reageert volgens hem adequater op maatschappelijke ontwikkelingen. “Sommige mensen verbinden daaraan de conclusie dat je de overheid moet runnen als een bedrijf. Dat is maar ten dele mogelijk, want de doelstellingen van een bedrijf zijn anders en veel beperkter dan de overheid. Voor elke overheidsorganisatie geldt dat het primaat bij de politiek ligt. En politieke besluitvorming is een heel ander proces dan de besluitvorming in het bedrijfsleven.”

De secretaris-generaal van Verkeer en Waterstaat wil de bedrijfsvoering van de overheid in de komende kabinetsperiode verbeteren. “Er wordt gerekend in formatieplaatsen en er wordt niet gezegd 'deze job moet worden gedaan'. Dat is niet het schoolvoorbeeld van efficiency. Een bedrijf stuurt op produkten. Bij de uitvoering van het overheidsbeleid moeten we naar een systeem waarbij het eindprodukt als maatstaf wordt genomen. In de overheidsorganisatie moeten we harde afspraken kunnen maken over het eindprodukt en de kosten. In Den Haag kunnen we bijvoorbeeld afspreken welke wegen we willen hebben en dan kunnen we het aan de regionale directies van Verkeer en Waterstaat overlaten om het uit te voeren. Je maakt heldere afspraken: verantwoordelijkheden worden duidelijker en de efficiency wordt verbeterd.”

Voordat Van der Plas in 1985 bij Philips in dienst trad, was hij bijna vijfentwintig werkzaam in Rotterdam. Trots wijst de civiel ingenieur op een tekening van Rudolf Das die aan de wand van zijn werkkamer op het departement hangt. “De metro, de Willemsbrug, de haventerreinen, de Maasvlakte-centrale. En in deze functie kon ik weer aan de slag met de waterstaatkundige en mobiliteitsproblemen van ons land. Het leuke van dit ministerie is dat je beleid maakt, een oplossing zoekt voor maatschappelijke problemen. Aan de andere kant wordt dat beleid ook handen en voeten gegeven.”

Na een intermezzo van zeven jaar in het bedrijfsleven vindt Van der Plas het “parafen-circus” het meest storende aan de overheidsorganisatie. “Ik hoef dus ook niet alles te zien. Ik vertik het om het laatste controlepunt te zijn van het produktieproces. Het is een vorm van afdekken: 'als mijn baas het heeft gefiateerd, dan ga ik vrijuit ook al staan er fouten in het stuk'. Dat vind ik lui denken. We moeten af van het systeem van het op elkaar stapelen van controles.”