'Over armoede zul je de meeste mensen niet horen'

AMSTERDAM, 4 JUNI. Stof waait in kringen over de Albert Cuypmarkt. Een late koopman kwakt zijn pallets op elkaar. De echo concurreert met het geluid van de zware kistjes van een jonge punk. Hij bukt zich met zijn bontgekleurde manen, loopt weer verder, en bukt opnieuw alsof hij iets zoekt. Daar, ergens tussen de groentenstal en de visboer zit het gebruikelijke rijtje zwervers. Kwetterend zuigen ze aan hun halve literflessen bier.

Niet alleen zwervers, maar mannen en vrouwen van drie-hoog-achter, met gordijntjes voor de ramen en naambordjes op de bel, speuren steeds vaker naar etensresten. Sluitingstijd van de markt betekent winkeltijd voor de minder bedeelden. “Dat is al een paar jaar zo hoor”, weet de marktkoopman. Maar het wordt steeds erger, zegt hij klaaglijk. “Straks vreten ze je spullen nog onder je handen uit.” Hij wijst naar een vrouw in een strakke legging. Plotseling doet ze een uitval naar de bak met afgekeurde avocado's. Ze kijkt om zich heen, stopt de vruchten in haar tas en loopt dan schichtig de hoek om.

“De meesten zullen er geen woord over zeggen. Zelden heb je dat ze klagen: we kunnen de schoenen van mijn kind niet betalen, of we hebben niet elke dag eten op tafel”, zegt Monique van Rijn (43), bijstandsmedewerkster van de sociale dienst aan de Amsterdamse Herengracht. “Mijn oma noemde dat stille armoede”, zegt haar collega Marianne Duiker. “Er is toch iets van die berusting. Met name bij vrouwen met kinderen.”

Echt verbaasd waren ze niet over de uitkomst van het rapport 'Grenzen van de armoede' dat gisteren in Groningen werd gepresenteerd tijdens het congres van directeuren van de sociale diensten. Volgens de opsteller van dat rapport, de Rotterdamse armoede-expert drs. G. Oude Engberink zit een kwart miljoen van de Nederlandse huishoudens financieel zwaar in de problemen. Met name bijstandsmoeders, langdurig werklozen, en ouderen die alleen van hun AOW moeten leven zitten vaak onder de armoedegrens. Van Rijn en Duiker kennen de problemen. Je hebt al lang een uitkering en dan opeens komt alles tegelijk.De wasmachine gaat kapot, je kind is jarig, de electriciteitsrekening komt, en er moet toch ook iets met die zere kies.

Sinds twee jaar geleden de schuldsanering naar de gemeentelijke kredietbanken is overgeheveld, zijn voor de bijstandsmedewerkster dit soort problemen minder zichtbaar geworden. “De mensen weten misschien wel dat ze er bij ons niet mee aan moeten komen”. Maar dat neemt niet weg dat het bestaat. “We zitten te jagen op fraudeurs. En we zitten te prikkelen om mensen aan het werk te krijgen. Maar er blijft gewoon een grote groep over waaraan je kan prikkelen wat je wilt”, zo had een woordvoerder van de sociale dienst gezegd. Het is juist deze groep die het kind van de bezuiningsrekening wordt.

Toch vinden Van Rijn en Duiker dat je niet zomaar ongenuanceerd over 'armoede' kan spreken. “Het wordt heel verschillend beleefd.” Je hebt vrouwen die én hun huur betalen én de telefoonrekening, en toch ook elke dag warm eten op tafel zetten - al is het geen biefstuk. En dan zijn er de mensen die moeten kiezen: óf het eten óf de huur. Mensen ook die bij een aanvraag voor devergoeding van een baby-uitset hele nieuwe kinderwagens opgeven, en wiegen en kleertjes van Prénatal. “Je merkt wel gelijk, bij een heronderzoek of als de uitkering even geblokkeerd wordt dat mensen heel afgepast leven”, zegt Van Rijn. “Dan hebben ze nog maar 2,50 gulden in hun zak om die avond door te komen. Maar 'armoede' associeer ik toch met een lege tafel en drie kinderen eromheen.” Monique Duiker is het er niet mee eens. “Weet je wat ik ook armoede vind? Als kinderen van de sportclub afmoeten, en niet meekunnen op schoolreisje omdat er geen geld is. En hoevaak zie je dat niet om je heen?”