Milieuverschil tussen getuige en 'deskundige' vertroebelt de oordeelsvorming; Oordeel van Pyck steunt niet op feiten

In zijn artikel over de zaak-Oude Pekela (NRC Handelsblad 21 mei) beweert prof. Pyck niet alleen dat mensen als Hofstede, Brouwer en Rossen zich schuldig maken aan massahysterie omdat zij vraagtekens zetten bij de juistheid (en de oprechtheid) van de verklaringen van het doktersechtpaar Jonker, maar tevens dat er wel degelijk een 'Multidimensional Child Sex Ring' (MCSR) in Oude Pekela werkzaam zou zijn geweest. Deze reactie van Pyck lijkt mij emotioneel, tendentieus en niet op de bekende feiten gebaseerd. Uit geen van de onderzoeken in Oude Pekela zijn voldoende objectieve gegevens boven water gekomen die de beweringen van het doktersechtpaar Jonkers ondersteunen, terwijl zowel de politie als het openbaar ministerie osten noch moeite gespaard hebben en bepaald geen nalatigheid verweten kan worden.

In de wetenschap is het nog altijd zo dat een buitengewone hypothese buitengewone bewijslast vereist. De voorstanders van de buitengewone 'MCSR'-hypothese (zoals wijlen Mik en nu Pyck) zullen dus zelf met objectieve, voor buitenstaanders controleerbare, bewijzen voor hun hypothese moeten aankomen. Zij kunnen niet omgekeerd van Hofstede, Brouwer en Rossen eisen dat die maar moeten bewijzen dat het hier niet om een duivels pedofielencomplot gaat. Uit antropologisch onderzoek naar vermeende wonderen en verschijningen (bijvoorbeeld die in België van Leon Theunis in Bohan en Mortsel) is het optreden van zogenaamde 'verschijningsspecialisten' bekend: mensen die in het verschijnsel geïnteresseerd zijn, veel daarover gelezen hebben, vaak meldingen onderzocht hebben en op grond daarvan door hun omgeving en de maatschappij als 'deskundigen' worden aangemerkt. Deze 'verschijningsspecialisten' spelen een doorslaggevende rol bij het ijken van de meldingen van de oorspronkelijke getuigen. Zij accentueren, vervormen of laten elementen weg van de oorspronkelijke melding, zodanig dat de melding past in een breder kader dat maatschappelijk wordt geaccepteerd. Of de maatschappelijk bekendgemaakte melding dan nog overeen stemt met de oorspronkelijke van de getuige is zeer twijfelachtig. Vooral omdat er meestal een opleidings- en milieuverschil is tussen getuige en deskundige en de deskundige achteraf 'duidt' wat hij heeft waargenomen. Het doktersechtpaar Jonker beantwoordt bij uitstek aan deze uit de antropologische literatuur bekende rol, die zij blijkbaar in de Verenigde Staten met liefde spelen.

Een ander punt is dat eerst Mik en nu Pyck gewend zijn uit hun achtergrond als psychiater verklaringen van hun patiënten over de werkelijkheid als uitspraken over een objectieve werkelijkheid op te vatten. Dat lijkt inherent aan het therapeutisch bezig zijn: een patiënt die zijn therapeut een verhaal vertelt neemt immers geen genoegen met een houding van ongeloof van die therapeut. Kenmerkend voor therapeuten is daardoor dat zij extreem goedgelovig zijn en dat vanuit hun therapeutische praktijk gezien ook wel moeten zijn. Dat een subjectieve werkelijkheid nog niet een objectieve werkelijkheid is, lijkt hen vaak te ontgaan.

Dat politie en openbaar ministerie de zaak ernstig opvatten bewijst allerminst dat er 'dus' iets aan de hand is geweest. Deze overheidsorganen zijn verplicht verklaringen van iedere getuige serieus te nemen en te onderzoeken, zolang het tegendeel niet bewezen is. Vraagtekens zetten bij de betrouwbaarheid van een getuige en de geldigheid van zijn verklaringen ligt niet op de weg van deze instanties. Omgekeerd bewijst dit serieus-nemen allerminst dat de gemelde feiten 'dus' waar zijn.

Een ding is zeker inzake Oude Pekela: de betrokkenen vormden onderdeel van een 'Gemeinschaft' in ontbinding. De angsten voor dit desintegrerend gebeuren en voor de andere normen, waarden en zeden, de inherent zijn aan de gewijzigde maatschappelijke verhoudingen van de 'Gesellschaft' deden sommige getuigen de daarmee gepaard gaande existentiële angsten verwoorden. Angsten, die door het optreden van de Jonkers, Mik en Pyck vertaald zijn in een maatschappelijke waan, die niet anders dan als massahysterie omschreven kan worden.