'Met het huidige concept is de afwezigheid van Gullit geen verlies'

Twee keer speelde ARIE HAAN in de finale van het wereldkampioenschap voetbal ('74 en '78). Hij kwam uit voor clubs als Ajax, Anderlecht en PSV. Hij trainde de afgelopen tien jaar onder andere Anderlecht, Standard Luik en VfB Stuttgart. Alvorens de geboren Winschoter in juli aan de slag gaat bij zijn nieuwe werkgever PAOK Saloniki zal hij gedurende het WK in Amerika wekelijks een column verzorgen voor NRC Handelsblad.

Op weg vanuit zijn woonplaats Stuttgart naar zijn moeder in Winschoten stuurde Arie Haan afgelopen woensdag zijn Mercedes met airco ook even naar Eindhoven om Hongarije te zien sparren tegen het Nederlands elftal. Hij zocht nog een goede nummer tien (spelmaker) voor zijn nieuwe club PAOK Saloniki. Een beetje tegen beter weten in want hij was vantevoren gewaarschuwd dat de Oosteuropeanen met een groot aantal invallers zouden spelen. Het samengeraapte zootje stelde inderdaad niet veel voor, waardoor hij zich volledig op Oranje kon concentreren. Zijn geoefende trainersogen zagen een groot aantal positieve en negatieve zaken. Over het resultaat: “Om zeven goals te scoren moet je toch wat doen. Hoewel ik achteraf de 5-1 zege van Duitsland in Oostenrijk een betere prestatie vind. Was Nederland nu zo sterk, of Hongarije zo zwak? Hoe het ook zij, dit resultaat krikt toch het zelfvertrouwen op. In het buitenland gaan ze met andere ogen naar het Nederlands elftal kijken. Dat kan nooit kwaad.” Over het spelniveau: “Af en toe was het steriel wat Oranje liet zien. Grote delen van de wedstrijd zat ik me te vervelen, zoveel dode momenten. Het speltype is nog niet agressief genoeg. Je kon zien dat er hard is gewerkt in het trainingskamp. De ploeg is nog niet helemaal scherp. Echte korte sprints zag je weinig. Aan de andere kant constateerde ik bij vlagen perfect uitgevoerde combinaties die tot doelpunten leidden. Er waren tempowisselingen en er werd zuinig gespeeld. Als dat de bedoeling was kun je deze wedstrijd honderd procent geslaagd noemen.”

Qua opstelling kwam de formatie van woensdag dicht in de buurt van Haans ideale Oranje. “Ik denk dat Dick Advocaat het team in zijn hoofd heeft. Een week geleden had ik alleen Gullit en Roy in de spits gezet. Van Basten gedijt goed in een drie spitsensysteem, maar Gullit niet. Die heeft ruimte nodig om op te komen. Dat zie je ook in Italië. Als het Nederlands elftal volgens het huidige concept blijft voetballen, is de afwezigheid van Gullit geen verlies. Ronald de Boer zal op het WK niet veel scoren, maar hij heeft wel een functie in het veld, die hij fantastisch uitvoert. Hij maakt de weg vrij voor andere spelers.”

Haan constateert echter dat Advocaat wellicht na Nederland-Hongarije voor een dilemma is gesteld. “In mijn opstelling staat Rijkaard in de zône (ruimtedekking, red.) als stopper en Winter speelt hangend op rechts. Zo begon Advocaat woensdag ook. Maar na rust schoof Rijkaard door naar het middenveld en scoorde hij twee doelpunten waarvan één beauty. Een diepe bal, kort teruggelegd en zo afgemaakt. Dat lukt op de training niet eens. Zo'n leuke bijkomstigheid kan je als trainer uren van je nachtrust kosten. Achterin kan Rijkaard van nut zijn door z'n ervaring en overzicht. Op die positie behaalde hij met het Nederlands elftal ook de grote successen. Zijn flexibiliteit en snelheid is door de jaren heen echter minder geworden. Toch zou ik Frank opstellen als verdediger wanneer je achterin in de zône speelt. Maar wat ga je doen tegen Klinsmann of Baggio? Kies je dan voor een pure mandekker - dan zou ik Van Gobbel opstellen.”

Dan is er nog een ander (luxe-) probleem. Jonk of Wouters? Laatstgenoemde was er woensdag wegens een blessure niet bij. Jonk speelde wederom een perfecte wedstrijd. “Die twee zijn gemaakt voor dezelfde positie”, deelt Haan de mening van Advocaat. “Daar komt bij, dat je Bergkamp en Jonk nooit uit elkaar moet halen. Dan doe je beiden te kort. Zij voelen elkaar zo geweldig aan, dat kun je niet leren. Dat is feeling. Jonk heeft ook nog als enige middenvelder een superpass in de benen en schiet goed van afstand. Ik vrees dus het ergste voor Wouters.”

Het systeem is een hot item, zei Ruud Gullit eind april. Daarmee wilde hij toen al aangeven dat Oranje in zijn ogen anders moet gaan spelen. Maar nu uitgerekend hij er niet meer is, kan het team van Advocaat de ingeslagen weg vervolgen. Haan analyseert: “De meeste landen zullen met twee voorstoppertjes spelen en een libero. De backs zorgen dat de vleugels worden afgegrendeld. Nederland zal met een driemans middenveld opereren, waarbij de verdedigende taken op de vleugels grotendeels worden overgelaten aan de links- en rechtsbuiten. Dan kies je dus voor creatieve, offensieve spelers, die in balbezit sneller kunnen aanvallen en derhalve voor meer gevaar zorgen. De flankspelers zullen heel gedisciplineerd te werk moeten gaan. Als zij hun posities verlaten, ontstaat er achter hen een geweldige ruimte. Daarom moet je in de laatste linie ook in de zône spelen.”

“Roy kwam tegen Hongarije wel twee keer in scoringspositie, maar hij is geen echte linksbuiten meer. Overmars daarentegen deed voor spek en bonen mee. Hij bleef maar aan de zijlijn plakken, ook als het niet nodig was. Wanneer Piet Keizer vroeger de bal had, zag je Sjaak Swart al in het zestienmetergebied opduiken. Maar als je achterin de zaak onder controle kunt houden, is er geen betere strijdwijze. Al gaat het weleens mis. Dat zie je aan Cruijff en Barcelona. Als het aanvallend niet lukt, zoals met Ajax tegen Parma, moet je eigenlijk een verdediger kunnen inzetten.”

Met stijgende verbazing heeft de 35-voudige ex-international de ontwikkelingen gevolgd rondom Ruud Gullit. Haan kan weinig begrip opbrengen voor diens raadselachtige solo-actie. “Gullit heeft hiermee veel gezichtsverlies geleden en het Nederlands elftal geen goede dienst bewezen. Als je uitgenodigd wordt voor Oranje heb je de morele verplichting om daar op in te gaan. Ik heb zelf ook weleens bedankt. En achteraf dacht ik: wat ben ik toch een klootzak geweest. Hij doet het nu al voor de derde keer.” Naar de reden kan ook Arie Haan natuurlijk alleen maar gissen. Net als iedereen constateert hij wel dat Gullit na Nederland-Schotland zijn boekje te buiten ging en publiekelijk kritiek leverde op de tactiek. “Dat moet je natuurlijk niet doen. Als je een afwijkende mening hebt, dien je die eerst binnen de groep te laten horen. Maar misschien had hij daar al geen steun gevonden voor zijn standpunten en heeft hij voor de tv-camera iets willen forceren.”

Haan kan zich voorstellen dat Gullit zich eenzaam heeft gevoeld in de Oranje-selectie. Dat hij niet met de egards werd behandeld van een wereldster. Noch door de spelers, noch door de bondscoach. “Ach, als je toevallig een paar stuivers meer verdient kun je nog geen aparte behandeling eisen. Dat respect moet je eerst terugverdienen. Rob Rensenbrink was een ster in België. Een heel goede voetballer. Maar hij moest geen babbels hebben bij Anderlecht. Ik werd in het buitenland op handen gedragen. Als ik echter in Nederland kwam werden die handen meteen afgehakt. Alleen Cruijff heeft een aureool. Die kan eisen stellen en vroeger was hij de enige naar wie een trainer luisterde. Met Michels heb ik in '74 alleen over mijn eigen positie gesproken. De rest wilde hij niet horen. Misschien had de coach Cruijff nog wel met Gullit gesproken. En gezegd dat Oranje het Ajax-systeem gaat spelen. Ik zou dat nog niet eens hebben gedaan.”

In de ogen van Haan heeft Advocaat wel de fout gemaakt door vóóraf geen duidelijke afspraken te maken. “Dat had in Italië al moeten gebeuren. Waar ga je spelen, hoe ga je spelen en welke behandeling kun je verwachten. Als dat vantevoren was besproken zou Gullit niet zijn geconfronteerd met onaangename verrassingen.”

De even verrassende als kansloze actie om Marco van Basten mee te nemen naar het WK moet in de ogen van Haan gezien worden als een psychologische zet. “Fysiologisch kan het helemaal niet. Daarmee zouden we alle trainingswetenschappen in een keer overboord gooien. Een sprinter die een jaar niet traint, loopt ook niet even 9.6 seconden op de honderd meter. Marco kan wel steeds een duurbelasting hebben ondergaan maar daarmee krijg je nog geen wedstrijdconditie. Nee, Advocaat heeft de spelers het gevoel willen geven: als het slecht gaat, hebben we altijd Van Basten nog.”

De trend van het WK'94 zal naar de mening van Haan het spelen met 'anderhalve spits' worden, zoals hij dat uitdrukt. “In '78 wilde Happel met Oranje al zo voetballen. Hij zei: 'Als je zoveel goede middenvelders hebt, waarom zou je daar geen gebruik van maken?' Zo kwam hij op een 4-5-1-systeem. De meeste landen zullen proberen hun concept aan te passen aan het spelersmateriaal.”

Naast Brazilië, Duitsland en zelfs Nederland (“ik ben van nature optimist”) rekent Haan ook Italië en Colombia tot de favorieten. “De Italianen omdat ze altijd goed spelen als het warm is. De Colombianen omdat ze misschien wel de revelatie van het toernooi in de ploeg hebben: Rincon. Tot die gedachte kwam Pele onlangs ook. Je moet dit soort Zuidamerikaanse landen niet uitvlakken. In 1970 won Brazilië met 5-3 van Peru. Anders was Peru misschien wel wereldkampioen in Mexico geworden.”

Na het WK in de VS gaat Haan aan de slag bij het Griekse PAOK Saloniki. Van een avontuur met het nationale elftal van Iran zag hij om praktische redenen af. Hij wilde graag in Europa blijven en in Thessaloniki kan zijn familie ook wonen. De trainer, die als speler 25 hoofdprijzen veroverde en in oktober nog werd ontslagen bij Stan dard Luik, kent het riskante werkklimaat bij Griekse clubs. In Thessaloniki waren Rob Jacobs en Thijs Libregts zijn voorgangers. “Ik word telkens twee maanden vooruit betaald. Als dat niet meer gebeurt ben ik weg. Als je niet presteert word je overal op straat gezet. Ik had in Nederland bij veel clubs aan de slag gekund. Behalve bij PSV. Bij die club hebben ze helemaal geen trainer nodig. Als je ziet wat ze nu allemaal aantrekken. Daar is geen kunst aan. De trainer moet het elftal beter kunnen maken, niet de aankopen. Nee, als je eenmaal in buitenland werkt ga je niet zo makkelijk meer terug naar Nederland.”