Lagere straffen geëist in de Epe-incestzaak

ARNHEM, 4 JUNI. Procureur-generaal mr. Y. van Kuijck heeft gisteren, in het hoger beroep van de Epe-incestzaak, voor het gerechtshof in Arnhem lagere straffen geëist tegen de ouders van de twee slachtoffers Jolanda en Evelien dan de rechtbank van Zutphen eerder dit jaar deed.

Tegen de vader eiste Van Kuijck drie jaar, terwijl de rechtbank in Zutphen hem veroordeelde tot vijf jaar gevangenisstraf. De moeder hoorde de eis van twee jaar in plaats van de drie opgelegde jaren door de rechtbank.

De eis tot lagere straffen is een gevolg van een andere visie van het Openbaar Ministerie op de Epe-zaak. “Wij zien deze zaak niet los van de Epe-zaak uit 1991. Aangeefster Jolanda heeft een scheiding in de zaak aangebracht, maar in werkelijkheid is het één complexe zaak met dezelfde verdachten. Wij zijn van mening dat de ouders nu al een groot deel van die straf hebben uitgezeten en daarom zijn we tot een lagere eis gekomen voor het tweede gedeelte van die straf”, licht mr. J.A. Hulsenbek, advocaat-generaal, desgevraagd toe. In 1991 werden de vader en moeder respectievelijk veroordeeld tot zeven en drie jaar gevangenisstraf voor seksueel misbruik van de twee zusjes.

De procureur-generaal zei in zijn requistoir dat de ouders veroordeeld moeten worden wegens het gewelddadig afbreken van een aantal zwangerschappen bij Jolanda in de periode 1984-1990. Ook Jolanda's ex-echtgenote heeft aan de illegale abortussen meegewerkt. Tegen hem werd drie jaar gevangenisstraf geëist - een half jaar meer dan tot wat hij door de rechtbank was veroordeeld. Hij heeft steeds ontkend iets met de zaak te maken te hebben, maar de openbare aanklager achtte zijn verklaringen zeer ongeloofwaardig.

De drie hoofdverdachten moeten volgens Van Kuijck bij gebrek aan bewijs worden vrijgesproken van moord op pasgeboren baby's en andere reeksen abortussen. Vrijspraak voor de ouders zou ook moeten volgen op de beschuldiging van illegale abortussen bij hun dochter Evelien in de periode 1978-1983. De procureur-generaal moet “wegens een wettig obstakel” vrijspraak voor dit feit eisen. Dit obstakel komt voort uit een andere juridische betekenis van het woord 'levende vrucht' vóór 1984.

Voor de drie overige verdachten (de twee broers Van Z. en huisvriend J.H.), beschuldigd van talloze verkrachtingen van Jolanda, seksueel misbruik van haar kinderen en de dochter van Evelien, kon wat Van Kuijck betreft de straffen gelijk blijven aan de door de rechtbank in Zutphen opgelegde straf. Twee jaar cel en tbs voor de twee broers en drie jaar voor de huisvriend.

Over de verklaringen van het slachtoffer Jolanda zei de procureur-generaal: “Jolanda heeft het ons moeilijk gemaakt”. Haar standpunt om haar dagboeken niet af te staan als bewijsmateriaal, vond Van Kuijck nog steeds onbegrijpelijk.