Kleine luchtvaart (2)

Het is teleurstellend dat de redactie van NRC Handelsblad het artikel geschreven door Lotte van de Pol in de krant van 21 mei heeft afgedrukt. NRC Handelsblad heeft in de luchtvaartwereld een goede naam voor wat betreft publikaties over de luchtvaart, ze zijn technisch en informatief uitgediept en goed onderbouwd.

Dit artikel hangt echter van onnauwkeurigheden aan elkaar. Lotte van de Pols opmerkingen over de kleine luchtvaart geven de indruk dat die alleen bestaat uit reclamevliegers (overigens beroepsvliegers met een behoorlijke opleiding) en sportvliegers. Wat te zeggen van patrouillevluchten boven brandgevaarlijke gebieden, ambulancevluchten met zwaar gewonde verkeersslachtoffers, controlevluchten op milieuovertredingen en opsporingsvluchten van de rijkspolitie. De reclamevliegers mogen niet onder de 1400 voet (circa 450 meter) vliegen en het lawaai dat dit produceert is niet te meten op de grond, aangezien het omringende verkeerslawaai vele malen groter is. Geen sportvlieger zal het in zijn hoofd halen rond de Dom te vliegen, laat staan lage rondjes boven zijn huis. Er staan strenge sancties op dergelijke overtredingen en het is gevaarlijk, daar zijn ze zich maar al te goed van bewust.

Op en rond vliegvelden gelden strenge maatregelen om de overlast voor de omwonenden tot een minimum te beperken. Altijd zijn er wel een paar notoire klagers die bij een vliegveld wonen, maar die staan niet in verhouding tot de velen, die van het recreatieve element genieten. Kijk maar eens naar de vele belangstellenden, die (vrijwillig) op een mooie zomerdag bij het vliegveld te vinden zijn. Vergeet ook niet dat de kleine luchtvaart de bakermat vormt van de burgerluchtvaart, die onmisbaar is voor de ontwikkeling van de huidige samenleving. Deze tak van de luchtvaart verbieden op de argumenten, die Lotte van de Pol aanvoert zou ons terugbrengen naar het stenen tijdperk.