Jongeren zijn geen echte 'hallelujah-Europa-types'

Jongeren weten weinig van het Europese parlement. Maar over 'Europa' zijn ze positief.

BRUSSEL/GRONINGEN, 4 JUNI. Ze hebben Manneke Pis bekeken en bier gedronken op een terrasje. Nu zitten de negen Tilburgse eerstejaarsstudenten rechten in het Jubel Park, pal achter het Europees Parlement waar ze straks worden rondgeleid. Het uitstapje naar Brussel is onderdeel van een verplicht excursie-programma.

Bas (18) hoopt meer te weten te komen over het parlement “zodat ik straks weet op wie ik moet stemmen”. Shu Feng Chou (22) heeft haar keuze al bepaald: Lubbers. “Ik hoop dat hij voorzitter wordt”, zegt ze. “Je mag helemaal niet op Lubbers stemmen”, valt Dirk (20) haar in de rede. “Hij wordt gekozen door het Europees parlement en de staatshoofden. Of is het alleen de staatshoofden?” Gevraagd wat het belangrijkste doel is van het Europarlement antwoordt Saar (18): “Een Europese markt creëren die opkan tegen de Amerikaanse markt.” Shu Feng Chou voegt toe: “En de grenzen iets soepeler maken.” Op de vragen hoeveel leden het Europees Parlement telt en wat zijn bevoegdheden zijn, blijven de studenten het antwoord schuldig.

Net als de meeste Nederlanders zijn jongeren maar matig geïnteresseerd in Europa. Naar verwachting zal hun opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement laag zijn. “Minder dan 40 procent”, schat de Amsterdamse politicoloog E. Oppenhuis. “De algemene opkomst zal iets hoger zijn, tussen de 40 à 45 procent. Jongeren gaan net als bij andere verkiezingen minder naar de stembus.”

Hoewel ze minder stemmen, zijn Nederlandse jongeren wel positiever over de Europese Unie (EU) dan hun ouders. “De Europa-gezindheid is omgekeerd evenredig aan de leeftijd”, zegt J.E. Verlaan, publieksvoorlichter bij het Europees Parlement. Dat constateert ook de politicoloog J.I.H. Jansen, die onderzoek doet naar de publieke steun voor de Europese eenwording. Dit 'Euro-optimisme' onder jongeren bestaat niet in alle twaalf EU-landen. In Denemarken bijvoorbeeld zijn jongeren kritischer dan ouderen. Jansen: “Het hangt samen met het algemene beeld van de EU. In Denemarken wordt de Unie gezien als behoudend. In Nederland is er helemaal geen goed beeld.”

Om jongeren te informeren over de Euro-verkiezingen is de televisiezender MTV een Vote Europe campagne begonnen. “Puur om 16- tot 34-jarigen wakker te schudden”, aldus een voorlichter. Komend weekeinde zullen op de muziekzender interviews te horen zijn met ondermeer Jacques Delors en Michail Gorbatsjov. In een quiz worden jonge, bekende Europeanen als Johan Renck van de Zweedse band Stakka Bo, getest op hun 'Euro-kennis'. “Goed idee”, zegt Samiera (21) in het Brusselse Jubel park. “Tot nu toe werd de informatie over de Europese verkiezingen zo saai gebracht.”

Sceptisch zijn de rechtenstudenten over het ideaal van het Europese staatsburgerschap. “Het is een fabeltje”, zegt Dirk. ,Ik voel me in eerste plaats Nederlander.” Er zal wel nooit een songfestival komen waarbij de Europese Unie één kandidaat afvaardigt, voorspelt Shu Feng Chou. “Elk land heeft toch zijn eigen geschiedenis en achtergrond.”

Voorlichter Verlaan, die de studenten even later rondleidt in de immense vergaderzaal van het Europees Parlement, constateert dat jongeren veel pragmatischer dan ouderen denken over Europa “Ouderen zijn bang voor de teloorgang van wat we verworven hebben in Nederland . Een jongere wil weten: wat heb ik aan Europa? Kan ik met mijn diploma terecht in het buitenland?”

Dat pragmatisme geldt zeker voor Judith, lid van het junior team Europa, een groep studenten die door Nederland trekken om de kennis over Europa te verbreiden. “Ik ben niet zo'n hallelujah-Europa-type”, zegt ze. “Maar ik wil wel laten zien wat je aan Europa hebt. Ik ben bijvoorbeeld bezig met een vakantiebaan in Frankrijk, dat kan alleen omdat er een Europese gemeenschap is.”

Judith is in Groningen waar ze het 'Euro-simulatiespel' leidt op uitnodiging van een aantal studentenverenigingen. Het afgehuurde zaaltje is leeg. Een meisje verzekert dat zij overal waar mogelijk voor het Euro-spel heeft geadverteerd. “Voor de wijnavond was iedereen enthousiast, maar hier naar toekomen vergt een extra stap”, zegt ze. Judith is wel erger gewend. Onlangs stond ze op een huishoudbeurs. “Daar hoorden we alleen maar dat de Europarlementariërs niks doen en dat de verhuizing van Brussel naar Straatsburg te veel geld kost.”

Voor haar Euro-werk krijgt Judith niet betaald. Af en toe een flesje wijn en aan het eind van het jaar een drie-daagse reis naar het Europarlement in Straatsburg. Volgens Leo Birza, leider van het junior team Europa, zetten studenten als Judith zich in voor Europa deels uit enthousiasme, maar vooral ook wegens carrière-planning. “Alles wat ze op deze moeilijke arbeidsmarkt kunnen doen om de kansen te verbeteren, grijpen ze aan.”

Chiel-Jan is zo'n carrière-planner. Afgestudeerd in Europese studies werkt hij als stagiair bij de Europese Beweging om ervaring op te doen. “Een baan bij de West-Europese Unie lijkt mij wel wat.” Hij noemt zichzelf een realist. “Europese integratie is een nobel streven, maar blind vasthouden aan een federalistisch Europa is niet realistisch meer.” Hij pleit voor stapsgewijze integratie.

Om het ideaal van de 'Europese burger' dichterbij te brengen, geeft de Europese Commissie jaarlijks ongeveer zeven miljoen gulden aan Nederlandse universiteiten voor uitwisselingsprogramma's. “Het is niet moeilijk om studenten enthousiast te krijgen”, zegt H. Goedhart, coördinator buitenland van de Erasmus Univeristeit. “In het buitenland studeren wordt gezien als een welkome aanvulling op het curriculum vitae.” Maar L. Hans, coördinator voor de Erasmus-uitwisseling bij de faculteit rechten van de Universiteit van Amsterdam, ziet de laatste jaren een teruggang. “Steeds meer studenten besteden hun tijd liever aan een stage in Nederland omdat die soms direct kans biedt op een baan.”

Als de Tilburgse rechtenstudenten aan het eind van de middag weer op het trottoir staan voor het glazen gebouw van het Europees Parlement, evalueren ze hun bezoek. “Wel een beetje vaag allemaal”, meent Samiera. Bas weet nog steeds niet op wie hij gaat stemmen. Ook Renate is “niet veel wijzer” geworden. “Maar wel leuk dat we op de stoel van een Europarlementariër mochten zitten.” Vervolgens gaan de gesprekken over op de komende tentamens, een nieuwe vriend “met prachtige bruine ogen” en de vraag waar de meeste kans is op een goede frietzaak.