Israel; De Israelische rijken hebben nu echt bijna alles

TEL AVIV, 4 JUNI. De idealen van de socialistische samenleving die de zionistische pioniers in Israel wilden stichten, zijn allang geweken voor het kapitalisme. Schatrijke Israeliërs waren voor de Zesdaagse Oorlog van 1967 op de vingers van één hand te tellen. Israelische moeders droomden er in die arme dagen nog van dat hun dochters een rijke Amerikaanse jood aan de haak zouden slaan. Als dat eens een keer gebeurde, stonden de bladen bol van het Assepoester-verhaal en gingen de harten van de mooie meisjes nog sneller kloppen voor de dollarprins die hen ten dans zou vragen.

Maar ook dat tijdperk is voorbij. Waarom zou de beeldschone Mirjam, met haar koolzwarte ogen, golvende zwarte haar en goede figuur nog over de grens kijken nu Israelische miljonairs voor het oprapen liggen? Vroeger, toen Israel nog idealistisch was, de groenteman tomaten in krantepapier verpakte en het dragen van een lange broek burgerlijk werd gevonden, was rijkdom ook geen schande - er voor uitkomen echter wel. Nu doen miljonairs hun uiterste best om op de eerste plaats te komen van de lijst van rijken die steeds vaker door de kranten wordt gepubliceerd.

Vroeger, voordat Israel in 1967 een imperium werd, verdiende de hoogst betaalde Israeliër viermaal meer dan de laagst betaalde. Binnen die marge werd, in een land waar immigranten uit meer dan honderd landen naar toe kwamen, de sociale orde onder moeilijke omstandigheden bewaard. Die samenbindende factor, die de mensen een relatief gevoel van gelijkheid gaf, is ook als sneeuw voor de zon verdwenen. Er zijn nu in Israel directeuren van fabrieken die honderdmaal meer verdienen dan hun arbeiders.

De kloof tussen rijk en arm wordt steeds breder en dieper. Israel is na de VS in de Westerse wereld het land met de grootste inkomensongelijkheid geworden waarbij het laagste en het hoogste gemiddelde inkomen zich verhouden van ruim één op tien. Er is hier dan ook veel bittere armoede en heel veel sociale ellende, maar het oog wordt getrokken door de glinsterende rijkdom, vooral in en rondom de Tel-Avivse metropool.

In Nederland zag ik een paar jaar geleden iemand echt eerbiedig opkijken naar een directeur van een groot bedrijf die “goed was voor zes ton per jaar”. Die in een mooi maatkostuum gestoken Nederlandse directeur zou dit jaar op de Israelische salarislijst van directeuren en managers de vijftigste plaats niet halen. Op de vijfigste plaats staat een directeur van een verzekeringsbank die achthonderdduizend gulden per jaar maakt.

De lijst van veelverdieners wordt aangevoerd door de directeur van een andere verzekeringsbank die bijna vierhonderdduizend gulden per maand verdient, bijna vijf miljoen gulden per jaar. En dan is er nog die mysterieuze Israeliër uit de verzekeringswereld die volgens het enige gezaghebbende Israelische blad, Ha'arets, over de dertigduizend gulden per dag maakt.

En dan zijn er nog de beursspeculanten, aannemers en eigenaren van bedrijven en winkelcomplexen die de afgelopen 'vette jaren' geld als water hebben verdiend. Dure Mercedessen, in Israel wegens de hoge invoerrechten gauw driemaal duurder dan in Nederland, glijden naast BMW's en heel veel Japanse auto's over de overvolle wegen. Voor Nederlandse begrippen onbetaalbare flats gaan voor bijna 'Manhattan-prijzen' als verse broodjes van de hand. Nee, de Israelische moeders hoeven niet meer uit te kijken naar een rijke Amerikaan die hun dochter met een droomvilla in Los Angeles verleidt. De rijkdom ligt om de hoek, ook voor de arme meisjes uit de arme buurten. Met de Israelische rijkdom in opmars zijn de Assepoester-verhalen zelfs uit de sensatiepers verdwenen. Alleen de damesbladen willen er nog wel eens een stukje aan wijden.

Klaterende rijkdom is niet voor velen weggelegd, hoewel de rijke bovenlaag wel snel dikker wordt. Dat gaat gepaard met de nodige statussymbolen, want rijkdom moet in het Middellandse-Zeegebied gezien en gehoord worden.

Sedert woensdag is een nieuw statussymbool binnen het bereik gekomen van de rijken die snel nog rijker willen worden - of niet meer weten wat ze met hun geld moeten doen. Het casino in het Taba Hilton-hotel is eindelijk geopend, slechts een paar honderd meter over de grens met Egypte bij Eilat. De rijken hoeven dus voor geldvermaak niet meer naar Turkse casino's of naar Nice te vliegen, het liefst natuurlijk met privé-vliegtuigen. Duizenden Israelische gokkers zijn al jaren lang over de grens graag geziene gasten. Nu het casino in Taba wel over de grens maar toch dichtbij is, gaan er in Israel stemmen op voor de spelers en gokkers ook in Israel casino's te openen.

Nu opereren casino's illegaal. Eigenaren en spelers worden daar soms, niet te vaak, in hun spel gestoord door politieagenten die hen met getrokken pistool arresteren. Want het casino-balletje mag in Israel nog niet rollen. Als dat taboe ook door de wet wordt geslecht en Las Vegas naar Tel Aviv komt, verdwijnt er weer iets wat Israel nog van de VS onderscheidt. Misschien zijn er daarom zoveel niet-joodse Russen die met vervalste 'jood-verklaringen' naar Israel emigreren in de hoop er het land van de onbegrensde mogelijkheden te vinden.