Herdenken

Naarmate de vijftigste verjaardag van de landingen in Normandië dichterbij komt, wordt het herdenkingsdebat verbetener. Wat deed u op D-day? Ik moet ervoor uitkomen dat ik toen niets bijzonders heb gedaan. 's Ochtends ben ik gewoon naar school gegaan, en thuis na het eten hebben we naar de Engelse radio geluisterd, de Bosatlas erbij gehaald en aangetekend waar ze waren geland. De volgende dagen maakten we ons bezorgd over het weer: het bleef hard waaien en het schoot maar niet op met de uitbreiding van de bruggehoofden. Lage bewolking betekende slecht zicht voor de bommenwerpers en een bof voor de Duitsers. Ik leerde er wat namen van Franse stadjes bij: Caen, Avranches. De grote opluchting is pas weken later gekomen, toen de Amerikanen bij Avranches doorbraken. Nu ik dit laatste woord optik, merk ik dat het vijftig jaar later een heel andere betekenis heeft gekregen. Er is grote kans dat je bent doorgebroken als je hoge ogen hebt gegooid in het Eurovisie Songfestival.

De International Herald Tribune heeft de afgelopen weken een serie artikelen gepubliceerd, geschreven door Europeanen en Amerikanen, waarin wordt nagegaan hoe het er vijftig jaar later met de verhouding tussen de twee grote gebieden van het Westen voorstaat. Het onderwerp wordt 'belicht', en meer valt trouwens ook niet van zo'n belangwekkende onderneming te verwachten. Afgelopen maandag was de cultuur aan de orde, meer in het bijzonder de vraag of en hoeveel kwaad de Europeanen van Hollywood hebben ondervonden. De Europese bijdrage werd geleverd door een Duitser, Frank Schirrmacher van de Frankfurter Allgemeine die door zijn nationaliteit en vermoedelijk ook zijn leeftijd zich langzamerhand in een uitzonderingspositie bevindt. De Duitsers - dat hadden de Geallieerden beslist - moesten na hun capitulatie worden heropgevoed. Wat een illusie, wat een oeverloze opgave: een volk in zijn geheel 'heropvoeden' nadat de meerderheid daarvan zich schuldig had gemaakt aan de allerhistorischte misdaden. Wat een optimisme! Als we ons afvragen of er een geest van de tijd bestaat, dan hebben we hier in ieder geval een bewijs. No fraternisation, heropvoeding, het politiek-culturele vervolg van de Invasie. Alle Duitsers moesten een denazificatieformulier met 96 vragen invullen. Ernst von Salomon deed het zo grondig dat er een boek van bijna vijfhonderd pagina's is ontstaan, Der Fragebogen, de lachspiegel van de illusie. Dat boek is de eerste grote bestseller in West Duitsland geworden.

Hoe is het met de heropvoeding gegaan? Dat is een vraag waarop geen antwoord valt te geven. Toen hebben we gedacht dat het veel slechter had gekund; nu, na Möln en Solingen ziet het er weer anders uit, maar de Duitsers hebben ook veruit het grootste aantal immigranten opgenomen; en hebben we zelf nog recht van spreken? Etnische haat is Europese mode.

Vijftig jaar later blijkt dat niet een Duitser maar een Amerikaan uit Hollywood de grote speelfilm over de Holocaust heeft gemaakt. Schirrmacher haalt er veel meer bij maar stelt met deze twee gegevens opzichzelf alweer een vraag waarop het antwoord niet meteen te geven valt. Heeft een Amerikaan, ook al heeft hij meegeholpen om Europa te bevrijden, ook al kan hij het niet navertellen, heeft hij desnoods uit de hemel recht van spreken over wat Europa na D-day is overkomen; hoe het de troeven die het toen in handen had, heeft gebruikt?

Op het ogenblik dat ik dit schrijf weten we nog niet of Graa Boomsma veroordeeld zal worden tot een boete van vijfhonderd gulden voorwaardelijk omdat hij de reputatie, de eer van de veteranen zou hebben aangetast. Wat zou er zijn gebeurd als Steven Spielberg niet Oskar Schindler tot held van een film had gekozen maar Poncke Prinsen? Gesteld dat de tovenaar uit Hollywood voorbij was gegaan aan het onmeetbare verschil tussen Schindler en Prinsen, en zich alleen had verdiept in het persoonlijk drama, en dat daaruit een film tevoorschijn was gekomen van wereldkaliber, een Jurassic Park van onze dekolonisatie - wat dan? Ik veronderstel dat ons landje te klein zou zijn geweest om al het kabaal te bevatten. J.C.H.Blom, de historicus, heeft voorgesteld vier en vijf mei te besteden aan een nationaal herdenkingsdebat. Ik vind het een nobele gedachte, maar als ik me aan een voorspelling zou wagen dan zou ik deze met een gerust hart voor mijn rekening nemen: met hooivorken en dorsvlegels zullen de nuchtere Nederlanders elkaar telijf gaan. Dat wordt twee dagen Bosnië in de polder, bij wijze van spreken natuurlijk, een korte remake volgens onze eigen zeden en gewoonten.

In de Tribune is de Amerikaanse bijdrage over Hollywood geschreven door Richard Grenier, columnist van de conservatieve Washington Times. In tegenstelling tot wat de Europese, in het bijzonder de Franse filmmakers denken, is Hollywood een zegen voor Amerika en de rest van het Westen; dat is grof gezegd de strekking van dit artikel. De schrijver voert een reeks bewijzen aan, titels van films waarin controversiële onderwerpen op een controversiële manier worden behandeld. Het gaat nu te ver om het allemaal op te sommen maar toegegeven, als je het zo bekijkt heeft hij gelijk: Hollywood durft alles aan, feminisme, rassenhaat, de rechten van de dieren, aids, de problemen van de bisexuelen en het leven van Jezus. Alle onderwerpen waar Europese cinéasten en producenten met een boog omheen lopen omdat er niet genoeg geld, talent of publiek is, worden daar geattaqueerd, en - wat voor de Europese industrie niet vleiend is - naar die films gaan ook de Europeanen graag kijken.

Het is een wat eenzijdige redenering want de enorme productie aan derderangs geweldfilms waartegen ook kritische Amerikanen, opvoeders, rechters, de politie tehoop lopen, komt in het verhaal van Grenier niet voor. Eigenlijk verdenk ik Grenier ervan dat hij lid is van de National Rifle Association. Maar daar heb je het alweer: moeten we juist vijftig jaar na D-day uitzoeken wat de zegen en de corruptie van Hollywood zijn en in het vervolg daarop ons verdiepen in verdachtmakingen die niets met het onderwerp te maken hebben? Dat hoort tot de geest van onze tijd, vijftig jaar later.

Herdenkingsdagen lijken eerst altijd een goede aanleiding en dan blijkt dat ze niet de beste gelegenheid zijn. Vijftig jaar na de Invasie, geen raket in de achtertuin en evenmin een Rus in de keuken, zes dagen per week de Tribune en zes jumbo's per dag die je van Schiphol naar Amerika brengen. Count your blessings. Dit is mijn bijdrage tot de zesde juni.