Heertje: 24-uurseconomie levert banen op

De Nederlandse economie kan met vijf à zes procent per jaar groeien, maar de economische structuur is geblokkeerd. Met de 'paarse coalitie' zijn de komende jaren doorbraken mogelijk. “De samenleving snakt naar een moderne aanpak. Het CDA is wars van veranderingen en een klassieke status quo-partij.” Een gesprek met professor Heertje naar aanleiding van zijn nieuwe boek.

'Koersen op kwaliteit; perspectief voor de sociaal-democratie' door Arnold Heertje. ISBN: 90 5356 1145. Prijs: 24,50 gulden.

DEN HAAG, 4 JUNI. De paarse coalitie staat in de grondverf, constateert de PvdA-econoom. Eén van de eerste beleidsdaden van minister-president Wim Kok zou het afkondigen van de zogeheten vierentwintiguurseconomie moeten zijn. Tijdens het globaliseringsdebat van minister Andriessen van economische zaken (“de Koos-Clinton-show”) lanceerde de Amsterdamse hoogleraar Arnold Heertje het idee om winkels, restaurants en postkantoren vierentwintig uur per dag open te stellen. “Alle moderne economieën zijn ons voorgegaan. Nederland toont in dit opzicht een verstarring, die karakteristiek is voor de totale achterstand die wij in internationaal verband hebben opgelopen.”

Volgens Heertje worden in de vierentwintiguurseconomie veel laaggeschoolde banen - bewaking, winkelpersoneel - gecreëerd. Wanneer op zijn werkkamer op de Amsterdams rechtenfaculteit wordt tegengeworpen dat de arbeidsvoorwaarden voor de bewakers en cassières slecht zijn, veert Heertje op en kijkt verontwaardigd om zich heen. “De arbeidspositie wordt voor deze mensen juist beter, want ze hebben meer keuzemogelijkheden. De een werkt liever 's morgens, de ander liever 's nachts. En het geeft een geweldige impuls aan de behoefte aan flexibele werktijden en deeltijd-banen.”

De vierentwintiguurseconomie kan een enorme stimulans voor de werkgelegenheid betekenen en deze sociale innovatie is absoluut noodzakelijk omdat we een periode tegemoet gaan waarin de paradoxale combinatie van een bloeiende economie en omvangrijke werkloosheid de samenleving verscheurt.

“Het saneren van de economie is schering en inslag. Zowel bij de overheid als bij ondernemingen worden verspillingen, inefficiëntie en verborgen werkloosheid blootgelegd. De duimendraaiers verliezen hun baan. Het eindresultaat is een afgeslankte economische structuur, met een omvangrijke structurele werkloosheid. De bestrijding van die werkloosheid door het creëren van goedkope en hooggekwalificeerde banen is de uitdaging voor de komende jaren.”

In 1956 werd Arnold Heertje lid van de Partij van de Arbeid. In de jaren zeventig sloot de Amsterdamse hoogleraar zich aan bij DS'70. De partij van Wim Drees had een programma dat sterker op de toekomst was gericht dan de PvdA. “Inmiddels wordt dat programma al geruime tijd hartstochtelijk uitgevoerd en voel ik mij al weer heel wat jaren rechts ingehaald”, schrijft Heertje in zijn pas gepubliceerde boek 'Koersen op kwaliteit'. De ondertitel - perspectief voor de sociaal-democratie - verraadt dat hij inmiddels weer is teruggekeerd op het oude nest.

Het boek paart persoonlijke observaties aan feitelijke gegevens; dat heeft ondermeer tot kritiek geleid in het Amsterdamse studentenblad Folia. “Het boek is niet bedoeld om persoonlijke dingen te etaleren, maar wil een perspectief schetsen voor de PvdA.” In zijn boek schrijft Heertje dat zijn voorouders in 1690 uit het getto van Krakau naar Amsterdam zijn gekomen. “Als je terugkijkt, gaan generaties aan je oog voorbij, die diepe en gedeelde armoede hebben gekend en grote geestkracht hebben getoond.”

Waarom vertel ik dit, vraagt de Amsterdamse hoogleraar zich in zijn boek af en geeft als antwoord “wat geldt voor individuen is ook van toepassing op politieke bewegingen, die immers hun levenskracht ontlenen aan het functioneren van individuen: het gaat er niet om of je door de omstandigheden struikelt dan wel of anderen je laten vallen, maar of je zelf weer op kunt staan.”

Toen de PvdA in de opiniepeilingen op 22 kamerzetels stond, klonken er geluiden om de partij maar op te heffen. “Maar dieptepunten zijn ook keerpunten”, filosofeert Heertje en roept verheugd “misschien leveren we zelfs nu de premier.”

De economie kan met vijf à zes procent groeien, meent Heertje. “Die potentie en perspectieven bestaan in Nederland. We realiseren ons dat niet omdat we een geblokkeerde economie hebben en Nederland speciaal. Maar de komende jaren zijn doorbraken mogelijk zodat je die hoge groei kan realiseren.” Hij plaatst daarbij de kanttekening dat de opstellers van het regeerakkoord moeten uitgaan van een bescheiden economische groei van ongveer twee procent. “Wim Kok is in de problemen gekomen omdat dit kabinet is uitgegaan van te optimistische prognoses. Ik verwacht niet dat die fout voor de tweede keer zal worden gemaakt; sobere verwachtingen creëren financiële meevallers.” Bij een economische groei van vijf procent is het volgens hem mogelijk om in de loop van deze eeuw de beschikbare beroepsbevolking - behoudens de gebruikelijke frictiewerkloosheid - volledig in te schakelen.

“Nederland is relatief meer geblokkeerd dan andere landen; veel institutionele belemmeringen, veel pressiegroepen. Een ervaring van partijgenoot en collega Rick van der Ploeg is dat hij in zijn eerste weken als lid van de Tweede Kamerfractie van de PvdA is bedolven onder de rapporten en brieven van pressiegroepen. Nederland staat bol van de lobby-groepen die een beroep doen op de Kamerleden, en iedereen vraagt dus om een stukje stagnatie. Het handhaven van de status quo. Groepen hebben er belang bij om nieuwe organisatievormen en instituties te blokkeren.”

Voor de vakcentrales ziet de PvdA-econoom geen rol meer weggelegd. “De macht zal terecht komen bij de bonden en ad-hoc commissies die opkomen voor de belangen van de werknemers.”. Verder pleit Heertje voor het afschaffen van het minimumloon, het versoepelen van het ontslagrecht bij overheid en bedrijfsleven, het afschaffen van het trendbeleid waarbij ambtenaren 'automatisch' de loonstijging in de marktsector volgen. En “een grote slag” kan worden geslagen met de privatisering bij de overheid.

Pag.16: Vastgeroeste tradities moeten weg

“Ambtenaren houden dat vaak tegen omdat ze vrezen voor hun banen. Vanuit het standpunt bekeken terecht, maar het staat wel de maatschappelijke vernieuwing in de weg. Privatisering en het overhevelen van de besluitvorming van het rijk naar provincies en gemeenten zijn methoden waarbij de efficiëntie wordt verbeterd en het dienstbetoon aan de burgers kan worden verbeterd.”

De samenleving is volgens de hoogleraar “rijp om de vastgeroeste instanties in een klap van de kaart te vegen. De kans daarop bij een paarse coalitie is zeer groot. Ik denk dat het tot standkomen van de paarse coalitie mede wordt gebaseerd op innoverende oplossingen voor allerlei problemen. De samenleving snakt naar een moderne aanpak. Het CDA is wars van veranderingen en een klassieke status quo-partij.”

Het is een proces waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de overheid, met name op het punt van de verbetering van het leefmilieu. “Als je ondernemers hun gang laat gaan, gooien ze ontzettend veel rotzooi in de grond en de kosten van het opruimen van die sterk vervuilde grond wordt afgewenteld op de anonieme belastingbetaler.” En in het nieuwe kabinet moet niet alleen de opvolger van minister Alders zich sterk maken voor het milieu, maar ook de opvolger van Andriessen. “Economische zaken concentreert zich op produktie, inkomen en werkgelegenheid. Een veel te enge visie. Milieu moet als zelfstandige factor worden meegenomen en niet volledig worden overlaten aan VROM. De verkoop van auto's kan goed voor de Nederlandse economie, maar als iedereen in Nederland een derde auto aanschaft, wordt voor iedereen het autorijden onmogelijk gemaakt.”

Heertje pleit voor een bescheiden opstelling van de economische wetenschap. “Het eenvoudige uitgangspunt dat het in de economie om meer gaat dan geld alleen, is voor iedereen vanzelfsprekend; behalve voor de meerderheid van de economen. Deze vakbroeders zien de natuur alleen als produktiefactor; zij denken dat de grenzen van de rationaliteit worden bereikt als het meetbare overgaat in het onmeetbare. Hun wereldbeeld is de markt en hun God is de winst. Er is een stuk niet calculeerbare werkelijkheid.”