Gesplitste partners

John Gray: Men Are From Mars, Women Are From Venus. A Practical Guide for Improving Communication and Getting What You Want in Your Relationships 286 blz., HarperCollins 1994, ƒ 48,05

'Weduwnaar in bezit van auto zoekt vrouw tot vijftig jaar.' Zo luidde tot ver in de jaren zestig de grondtoon van contact-advertenties. De vrouwelijke pendant week hier niet veel van af: 'Gezellige vrouw, 45 jaar, zoekt dito man.'De onverbloemdheid van de formuleringen doet naïef aan in een tijd, waarin mensen ten minste vijfentwintig regels nodig hebben om hun kwaliteiten te etaleren of een profiel te schetsen van een gewenste partner. De relatie-revolutie in de jaren zeventig was zeker zo ingrijpend als de seksuele revolutie die er aan voorafging. Terwijl de introductie van de pil en de vrijere seksuele waarden aanvankelijk tot vrolijkheid en een pluk-de-dag-mentaliteit leidden, verzandde de relatie-revolutie al snel in somberheid, moeizame gesprekken en een hausse in echtscheiding. Dit komt door de gerichtheid op behoeften. Een verhouding, of relatie zoals de benaming luidde die in zwang kwam, verloor haar gedachteloze vanzelfsprekendheid en moest gedurig getoetst worden op effectiviteit. Het belangrijkste criterium hierbij was of de respectieve behoeften van de partners adequaat bevredigd worden.

Mensen in een verhouding gaan niet anders met elkaar om dan vóór de relatie-revolutie, maar het verschil is dat ze nu talloze expliciete begrippen ter beschikking hebben om te praten over voorheen impliciete mechanismes. Voorbeelden zijn: meta-communicatie (het praten over de relatie), het innerlijke kind in iemand, co-dependent zijn, taakgericht of sociaal-emotioneel bezig zijn. De afgelopen twintig jaar zijn er honderden self-helpboeken verschenen op het gebied van relaties vanaf I'm OK. You're OK tot Women Who Love Too Much, waarin slachtoffers van een relatie een reddingsboei werd toegeworpen. De markt hiervoor is onverzadigbaar. Tegelijk is de nood hoger dan ooit. Nergens ter wereld wordt zo'n aandacht besteed aan de problemen die gepaard gaan met 'need fulfillment in relationships' als in Amerika.

Het is weliswaar niet meer dan een kreet uit het psychobabbeljargon, maar toch maakt het een akelige indruk, dat gepraat over relationele behoeften die niet of juist wel bevredigd worden. Er heeft depersonalisatie plaats op twee fronten. Aan de ene kant neemt iemand afstand van zichzelf, als hij het heeft over 'mijn behoeften' in plaats van 'ik wil'. Aan de andere kant splitst hij ook van zijn partner een onderdeel af dat bezien wordt in een functioneel licht. Het is alsof je een geit in huis hebt die alleen in termen van het volume geleverde geitemelk wordt beoordeeld, terwijl diezelfde geit bijvoorbeeld ook het gras kort houdt en als huisdier voor de kinderen optreedt. Een verhouding is meer dan het wederzijds bevredigen van behoeften, maar dat zou je niet zeggen als je vrouwen bij Oprah Winfrey hoort klagen dat hun man op vrijdagavond met de jongens uitgaat. Of wanneer je overjarige vrijgezellen het lijstje eigenschappen van de ideale partner hoort opdreunen.

De relatie als voertuig van behoeftenbevrediging staat ten dienste aan het individu als consument. In deze puur utilitaristische visie worden voor- en nadelen zorgvuldig op een schaaltje gelegd, ook de zogenoemde imponderabilia als romantiek en kleine gestes. In de relatie-analyse van de self-helpboeken heeft alles een naam gekregen, en daarmee een potentiële oplossing.

Patstelling

Een van de hits in de relatie-industrie is het boek Men Are from Mars, Women Are From Venus. Al een heel jaar figureert deze praktische gids ter verbetering van de communicatie op de bestseller-lijst van de New York Times en het is me een raadsel waarom er meer dan een miljoen exemplaren van verkocht zijn. Er staat werkelijk niets in om van op te kijken. De schrijver, gespecialiseerd in partner-therapie, had één leuk ideetje, namelijk de titel voor zijn boek. De metafoor verwijst naar het feit dat mannen vechters zijn en graag de dingen zelf uitzoeken, terwijl vrouwen plezier hebben in samenwerking en niets liever doen dan goede gesprekken over gevoelens voeren.

Dit thema is een paar jaar geleden uitgebreid behandeld door Deborah Tannen in haar boek You Just Don't Understand. Tannen is linguïste en een serieus wetenschappelijk onderzoeker. Zij bleef vrij dicht bij haar onderzoeksmateriaal (op de band opgenomen conversaties) in haar analyse van de stijlverschillen tussen vrouwen en mannen. Niet alleen was haar aanpak origineel en had ze een aardige theorie, het boek zelf was ook verrassend vrij van psychobabbel. Dat laatste is waarschijnlijk te danken aan het feit dat ze niets met de therapeutenwereld te maken heeft. John Gray Ph.D. daarentegen schrijft psychotherapeutenproza (altijd gericht op groei), in zijn geval een goedgemutste vorm van stichtelijke non-fictie. De man is ten hemel schreiend opgewekt.

De anekdotes uit de praktijk, in de meeste self-helpboeken de kurk waarop de adviezen drijven, en het illustratiemateriaal waarom het de lezer eigenlijk te doen is, zijn bij Gray merkwaardig flets. Het gaat bijna uitsluitend om echtparen die een zware dag achter de rug hebben en dan thuis elkaar met de verkeerde verwachtingen gaan bestoken. De man wil naar sport op de tv kijken of de krant lezen, de vrouw wil klagen over haar ergernissen en levensproblemen (maar vervolgens geen adviezen krijgen). In tientallen variaties komt deze klassieke patstelling terug. Het gaat over mannen die onaanspreekbaar zijn of nooit eens een bloemetje meenemen, het gaat over vrouwen die vitten als hun man het gras niet maait of vergeten is bij de stomerij langs te gaan. Futiele kwesties die, als je Gray mag geloven, desondanks onafwendbaar op een echtscheiding aankoersen. Het maakt een volstrekt bizarre indruk, al die ego's die tot bloedens toe gewond raken, als ze hun partner niet onmiddellijk voor hun karretje gespannen krijgen. Gray legt trouwhartig uit dat mannen en vrouwen van optiek verschillen, dat mannen graag de problemen willen oplossen en dat vrouwen er graag hun gevoelens over willen luchten, maar dat er met een beetje geven en nemem prima uit valt te komen.

In deze elementaire relatiekunde komen geen ruzies over de kinderen of de schoonfamilies voor. Zelfs niet over seks. Laat staan dat zaken als overspel, despressiviteit of ziekte aan de orde komen. Het is het armetierige universum van de sitcom, waar na een half uur alle misverstanden uit de wereld worden geholpen met een zwijmelend 'I love you. I love you too'.

Het enige hoofdstuk dat ingewikkeld is behandelt de twaalf verschillende soorten van liefde die er bestaan, onverdeeld in twee maal zes primaire liefdesbehoeften. Vrouwen hebben nodig: zorg, begrip, respect, toewijding, erkenning en bevestiging. Mannen hebben nodig: vertrouwen, acceptatie, waardering, bewondering, goedkeuring en aanmoediging. De rijtjes gelden ook andersom, maar iedere sekse moet eerst zijn of haar primaire behoeften bevredigd zien, voordat de andere gesmaakt kunnen worden. Dus: een vrouw moet eerst respect ervaren voordat ze klaar is voor bewondering en bij een man ligt dat net andersom. Op dat moment begon het me te duizelen. Al die verschillende behoeftes die vervuld moeten worden en dan ook nog in een bepaalde volgorde en uitgesplitst naar sekse.

Je moet wel bij de les blijven om al die knoppen op het relatiepaneel een beetje correct te kunnen blijven bedienen, anders vliegt het ruimteschip uit de bocht. Het is vooral het afgepaste dat doet verlangen naar de ruimhartigheid van: 'Man, niet onbemiddeld, zoekt vrouw. Klein gebrek geen bezwaar.'