Gerelativeerde hartstocht in Rijkemanshuis van O'Neill

Voorstelling: Rijkemanshuis (More Stately Mansions) van Eugene O'Neill door Het Zuidelijk Toneel. Holland Festival. Regie: Ivo van Hove. Decor/licht: Jan Versweyveld. Spel: Chris Nietvelt, Katelijne Damen, Warre Borgmans e.a. Gezien: 2/6, Stadsschouwburg, Amsterdam. Nog te zien: aldaar 4 en 5/6; 7/6, De Flint, Amersfoort. Tournee: september t/m oktober.

Aan het slot van Rijkemanshuis gedraagt Simon Harford (Warre Borgmans) zich als een jong dier. Hij klampt zich vast aan zijn moeder en als die hem met geweld van zich afduwt, grijpt hij zich even krampachtig vast aan zijn vrouw. Het doet er niet meer toe wie hem geborgenheid schenkt, als het maar een vrouw is - met borsten om hem te zogen en met een vagina waarin hij terug kan kruipen. De keiharde zakenman Simon is een hulpeloze baby geworden, die van zijn echtgenote De Moeder maakt en van zijn moeder een onbereikbaar fantoom. Niemand is meer wie hij of zij was. Eugene O'Neill laat zijn stuk goed beschouwd eindigen met een drievoudige moord.

Het is het soort apotheose waar het publiek aan toe is: tot dat moment hebben Simon, zijn vrouw Sara (Chris Nietveld) en zijn moeder Deborah (Katelijne Damen) gedurende drieëneenhalf uur elkaar het vuur aan de schenen gelegd, over en weer beschuldigingen geuit, verwijten gemaakt, elkaar gepaaid, zich weer verzoend, geprobeerd elkaar te mobliseren tegen de derde, tweedracht gezaaid en zowel medelijden gewekt als geveinsd. Drieëneenhalf uur lang ook is liefde versleten voor koopwaar waarover ongestraft te marchanderen valt.

Dit stuk - nu voor het eerst opgevoerd in ons land - is me wat. Ik geloof niet dat ik het goed vind. Het is monomaan en pathetisch en de thematiek is op het lachwekkende af freudiaans. Het basisprobleem is: zoon van kille moeder zoekt alsnog warmte. De complicaties zijn: kille moeder wil bij nader inzien toch haar warmte kwijt en haar zoon terug, schoondochter dwarsboomt spijtoptante en biedt haar desnoods haar eigen kinderen aan als troostprijs, en de zoon verdraagt de verbeterende relatie tussen moeder en schoondochter niet. Hij wordt er nog eenzamer van, maar kiezen tussen beiden kan hij ook niet.

Dit alles wordt door O'Neills personages letterlijk hardop gezegd. Hun observaties zijn zelfs van een zo grote luciditeit dat je je afvraagt hoe de vertolkers ervan nog problemen kunnen hebben. Tegelijkertijd schuilt daar de tragedie, if any: het inzicht is even groot als de uitweg onmogelijk. Een liefdeloze jeugd maak je nooit meer goed, hooguit verhaal je die op je omgeving - dat is wat in Rijkemanshuis gebeurt.

Vreemder nog dan het stuk (door O'Neill zelf voorbestemd vernietigd te worden) is Ivo van Hoves enscenering bij Het Zuidelijk Toneel. Hij en zijn vaste decorontwerper Jan Versweyveld lijken erop uit te zijn geweest het stuk te abstraheren, tot misschien wel een judogevecht, wat wel een erg symbolische aanpak is. De handeling speelt zich af op een opvallend onbestemde plek: het aardkleurige voortoneel, dat op vier hoeken begrensd wordt door korte stalen palen en aan weerszijden door zomaar wat alledaagse stoelen.

Af en toe zakt er achter in het toneelhuis een voorwerp naar beneden, een poppenhuisje bij voorbeeld, of twee grote vleugels of, aan het slot, een veld glimmende voorwerpen. Tussen de bedrijven door weerklinkt de toon van één of twee aangeslagen pianotoetsen en komen de drie hoofdrolspelers, face zaal, aan de rand van het toneel staan en buigen naar het publiek en naar elkaar. Ik vrees toch zoals in een judogevecht.

Daaraan herinnert ook de liefdesscène die Van Hove zich tussen Sara en Simon laat afspelen. Het is een minutenlang, naakt uitgevoerd acrobatennummer dat eerder opmerkelijk is dan verhelderend. Er spreekt hartstocht uit, maar die wordt door het overdreven aplomb van de scène tegelijkertijd gerelativeerd. De bewustere relativeringen die Van Hove aanbrengt, zijn intussen vaak baldadig en staan op gespannen voet met O'Neills pathos. De regisseur lijkt de tekst zelf onbevredigend te vinden, zo vaak als hij die enigszins geforceerd theatraliseert.

Dat valt op, ondanks zijn voortreffelijke acteurs. Nietvelt, Borgmans en Damen zijn elkaars gelijken in, zo te zeggen, beheerste tomeloosheid. Het ene moment schreeuwen ze zich het hart uit het lijf, het volgende moment fluisteren ze. Alles met drievoudige inzet en energie: bewonderenswaardig en aanstekelijk - en toch niet overtuigend. De afstandelijke benadering van de regisseur staat haaks op de inzet van de acteurs en haaks ook op de hartstochtelijke strekking van het stuk. Het is zoiets als een ironische oorlogsverklaring, met scherp schieten maar wel olijk knipogen. Er wringt iets in Van Hoves enscenering. Hij doet me denken aan een kind dat lawaai maakt in het donker.