'Geen partners van het tweede plan binnen EU'

PARIJS, 4 JUNI. “Europa is een liefdesaffaire tussen volkeren. Dat betekent dat het ingewikkeld is. De tijd is voorbij dat de gedachten uitgingen naar een federatie of een confederatie. Een 'Europa der volkeren' kunnen die volkeren alleen bouwen als zij van elkaar houden. Dat illustreert al dat in de Franse visie op uitbreiding van de Unie geen plaats is voor hegemonie, ook niet door Frankrijk en Duitsland samen.”

De Franse minister van Europese zaken, Alain Lamassoure, die dit gisteren zei in een gesprek met buitenlandse journalisten, ontkende dat de kleine landen steeds meer op de achtergrond raken. “Er zijn geen partners van het tweede plan in de Europese Unie. Er zijn wel landen met een kleinere bevolking, maar zonder hen is er geen gemeenschap.”

Volgens de bewindsman is de Frans-Duitse as echter een noodzakelijke realiteit. “Als Duitsland en Frankrijk het oneens zijn over Europa dan zijn er twee Europa's. Als de mark en de franc apart zouden optrekken, dan zouden Frankrijk en Duitsland hun eigen deel van de Unie achter zich meetrekken en Europa in twee blokken delen. Deze twee landen moeten samenwerken. Dat begrijpen de andere partners gelukkig. Toen Bonn en Parijs verschillende standpunten hadden bij het begin van de GATT-onderhandelingen en de onderhandelingen over toetreding van Oostenrijk en de drie Scandinavische landen vroegen diverse partners of wij het eerst eens wilden worden. Dat Duitsland en Frankrijk moeten samenwerken is een historische realiteit, die ook de toekomst zal blijven domineren. Dat wil niet zeggen dat er hegemonistische ambities achter schuilen. Frankrijk heeft niet de pretentie te overheersen, Duitsland en Groot-Brittannië evenmin.”

Alain Lamassoure opereert meestal twee passen achter de dynamische minister van buitenlandse zaken Juppé. Deze week trok hij op eigen gezag in veel landen de aandacht met een fundamenteel artikel in Le Monde over de toekomst van de Europese Unie op middellange termijn. Hij relativeert nu het karakter ervan. Het was slechts op persoonlijke titel geschreven “om de discussie te stimuleren”.

Het is aannemelijk dat de minister deze reserve aanbrengt omdat de regeringscoalitie in Parijs sterk verdeeld is over 'Europa': Lamassoure is bijna de enige bewindsman die tijdens de huidige campagne voor de Europese verkiezingen consequent durft te pleiten voor het Europa van Maastricht.

In zijn artikel in de Franse journal de référence pleit hij voor een nouveau contrat fondateur, een nieuw stichtingscontract voor de Europese Unie. Hij bedoelt daarmee niet een hernieuwd Verdrag van Rome, maar een nieuw soort afspraak tussen alle landen die rijp zijn voor nauwe samenwerking op economisch, monetair, buitenlands-politiek en militair gebied. Als Polen daarbij is, is dat prima; als Italië nog niet kan, jammer, tot later.

“Het moet ook geen nieuwe constitutie worden, zoals het Europees Parlement en de federalisten willen. Dit wordt geen Verenigde Staten van Europa, geen eenheidsstaat op dit continent. Het gaat om een gewoon contract, zoals je dat ook afsluit bij aankoop van een huis, of als je trouwt. En net zoals bij een huwelijk, je kan er ook uit. Het lijkt me nuttig een vertrek-mogelijkheid in te bouwen. Als we dat in '92 hadden gehad ten tijde van het Deense Nee dan hadden we veel problemen vermeden.

“De gebeurtenissen in Oost-Europa bewijzen iedere dag de noodzaak van een efficiëntere Europese Unie. Veel van die landen willen bovendien lid worden. Zonder een slagvaardiger Unie gaat het niet. We moeten dus tot verbreding èn verdieping komen. Als wij een nieuw stichtingscontract opstellen, in 1996, kunnen wij opnieuw de vertrouwensvraag stellen. Aan het Franse volk per referendum bij voorbeeld. Maar ook aan de andere lidstaten moet de vraag luiden, heel precies: wie is bereid hoe ver te gaan en wanneer?

“Ik ben tegen een Europa à la carte, waar iedereen uitkiest wat van zijn gading is. Dat hebben we in feite al met de Westeuropese Unie en de justitiële samenwerking in Schengen-verband - ik ben overigens verheugd dat Denemarken zich deze week als waarnemer bij dat laatste verdrag heeft gemeld. Maar dit kan niet zo doorgaan. Er zit dus niets anders op dan het accepteren van verschillende snelheden. Wie direct mee wil doen tekent het nieuwe 'stichtingscontract'. Wie het tempo niet kan bijbenen, mag de anderen niet ophouden. Het einddoel blijft voor iedereen hetzelfde. Zie het als hetzelfde eindexamen dat je op verschillende tijden maakt.”