Een grillige mammie

Jan van Zanen: Haya van Someren-Downer. Vrouw voor Vrijheid en Democratie 232 blz., geïll., Balans 1994, ƒ 39,50

In haar gloriedagen werd ze wel 'de mammie van de VVD' genoemd. Andere eretitels die haar toevielen, waren 'de mascotte van de liberalen' en 'de glamourgirl van de VVD'.

In de jaren zestig en zeventig was Gerarda Victoria - Haya - van Someren-Downer in Nederland één van de meest spraakmakende politici. Met een geharnaste politieke stijl, een charismatische persoonlijkheid en een stem die deed denken aan die van Marlène Dietrich was ze een vrouw die opviel. Ze was het type dat in de VVD navolging kreeg met Neelie Kroes en in het CDA een ergename heeft in iemand als Hanja Maij-Weggen: vrouwen die een directe, vaak confronterende politieke stijl combineren met een groot gevoel voor publiciteit en daarbij hun charmes nadrukkelijk als politiek wapen hanteren. Vrouwen ook die tegelijk groot enthousiasme maar ook sterke weerstand oproepen.

Anders dan Smit-Kroes en Maij-Weggen was Van Someren-Downer als politica minder eendimensionaal en als persoonlijkheid ook intrigerender. “Ze was met haar eigenaardige combinatie van stoerheid en kwetsbaarheid, zakelijkheid en emotionaliteit een opvallende verschijning, zeker binnen de VVD”, noteert Jan van Zanen in zijn vorige week verschenen biografie over Van Someren-Downer. Veertien jaar na haar overlijden is haar levensloop eindelijk gedocumenteerd. Partijganger Van Zanen doet dat niet kritiekloos, zij het dat hij bij zijn rondgang door de partij toch op meer onthullende documenten en informaties moet zijn gestuit dan hij in zijn boek prijsgeeft.

Ze heette eigenlijk helemaal geen Haya, maar Gerarda Victoria. Afgekort en gecombineerd met haar achternaam Downer gaf dat een ongemakkelijke combinatie. Als kleuter noemde ze zich al Haya, het publiek en haar partijgenoten kenden haar ook niet anders, maar pas op gevorderde leeftijd liet ze haar naam officieel wijzigen in Haya Victoria. Van Zanen duidt die naamswijziging als een symbool voor de definitieve breuk met haar familie, waarmee ze nooit een hechte relatie zou hebben gehad.

Journalistiek

Haya is een nakomertje in het gezin Downer, van wie de vader, makelaar in tabak, afkomstig is uit een Engelse familie. Voor de Amsterdamse, die na een gymnasiumopleiding een studie geschiedenis en wijsbegeerte niet afmaakt, zijn het toneel, de padvinderij en de journalistiek haar grote liefdes. Die laatste liefde, de journalistiek, brengt haar als redactrice van De Telegraaf in het parlement, een omgeving waar ze in 1959 als jongste Kamerlid haar entree maakt en waar ze later, in 1965, ook het eerste Kamerlid is die moeder wordt.

Zowel haar familie als haar moederschap zal haar als politica nog parten spelen. De familie wegens NSB-sympathieën, waaruit de leider van de Boerenpartij, Hendrik Koekoek bij Van Someren ten onrechte een pro-Duitse gezindheid destilleert. Haar moederschap op latere leeftijd, omdat het haar dwingt het Kamerlidmaatschap op te geven en dat haar vilein wordt nagedragen als ze in de Senaat de abortus-wetgeving torpedeert.

Wat is de betekenis van Haya van Someren voor de VVD? Met de getalenteerde brombeer Harm van Riel en de getalenteerde populist Hans Wiegel vormde ze in de VVD eind jaren zestig, begin jaren zeventig een ijzeren driespan. De drie H's transformeerden de VVD van een elitaire, enigszins ingeslapen partij tot een partij die aantrekkingskracht uitoefende op grote groepen kiezers. De drie H's stonden ook voor iets anders, voor 'halen, hebben en houden', zoals de toenmalige leider van de Antirevolutionaire partij, Willem Aantjes het doeltreffend typeerde.

De typering van Aantjes deed geen recht aan de VVD, maar paste wel feilloos bij de periode waarin Van Someren-Downer glorieerde. Ze was voluit een politica van het polarisatie-tijdperk. Zou Haya voor paars zijn? Nee, zeker niet. Haar politieke leven viel samen met de periode waarin de VVD en PvdA elkaar hartgrondig verketterden en samenwerking volledig uitsloten. En zij deed daar bekwaam en hartstochtelijk aan mee.

Hoe kon ze ook anders. Haar eerste verkiezingscampagne, die van 1959, voerde ze in het kielzog van godfather Oud. Het was een verkiezingscampagne waarin de VVD de PvdA nog bestreed als 'het rode bedrog' en zichzelf afficheerde als 'de enige bestrijder van het socialisme'. Als Tweede-Kamerlid (1959-1968), als partijvoorzitter (1969-1975) en tenslotte als voorzitter van de VVD-fractie in de Senaat (1974-1980) zette ze die lijn vrij consequent door.

Een kleine bloemlezing voor wie er destijds te jong voor was of het inmiddels al vergeten mocht zijn: het kabinet-Den Uyl (1973-1977) zag ze als 'een fanatieke sekte', de PvdA in die dagen als 'een partij van marxistische doctorandussen', de middenschool-ideeën van onderwijsminister Van Kemenade vergeleek ze met 'Sovjet-Russische experimenten' en het gehele kabinetsbeleid bracht haar tot het publieke advies aan landgenoten hun kinderen voor te bereiden op emigratie. Het waren stuk voor stuk overtrokken uitspraken, maar het publiek genoot ervan en de VVD gedijde eronder.

Maar er was ook een andere Van Someren. Een politica die zich inspande voor immateriële waarden, voor 'de zachte kanten' van het liberalisme en die als partijvoorzitter het clubgevoel en de saamhorigheid bevorderde. Ze was dan voluit de mammie van de VVD, al was ze misschien een grillige mammie.

Wat is de betekenis van Van Someren-Downer buiten de VVD? Ze was een aansprekend politica, maar eerder door haar stijl dan door haar ideeën, zoals Van Zanen terecht concludeert. Ze bezat grote mediagenieke gaven, was een vaardig debater, maar was geen oorspronkelijk denker. Haar beste bijdragen bestonden toch uit het leveren van oppositie tegen de ideeën van anderen, meestal van politieke tegenstanders, maar als de VVD regeerde ook van partijgenoten.

Abortus

Haar meest vèrreikende oppositie is die waarbij ze in 1976 in de Senaat het intiatief-wetsvoorstel inzake abortus, dat mede door VVD'ers is geïnitieerd, laat sneuvelen. Het bracht haar tot tranen, het kwam haar op ongekend felle kritiek uit de partij te staan en legde uiteindelijk een zware schaduw over haar glanzende politieke carrière. Over haar motieven bestaat zoveel jaar later nog altijd onduidelijkheid. Was ze ook hierin de politieke dochter van de conservatief Van Riel? Of speelde, zoals Van Zanen suggereert, een rol dat ze zelf een nakomertje was en op latere leeftijd een kind kreeg?

Uit een ongepubliceerde persoonlijke brief, waaruit de biograaf citeert, komen zware religieuze motieven naar voren. Motieven die weinig grijpbaar, maar wel authentiek zijn. De remonstrantse Van Someren wist de dag van de stemming in de Senaat 'een mantel van zekerheid' om zich heen. “Die zekerheid heeft maar Eén mij gegeven, dezelfde die mij het leven gaf en het leven aan mijn enige zoon, die mij, toen ik dinsdag naar Den Haag ging, smeekte tegen te stemmen.” Ze voelde zich zelfs 'een werktuig van iets, dat haar critici niet konden bevatten'. Het is een glimp van de onbekende kant van een militant politica. In 1980 overleed ze aan een slopende ziekte. Een jaar na haar overlijden werd de abortus-kwestie alsnog parlementair geregeld.