Echte slachtoffers van kindermisbruik worden de dupe van sensatiezucht; Er zijn te veel gedreven hulpverleners

De discussie tussen de believers in grootschalig, ritueel kindermisbruik en de nonbelievers zal ook buiten de kolommen van deze krant nog wel even doorgaan. Maar welke sociaal-psychologische processen gaan achter deze tegenstelling schuil? Dezelfde vraag doet zich in dit verband voor bij de intensiever wordende propaganda voor de diagnose 'Multipele Persoonlijkheids-Stoornis' (MPS) welke een gevolg zou zijn van vroeger seksueel misbruik.

Bij de beantwoording van die vraag kan begrip van enkele maatschappelijke ontwikkelingen nuttig zijn. Ten eerste is er de invloed van de media. Zo begon de nationale belangstelling voor beide diagnoses pas goed, toen in juni 1993 de tv-rubriek Nova er twee avonden aandacht aan besteedde. De Nova-redactie heeft toen, tegen beter weten in en op de hoogte van de maatschappelijke risico's, de uitzendingen niet laten uitblinken door wetenschappelijke objectiviteit, maar veeleer door een eenzijdige belichting door de believers. Komkommertijd? Sensatiezucht? Kind+seks en MPS lenen zich daar uitstekend voor. Gevolg? Meteen Kamervragen en zelfs een zware overheidscommissie. Dat was niet nodig geweest als men eerst geluisterd had naar historici, cultureel antropologen, sociaal psychologen, sociologen, psychiaters, etcetera die met dergelijke materie bekend waren.

Ten tweede speelt de groeiende invloed van de professionele hulpverleners een rol. Sinds enkele decennia is er in de westerse wereld een verschuiving van de gezondheidszorg (geestelijk en anderszins) van ouders, grootouders en andere familieleden, buren, pastoors en dominees etcetera naar professionals. Eerst beperkte dit zich tot de huisarts, later - voorzover het de geestelijke gezondheidszorg en kinderbescherming betrof - sloeg het over naar de sector van hulpverleners: psychiaters, psychologen (met name psychotherapeuten), orthopedagogen en maatschappelijk werkenden. Historisch en internationaal gezien zijn er argumenten om die sector in ons land als enigszins opgeblazen te beschouwen. Nu hoeft dat op zichzelf nog geen bezwaar te zijn, dat wil zeggen als de activiteiten van die sector andere niet schaden. Maar is dat het geval? En is de motivatie binnen die sector om cliënten te helpen niet verschillend van die van pre-professionals? Is hij wel even effectief?

In de Nova-uitzendingen figureerden enkele psychotherapeuten, wier optreden, naast bovenstaande overwegingen, riep bij mij de vraag op of er misschien zoiets als een psychotherapeuten-lobby bestaat. En zou daar dan een bepaalde ideologie of school achter zitten? Ik denk dan vooral aan die van de Utrechtse hoogleraar Onno van der Hart. De manier waarop deze psycholoog en zijn school deze ideeën verspreiden (onder andere via Nova) verraadt een gedrevenheid die, gezien alle kritiek die zij hebben moeten aanhoren, moeilijk nog toegeschreven kan worden aan naïviteit alleen.

Hier is meer aan de hand dan een academische discussie alleen. Gedreven psychotherapeuten spelen een gevaarlijk, publicitair spel en ze weten dat. In de VS en Groot-Brittannië heeft de nieuwe psychologische mode om aan satanisch en ritueel en aan aanvankelijk niet herinnerd misbruik (repressed memory) te geloven tot nu toe alleen maar ellende gebracht voor alle partijen - de beschuldigde ouder(s), patiënt/cliënt/'slachtoffer' en de therapeut - behalve voor de advocaten. Deze pseudo-psychologie, -orthopedagogie en -psychiatrie was sinds enkele jaren overigens ook al bekend in ons land, zij het op kleinere schaal, namelijk van de kleine groep deskundigen die werken voor de justitiële kinderbescherming.

De Britse en Amerikaanse media staan bol van het onderwerp, het leed van de betrokkenen breed uitmetend. De gevolgen - de self-fulfilling-prophecy van propaganda, de soap-opera-sfeer, de demagogie, het sneeuwbal-effect - gaan allemaal ten koste van de echte slachtoffers van kindermisbruik. De epidemie heeft in de VS inmiddels zulke proporties aangenomen, dat in twee jaar tijds 13.000 door hun volwassen kinderen beschuldigde ouders zich verenigd hebben in de False Memory Syndrome Foundation, gesteund door tientallen professionals, onder wie hoogleraren van Harvard, Berkeley, Johns Hopkins, etcetera. Daarnaast zijn er groepen van survivors en ook van retractors (die hun beschuldiging hebben ingetrokken). De Britse FMSF heeft nu, na enkele maanden, zo'n 400 leden. Willen wij ook in ons land zo'n polarisatie? Het wordt tijd dat de beroepsorganisaties eens een onderzoek instellen. De naam van de hele groep is in het geding. Het is nog niet te laat en de groep misleide deskundigen is nu nog beperkt.