Drie keer de 'wig' rond het Drielandenpunt

Volgende week zijn er verkiezingen voor het Europese parlement. Werkloosheid en de sociale zekerheid behoren tot de belangrijkste problemen in alle EG-landen. Centraal in de discussies over de Europese welvaartsstaat staat de 'wig', het verschil tussen tussen bruto en netto-loon, en tussen arbeidskosten en loonkosten. Tussen naaste buren in de Europese Unie bestaan grote verschillen. Dat blijkt uit onderstaande inventarisatie van het 'bruto-netto traject' van drie automonteurs - in Nederland, België en Duitsland. Een sociale verkenning rond het Drielandenpunt.

Conclusies Een vergelijking tussen de 'inkomensplaatjes' levert enkele duidelijke conclusies op:

- Omgerekend in bruto-uurloon komt de Belgische Giovanni (25,67 gulden) er in vergelijking met Dave (19,47 gulden) en Heinz (23 gulden) bruto het beste vanaf.

- Daar staat tegenover dat Dave en Heinz slechts 7,05 respectievelijk 8,9 procent belasting betalen, terwijl Giovanni maandelijks 17 procent van zijn salaris aan belasting kwijt is.

- Netto houdt Heinz, in percentages uitgedrukt, het meeste over van zijn salaris. Hij betaalt aan loonbelasting en premieheffing slechts circa 28 procent per maand, terwijl Giovanni en Dave daar respectievelijk ongeveer 32 en 40 procent aan kwijt zijn.

- Dat Dave zoveel meer moet betalen dan zijn Duitse en Belgische collega hangt vooral samen met de hoge premieheffing.

Het grootste verschil bestaat uit de premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), waarvoor Dave maandelijks 10,6 procent van zijn salaris moet inleveren; Heinz betaalt voor de Renteversicherung (waarin WAO, AWW èn AOW samenvallen) slechts 9,6 procent.De kosten voor arbeidsongeschiktheid komen in België (als het een bedrijfsongeval betreft) volledig voor rekening van de werkgever.