Drie keer de 'wig' rond het Drielandenpunt

Volgende week zijn er verkiezingen voor het Europese parlement. Werkloosheid en de sociale zekerheid behoren tot de belangrijkste problemen in alle EG-landen. Centraal in de discussies over de Europese welvaartsstaat staat de 'wig', het verschil tussen tussen bruto en netto-loon, en tussen arbeidskosten en loonkosten. Tussen naaste buren in de Europese Unie bestaan grote verschillen. Dat blijkt uit onderstaande inventarisatie van het 'bruto-netto traject' van drie automonteurs - in Nederland, België en Duitsland. Een sociale verkenning rond het Drielandenpunt.

Heinz Kochsmeier (51) KEULEN Aan Heinz Kochsmeier (51), sinds 1966 in dienst bij Ford en nu als monteur werkzaam bij de Keulse garage Ford-Maletz, gaat de teruggelopen vraag op de autmobielmarkt niet ongemerkt voorbij. Anders dan bij zijn Belgische en Nederlandse collega hangt het salaris van Heinz, die gespecialiseerd werk verricht als het testen van motoren, namelijk voor een deel af van de prestaties die hij levert. Als hij een klus in een kortere tijd kan klaren dan officieel is voorgeschreven - en dus weer sneller aan een andere opdracht kan beginnen - kan hij een bonus op zijn normale uurloon krijgen van tien tot dertig procent. “Maar dan moet er natuurlijk wel werk zijn”.

Gemiddeld weet Heinz er dit jaar tot nog toe zo'n tien procent bij te sprokkelen, waardoor hij op een maandelijks inkomen van iets onder de 3500 Dmark uitkomt. In april had Heinz een goede maand: zijn brutosalaris bedroeg over die periode 3622,50 Dmark, waarvan 464,20 Dmark (13 procent) afkomstig was van Leistungsprämien. Van dat bruto salaris hield Heinz 72 procent, 2634,22 Dmark (2950 gulden), over. Samen met zijn vrouw, die 570 Dmark per maand verdient (het maximale bedrag waarover geen belasting of premie wordt geheven), hield hij die maand netto 3065 Dmark (3432 gulden) over.

Vergeleken met Dave en Giovanni maakt Heinz met 37 uur de kortste werkweek. Maandag tot en met donderdag werken hij en zijn collega-monteurs acht uur per dag, op vrijdag zijn ze maar vijf uur aanwezig. Afgezien van door kerk of staat opgelegde feestdagen (maximaal 12 per jaar), kan Heinz per jaar dertig vakantiedagen opnemen. Het vakantiegeld komt in twee keer: in het voorjaar krijgt de werknemer een halve maand (bruto)salaris uitgekeerd, terwijl aan het einde van het jaar het Weihnachtsgeld - dat 50 procent van het CAO-maandloon bedraagt - door de werkgever wordt overgemaakt. Over beide bedragen wordt premie en belasting geheven.

Om van zijn huis naar het werk te komen, krijgt Heinz geen reiskostenvergoeding. Als Ford-medewerker komt ook hij in aanmerking voor een korting van 16 procent op de aanschaf van een Ford-wagen (zou 21 procent zijn als hij in de fabriek zou werken). Heinz vindt een nieuwe auto echter veel te duur en rijdt zijn hele leven al in tweedehandsauto's, die hij via de garage koopt tegen de inruilwaarde.

Via een soort spaarloonregeling krijgen Ford-medewerkers iedere maand 52 Dmark op hun loonstaat bijgeschreven. Dit bedrag - dat wordt verhoogd met een eigen bijdrage van de werknemer van 26 Dmark - komt niet op hun girorekening terecht, maar wordt door de werkgever direct overgemaakt naar een speciale rekening en kan in principe pas na een aantal jaren worden opgenomen. Als tegemoetkoming in de kosten om een normale bankrekening aan te houden - waarvoor Duitse banken een bedrag van 25 Dmark per maand vragen - krijgt Heinz van Ford nog 25 Dmark per jaar als extraatje.

Hoewel Heinz procentueel gezien het meeste overhoudt van zijn brutosalaris, kan hij van zijn netto-inkomen minder doen dan Giovanni in Maasmechelen omdat de kosten van levensonderhoud in de regio Keulen veel hoger liggen. “Voor een normale arbeider is het niet mogelijk om hier een een eigen huis te kopen,” zegt Heinz, die vervolgens uitlegt dat een flat van 70 vierkante meter in Keulen en omstreken al snel 360.000 Dmark (403.200 gulden) moet opbrengen. Bijkomende belemmering is dat het in Duitsland niet mogelijk is om zonder eigen geld een hypotheek te krijgen. Potentiële kopers moeten minstens 20 procent van de koopsom zelf financieren, 'maar 50 procent is gebruikelijker'.

Niet overal in Duitsland liggen de huizenprijzen zo hoog. “Als je 50 kilometer verderop gaat wonen, kun je een huis kopen voor 60.000 Dmark”, bevestigt Heinz. De verkeersdrukte rond Keulen maakt forensen voor hem echter zeer onaantrekkelijk, zodat hij toch liever in zijn huurhuis blijft wonen. Daaraan is hij per maand 950 Dmark (1064 gulden) inclusief gas, water en licht per maand kwijt.

Heinz heeft een 20-jarige dochter, die op dit moment via een leerlingenplaats bij een Rechtsanwalt 800 Dmark in de maand verdient. Omdat zij hiermee wordt geacht in haar eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, krijgt Heinz geen kinderbijslag meer. Bij de loonbelasting wordt echter nog wel rekening gehouden met het feit dat hij een inwonend kind heeft. Per maand betaalt Heinz 8,3 procent loonbelasting, aangevuld met een Kirchensteuer van acht procent van de loonbelasting. De kerkbelasting, die iedere Duitser moet betalen als hij aangesloten is bij een kerkgemeenschap, is niet verplicht. De meeste Duitsers betalen deze belasting echter wel.

Het Duitse systeem van sociale zekerheid rust voor het grootste deel op drie verplichte werknemersverzekeringen. De premiebijdragen voor deze verzekeringen worden gelijkelijk verdeeld over de werkgever en de werknemer. Voor de Krankenversicherung (vergelijkbaar met ZW, ZFW en AWBZ) betaalt Heinz sinds 1 april 1994 6,9 procent van zijn brutosalaris. Voor de Arbeitslosenversicherung (WW) moet hij 3,25 procent afdragen en voor de Rentenversicherung (WAO, AWW en AOW) 9,6 procent. Om het risico van arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ongeval op het werk (evenals in België wordt in Duitsland onderscheid gemaakt naar de aard van de oorzaak van arbeidsongeschiktheid) te verzekeren, betaalt de werkgever nog een extra premie - die afhankelijk van de aard van het werk varieert van 1 tot 2 procent - aan één van de Berufsgenossenschaften. Met Ford is verder afgesproken dat Heinz straks een aanvulling op zijn pensioen krijgt van circa 525 Dmark per maand. De kosten hiervoor worden gedragen door de werkgever.