De ruimte verbeeld op bijbel-formaat

Tentoonstelling: Berlage Instituut, IJsbaanpad 3, Amsterdam. Opening 5 juni 15u. Daarna geopend van 6 juni t/m 14 juni, 13-17u, di 14-20u.

AMSTERDAM, 4 JUNI. Hoe beleeft een choreograaf, een architect, een beeldhouwer of een fotograaf de ruimte om zich heen - de ruimte in de meest ruimtelijke zin? En hoe zou hij of zij die ervaring in drie-dimensionale vorm tot uitdrukking kunnen brengen?

Die vragen heeft de Stichting Vedute in Amsterdam eerst zichzelf gesteld, en daarna is men met diezelfde vragen aan gaan kloppen bij kunstenaars en architecten. Het voorlopige resultaat is een collectie 'ruimtelijke manuscripten', die vanaf dit weekeinde wordt gepresenteerd in het Berlage Instituut in Amsterdam.

Het begon in 1991 op een zolderkamertje, in het huis van een bevriende architect. De twee oprichters van de stichting, Rob Bloem en Peter de Rijk, exposeerden daar de vier projecten die ze gezamenlijk na de Rietveld Academie-opleiding hadden gemaakt: denkbeelden over ruimte en architectuur, verbeeld en verpakt in een gesloten vorm van 44 x 32 x 7 centimeter. Hun illusies namen met een enkele boekenplank genoegen. Het begrip ruimte was per project teruggebracht tot het formaat van een ouderwetse statenbijbel, iets groter dan een A3-tje.

De collectie telt inmiddels veertig van dergelijke manuscripten. Ze liggen niet langer bij de stichtingsleden onder het bed, maar worden nu op een echt kantoor 'geconserveerd'. En inmiddels mocht de stichting ook al de Charlotte Köhler Prijs 1993, groot 10.000 gulden, in ontvangst nemen. De jury waardeerde de originele doelstelling, de 'hoge kwaliteit van de verrassend interessante en mooie collectie', die veelbelovend werd geacht voor het 'inhoudelijke niveau van de toekomstige bibliotheek'.

“Wij spreken liever over ruimtelijke manuscripten om een vergelijking met kunstenaarsboeken te vermijden,” zegt kunsthistorica Suzanne Styhler, voorzitter van de stichting. “Een manuscript verwijst direct naar de maker en het geeft de uniciteit aan. Onze bibliotheek bevat dus individuele, maar geen autonome werken.”

In de verzameling zijn niet de 'merknamen' opgenomen, kunstenaars die tot vervelens toe in nationale en internationale circuits opduiken. Behalve Peter Struyken geniet bijna niemand bekendheid. Een zwarte kartonnen kijkdoos, die Ramin Visch verpakte in een handzame, sobere ijzerdraadconstructie, biedt uitzicht op een schemerige zaal met lichtgevende plinten, veroorzaakt door de zijkanten van de doos net niet naadloos aan te laten sluiten. Erick de Lyon leverde een manuscript in dat dienst doet als de rolhouder van een vijftien meter lange strook van landkaarten. Hij gebruikte die kaarten op zijn voettocht naar Rome, die drie maanden in beslag nam. Elk begaan pad is nu onvergetelijk.

De Rotterdamse kunstenares Nicole van Ruiten verkent de ruimte als een erotisch universum. Haar 'Gevleugelde Boek', de meest recente bijdrage, dient op een korte zijde van de rechthoek te steunen. Langs roze satijnen schaamlippen, omhuld door wat zwarte en daarna door wolken van roze veertjes, komen we dank zij een glazen plafondje terecht in een grillig, paarlemoer gekleurd landschap; een buikholte vol symboliek.

Een enkele bijdrage mag dan nog grotendeels zijn samengesteld uit stukken Sunlight-zeep, als de architectonische gevelritmiek van een Bidonville de Luxe, de meeste andere manuscripten hebben een aanzienlijk ingetogener, conceptueel karakter. “Veel kunstenaars geven vooral hun innerlijke ruimte vorm. We zoeken nu naarstig naar formelere bijdragen van architecten. Zij zeggen hun manuscripten wel toe, maar uiteindelijk hebben ze meestal geen tijd,” aldus Suzanne Styhler. “Jammer, want deze collectie is onopzettelijk uitgegroeid tot een weerspiegeling van de artistieke tijdgeest waarin de verschillende disciplines geen afbakening meer te zien geven.”

Tweemaal per jaar is de collectie op wisselende locaties te bezichtigen. Kunstenaars kunnen niet zomaar een geconcretiseerd ruimte-idee inleveren, ze worden vanwege hun visie voor een bijdrage uitgenodigd. Leeftijd, opleiding en reputatie doen niet ter zake. Het manuscript, dat meestal in langdurig bruikleen wordt afgestaan, levert de kunstenaar geen stuiver op. De stichting steunt op vrijwilligerswerk. Subsidiebijdragen van de gemeente Amsterdam en het Stimuleringsfonds voor de Architectuur, van elk 15 duizend gulden, zijn goed voor de kosten van conservering, archivering en presentatie.

“De bibliotheek stelt ons, de betrokken kunstenaars en anderen in staat kennis en ideeën te vergaren over eigenzinnige opvattingen van het begrip ruimte,” zegt Mariska van der Burgt, penningmeester van de stichting. “Steeds weer merken we dat onze bibliotheek tot gedachtenwisselingen leidt. Een Vedute-presentatie is een ontmoetingsplek geworden waar onbevangen over de projecten kan worden gepraat, want we werken niet commercieel en van eigen belang van de kunstenaar is geen sprake.”

De stichting heeft nog vele wensen. Een maecenas bijvoorbeeld, een permanent zichtbaar onderkomen in de stad, en een serie deelcollecties, samen te stellen door een daartoe uitgenodigde kunstenaar. Voorlopig zit men nog op een zolder in een smalle steeg en voorlopig moeten eerst potentiële deelnemers op het gebied van architectuur en theater over de streep worden getrokken. “We kunnen met onze bibliotheek tot in het oneindige doorgaan,” zegt Suzanne Styhler. “De nummering van de manuscripten loopt door tot 9999. Daarna breiden we het cijfersysteem gewoon verder uit.”