D-day is lichtjaren verwijderd van huidige Amerikaanse mentaliteit

Met D-Day herdenken de Verenigde Staten een ander tijdperk, dat waarin het land voorop liep in de wereld. De Amerikanen van nu zijn niet meer geïnteresseerd in een internationale rol, ze willen rustig genieten van de belastinggelden die vroeger in defensie-uitgaven verloren gingen. Maarten Huygen beschrijft hoe vijftig jaar na D-Day slachtoffers de nieuwe Amerikaanse helden zijn.

Ploegscharen werden omgesmeed tot zwaarden. Lipstickhouders werden patroonhulzen, benzine was op de bon. In freedom gardens kweekten Amerikanen eigen groenten omdat het front bijna alle landbouwvitamines in beslag nam. Bij Ford kwam één bommenwerper per uur van de lopende band. Personenauto's werden nauwelijks nog gemaakt, wel jeeps en tanks. De arbeiders werkten secuur, bang dat hun fouten ginds levens zouden kosten. De legendarische Amerikaanse vrouw in overall en bouwhelm, Rosie the Riveter, sloeg klinknagels in scheepshuiden. En ze wachtte gespannen op berichten van het oorlogsfront. De geallieerde invasie op de Normandische kust, op 6 juni, maakte vele Rosies weduwe.

Maandag wordt deze geallieerde prestatie op 6 juni 1944 herdacht. In Amerikaanse bejaardentehuizen staat de televisie op volle sterkte. De omroep, kranten en weekbladen besteden veel tijd en ruimte aan dit verleden, misschien juist omdat het zo ver af staat van het hedendaagse Amerika. Voor jongeren moeten de zwart-witte beelden van Amerikaanse soldaten die 5000 kilometer van het vaderland in een kogelregen de landingsvaartuigen uitstormen, exotisch aan doen. Hun grootouders kunnen er nog over vertellen. De generatie van hun ouders kent alleen de onfortuinlijke afloop van de oorlog in Vietnam, waar Amerika over verdeeld was. Jongens die studeerden wisten er vaak onderuit te komen. Sindsdien is de dienstplicht afgeschaft. De generatie X van twintigers en vroeg-dertigers, bekend om zelfbeklag, kent de militaire omgeving alleen van Nintendo-spelletjes of van John Wayne. Militaire vuurwapens worden aan hen niet meer uitgereikt door een legerfoerier maar zijn legaal of op de zwarte markt verkrijgbaar.

Er is de opkomst van de hyphenated American, de Amerikaan met een verbindingsstreepje, Afrikaans-Amerikaan, Aziatisch-Amerikaan of Latino, die hun etnische afkomst stellen boven hun nationale identiteit. De nieuwe heroïek is te vinden in het slachtofferschap, bezongen in talkshows. Dikte is een handicap geworden, zoals mankheid of doofheid. Schuld of toeval zijn verouderde begrippen. Lijders aan aids of borstkanker wijten hun ziekte aan een gebrek aan overheidssubsidies voor medisch onderzoek. Ronald Reagan won in 1980 de presidentsverkiezingen door de schuld van de door zijn voorganger ter sprake gebrachte “nationale malaise” geheel bij de overheid te leggen. In feite draaide Reagan de gevleugelde woorden van John F. Kennedy om. “Vraag niet wat u voor uw land kunt doen maar wat uw land voor u kan doen”, was zijn devies. En het land doet niet genoeg, vindt iedereen. De belastingen zijn te hoog, de voorzieningen te gering en de politici zijn corrupt.

De economie domineert het nationale debat. Sinds Ralph Nader zijn idealisme heeft aangewend voor de kwaliteit en veiligheid van produkten is Amerika een natie van consumenten. Door zijn aankopen zorgt de consument voor werkgelegenheid. Nu de ideologische wedloop met het Oosten voorbij is, zijn banen en de bescherming van de consument de belangrijkste doeleinden geworden voor het buitenlandse beleid.

Het huidige nationale klimaat in Amerika kan niet sterker verschillen van de stemming ten tijde van D-Day. Geen wonder dat het buitenlandse beleid van president Clinton wisselvallig aandoet. Congresleden klagen dat hun toespraken over buitenlands beleid aanzienlijk korter zijn geworden, nu ze het communisme niet meer kunnen bestrijden. De Amerikaanse missie van de verdediging van de vrijheid tegen het communistische bolwerk is afgelopen. Weinig Amerikanen voelen voor een nieuwe internationale taak. Door de hoge Amerikaanse defensie-uitgaven zag de Amerikaanse belastingbetaler al weinig terug van zijn geld in de vorm van overheidsdiensten. Nu willen de Amerikanen evenveel van hun belastinggeld kunnen genieten als de Europeanen. Dat dat ten koste gaat van het Amerikaanse leiderschap, maakt hen uiteindelijk weinig uit. De slagvelden in de Amerikaanse binnensteden zijn dichterbij dan de Servische granaten. Ook Westeuropese regeringsleiders zijn meer dan vroeger opgeslokt door binnenlandse kwesties.

D-Day was uniek. Net zo min als burgers uit de meeste andere landen zijn de Amerikanen met enthousiasme massaal ten strijde getrokken tegen een afgelegen vijand. Pas in 1917 werden ze in de Eerste Wereldoorlog meegesleept onder president Wilson die in 1916 was herkozen op de leuze “He kept us out of the War”. Ook in de Tweede Wereldoorlog wilden ze niet betrokken raken ondanks de politieke inspanningen van de krachtige president Franklin D. Roosevelt. De Japanse verwoesting van Pearl Harbor overtuigde de kiezers dat Amerika niet geïsoleerd kon blijven. De oorlogen in Bosnië en Rwanda, de crises in Haïti en Somalië zijn van een andere orde. D-Day was het begin van een Europese cargo cult, de cultus van inheemse bewoners van de Stille Zuidzee om op aanspoelende lading te wachten. De Amerikanen landen wel weer op het Europese strand als er moeilijkheden zijn. De hoop slaat om in verontwaardiging als Amerika de internationale gemeenschap niet voorgaat. Maar Amerikaanse politici zijn er steeds minder van overtuigd dat hun land een uitzonderlijke rol in de wereld heeft te vervullen.

President Reagan was de eerste president die niet in de Tweede Wereldoorlog heeft gevochten. Hij maakte in die jaren propagandafilms in Hollywood. De heldenrollen die hij in die films speelde schaarde hij gemakshalve onder zijn 'oorlogsherinneringen' en in die zin verschilt hij niet van de postmoderne Nintendo-generatie. Onder zijn presidentschap was de Koude Oorlog een schaduwgevecht met defensiebegrotingen, raketplaatsingen, onderzoek naar nieuwe wapensystemen en uiteindelijk nieuwe wapenbeheersingsverdragen. De werking van de Amerikaanse afschrikking is gelukkkig nooit echt getest. Reagans militaire avonturen in Libanon en Grenada verliepen slecht. Caspar Weinberger was een zwakke minister van Defensie en de landmacht, de luchtmacht, de mariniers en de marine lagen met elkaar overhoop.

President Bush, de oorlogsvlieger die in de Stille Oceaan neerstortte, ging het tijdperk in dat Amerikaanse troepen niet meer van vechten werden weerhouden door het andere nucleaire machtsblok. Zijn korte veldtochten in Panama en in Irak waren succesvol. Op grond van die zeges ontwierp de toenmalige hervormingsgezinde chef staf, generaal Colin Powell, een doctrine om de mogelijkheden tot militair ingrijpen te beperken. Normandië zou aan Powells voorwaarde van een 'zekere overwinning' niet hebben voldaan. Generaal Eisenhower stelde in 1944 vlak voor de landing twee boodschappen op, één voor winnen en één voor verliezen.

Het laatste jaar van zijn presidentschap maakte Bush een ommezwaai. Hij reisde naar Tokio om bij premier Miyazawa te klagen over de geringe Japanse afname van Amerikaanse produkten. Het scheppen van Amerikaanse banen werd daarmee verheven tot een belangrijk diplomatiek doel. De oorlog in Bosnië liet Bush liggen. Amerikaans militair ingrijpen voldeed niet aan de strenge haalbaarheidsnormen van generaal Colin Powell.

President Clinton heeft de nieuwe lijn van president Bush voortgezet. Hij legde de nadruk op handelsverdragen en internationale economische politiek. Hij verkocht zelfs 50 Amerikaanse straalvliegtuigen aan Saoedi-Arabië, voor Westeuropese regeringen heel gewoon maar voor Amerikaanse presidenten ongebruikelijk. Van zijn dreigingen tegen China en Bosnië kwam weinig terecht. Bij China wonnen de economische belangen het van de mensenrechten. Clinton durfde zijn belofte tot een assertiever beleid in Bosnië niet in te lossen. Onder druk van het Congres trok hij zijn troepen uit Somalië terug na een mislukte poging tot het bouwen van een nieuwe natie. Een Amerikaans oorlogsschip trok zich terug uit de haven Haïti omdat een troep handlangers van de junta daar op de kade stennis maakte.

Clinton boezemt weinig ontzag in bij Amerikaanse militairen. Van soldaat tot generaal haten ze hem. Dat maakt hem tot een onzeker opperbevelhebber. Als voormalig ontduiker van de dienstplicht durft hij weinig tegen de topmilitairen in te brengen. Hij voelt zich beter thuis in binnenlandse kwesties. Zo bouwen Clintons medewerkers nijver aan hun diplomatieke zandkastelen, zonder het beton van de presidentiële macht. Na de volgende vloed moeten ze opnieuw beginnen.

Clinton heeft zijn beleid ten opzichte van Haïti vijf keer veranderd, de laatste keer onder invloed van een hongerstaking van een Afrikaans-Amerikaanse activist. Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken begint steeds meer te lijken op het departement van een kleiner land. De wereld kan zonder de daar uitgevoerde analyses en beleidsdaden. President Clinton verwijst naar de Veiligheidsraad. Amerika heeft het ook niet meer alleen te vertellen. Voor een economische boycot tegen Noord-Korea, dat waarschijnlijk kernwapens bouwt, kan Clinton niet zonder het aangrenzende China dat alle grondstoffen levert.

Clinton volgt in het buitenlandse beleid de inzichten van zijn opiniepeiler Stanley Greenberg. De kiezers willen hun president graag als leider zien optreden, zolang er maar geen nieuwe Amerikaanse verplichtingen aan vast zitten. Zo hoopt president Clinton zijn opiniecijfers op te halen en de banden met de militairen te versterken door een mooie voorstelling in Normandië. Clinton wil zijn buitenlandteam niet wijzigen maar zijn public relations verbeteren. In Haïti, een eiland met nauwelijks enig strategisch belang, wil hij zijn slechte naam recht zetten en de knapste koppen uit zijn regering studeren op een zevende Haïti-beleid.

Het Congres kritiseert Clinton voor onbestendigheid maar uiteindelijk wil het niet meer dan president Clinton. Naar Bosnië mogen onder geen voorwaarde Amerikaanse troepen worden gestuurd. Het favoriete wapen van het Congres blijft de economische boycot, hoewel het weinig heeft uitgehaald tegen Servië en Haïti. Geen D Day zonder Pearl Harbor.